'Wij willen zondag nog niet naar huis'

Ondanks de nederlaag tegen Duitsland is Oranje nog niet uitgeschakeld. Dan moet wel ruim gewonnen worden van Portugal. En hopen op de goede wil van Duitsland.

Dutch midfielder Wesley Sneijder reacts at the end of the Euro 2012 championships football match the Netherlands vs Germany on June 13, 2012 at the Metalist Stadium in Kharkiv. Germany won 2-1. AFP PHOTO/ GENYA SAVILOV AFP

Arjen Robben ging gisteravond eerst maar eens informeren bij zijn ploeggenoten van Bayern München. Na de ontmaskering van Oranje tegen Duitsland is het Nederlands elftal afhankelijk geworden van de goede wil bij de aartsrivaal. Duitsland moet zondag winnen van Denemarken om Nederland nog een laatste kans te bieden op het EK. Aan de Duitsers zal het niet liggen, is de overtuiging van Robben. „Ik heb er net een paar gesproken, en ze hebben mij verzekerd dat ze gaan winnen”, zei hij kort na het duel. „Maar goed, je bent afhankelijk en dat is niet prettig.”

Zelfs de spelers van Oranje zijn verbaasd dat zij na hun dramatische start op het EK in Polen en Oekraïne nog in de race zijn voor een plek bij de laatste acht. Maar wie zag hoe de formatie van bondscoach Bert van Marwijk in de broeierige hitte van Charkov bij vlagen aan stukken werd gescheurd door de Duitsers, kon zich nauwelijks voorstellen dat deze ploeg alles wat er de laatste maanden verkeerd is gegaan, binnen drie dagen helemaal anders te doen. Daarvoor lijkt de ploeg veel te ver weg gezakt.

Nederland zal met twee doelpunten verschil moeten winnen van Portugal, dat de afgelopen jaren uitgroeide tot een ware kwelgeest.

„Natuurlijk geeft het een raar gevoel dat we nog kunnen doorgaan, ondanks dat je twee wedstrijden verliest”, zei Robben. „Maar liever dit, dan dat het over is. We hebben nog een kans, en daar moeten we vol voor gaan. Als je met 2-0 of 3-1 van Portugal wint, ben je nog steeds afhankelijk, maar dan heb je in elk geval aan je plicht voldaan. We moeten strijdbaar blijven. Iedereen proeft dat er nog steeds een klein kansje is.”

Ook aanvoerder Mark van Bommel, die in de rust door Van Marwijk werd gewisseld voor Rafael van der Vaart, hield zich vast aan de laatste strohalm die Oranje heeft.

„Wij hadden het ons allemaal anders voorgesteld. Als je twee keer verliest kun je in principe niks zeggen. Maar wij willen zondag niet naar huis. We moeten wel hoop houden dat we nog doorgaan. Je moet niet opgeven.”

Dat gevoel overheerste ook bij Dirk Kuijt, die de laatste tien minuten mocht invallen voor Robben. „Het is heel gek: je bent terneergeslagen, maar aan de andere kant krijgt iedereen ook weer moed, omdat je er nog steeds niet uitligt. Als je een topprestatie levert tegen de Portugezen en de Duitsers doen hun werk, kun je zomaar door naar de volgende ronde.”

Waar het precies misging met Oranje, dat met nagenoeg dezelfde opstelling begon aan de WK-finale in Zuid-Afrika, is voor de spelers zelf ook een raadsel. Ergens rond de verloren EK-kwalificatiewedstrijd in Zweden, in oktober vorig jaar, werd de betovering verbroken voor de nationale ploeg die enkele jaren een aura van onoverwinnelijkheid droeg. Van Marwijk hield zich echter vast aan de wetenschap dat dit team twee jaar geleden nog goed genoeg was om de finale van het WK te halen.

„Het is doodzonde dat het zo gelopen is”, zei Van Marwijk na afloop op de persconferentie. „Ik vond dat we goed begonnen. We kregen ook een aantal behoorlijke kansen. Als je van Duitsland wilt winnen, moet je top zijn. Een aantal jongens was niet in vorm.”

Volgens de bondscoach viel de openingstreffer „uit het niets”. „Maar daar gingen wel fouten aan vooraf. Zowel op het middenveld als in de verdediging gaven we te veel ruimte. We hebben slecht verdedigd. Maar we hebben tegen een heel goed team gespeeld. Ik denk dat het lang geleden is dat Duitsland zoveel goede spelers had, met alles erop en eraan.”