Aan woorden doen wij niet, wel aan vuisten

Murat Isik: Verloren grond. Anthos, 375 blz. € 19,95

Erg bescheiden debuteert de Turkse Nederlander Murat Isik niet: een krappe vierhonderd dichtbedrukte pagina’s telt Verloren grond, daarmee maar meteen zo’n twaalf uur leestijd opeisend van het nog te veroveren publiek. Maar dat krijgt er dan wel een ‘epische familiegeschiedenis met Turkije als decor’ voor terug.

Het is in elk geval al snel duidelijk dat Isik heeft ingezet op dat ‘epische’. Zijn roman is een fysiek boek, vol beweging en geweldsdreiging, over een zwervend gezin in het Turkije in de jaren zestig. Het gaat over moed en lafheid in een tijd en een streek waarin meningsverschillen niet met woorden, maar met vuisten en wapens werden uitgevochten. Hier en daar duiken mysterieus aandoende ‘helden’ op, die, als waren zij Anatolische Zorro’s, de slechteriken met een onaangekondigd maar doortastend optreden jammerend terug naar hun moeders sturen.

Verloren grond doet, met name door overzichtelijk aangebrachte polen van goed en kwaad, wat stripachtig aan. De familie die centraal staat, met de kleine Mehmet in een rol als verteller, begint te dolen na een ongeluk van de vader van het gezin. De man haalt zich een terugkeer naar zijn dorp van geboorte in het hoofd, zijn gezin meesleurend naar een plek waar men niet meer op hem zit te wachten. Het stuk land waar hij recht op meent te hebben, is inmiddels in gebruik genomen door een stel ongeletterde boeren, die geen boodschap hebben aan de familie die iets meent op te kunnen eisen. Hence the title: Verloren grond.

Dit boek had waarschijnlijk aan kracht gewonnen wanneer het wat minder ‘volledig’ was. Isik schrijft scènes nogal uit, waardoor de lezer de pagina’s al gauw sneller tot zich gaat nemen dan waarschijnlijk de bedoeling is. Het is dan nog steeds episch, maar episch op een waakvlammetje.

Wat wil Isik, die zijn boek blijkens een nawoord baseerde op verhalen uit zijn eigen familie, ons nog meer meegeven dan een aantal aan elkaar geregen anekdotes? Verloren grond is zo helder geschreven dat de kritiek er op is dat je als lezer voortdurend het gevoel krijgt ‘dat alles erin staat’.

Neem de passage waarin Mehmet zijn vader aanschouwt die in gesprek is met een van de dorpsgenoten over de gewilde grond. ‘Ik zag dat mijn vader naar woorden zocht. Hij wist zich geconfronteerd met iemand die tegen elke prijs de belangen van zijn dorpsgenoten zou verdedigen. Mijn vader begreep dat zijn vriendelijkheid nu niets zou opleveren. Hij moest laten zien dat hij geen angstige kreupele was maar een vastberaden man die voor de belangen van zijn gezin opkwam.’

Duidelijk. Maar waarom wordt alles al voor de lezer ingevuld? Het blijft gissen, maar de kans is groot dat hier een schrijver is gedebuteerd die meer hecht aan wat hem (door zijn familie) verteld is dan wat hij ons zelf wil vertellen. Mij schoot vaak het citaat ‘wanneer er in een familie een schrijver opstaat, dan is het in die familie gedaan met de rust’, zonder dat ik overigens weet wie het zei of schreef. Punt is dat er bij dit boek het omgekeerde aan de hand lijkt te zijn: hier is een schrijver aan het werk geweest die zijn familie eer aan heeft willen doen dan deze te willen onderzoeken.

Door de bank genomen is het effect ervan onderhoudend, maar in de meest ‘uitgesproken’ delen van het boek, zoals het ronduit mierzoete slot waarin vader en zoon bij een ondergaande zon de toekomst van het gezin bespreken, komt het nogal kitscherig en wat onbeholpen over.

    • Sebastiaan Kort