Tegen de klokken van Europa

De Zuid-Afrikaanse kunstenaar William Kentridge maakte een kameropera over de standaardisering van de tijd, ‘Refuse the Hour’.

Het atelier van William Kentridge op een heuveltop in Johannesburg staat vol buitenissige attracties. Immense megafoons op statieven zijn via een soort stofzuigerslangen verbonden met fietsvelgen, trappers die alles in beweging kunnen brengen. Aan de achterwand van de studio de meer bekende houtskooltekeningen, de sombere basisbestanddelen van de korte animatiefilms die de Zuid-Afrikaanse omnikunstenaar wereldberoemd maakten.

De machines, de bewegende beelden en vooral Kentridge als voordrachtskunstenaar zelf staan in het middelpunt van een voorstelling die aanstaande maandag op het Holland Festival haar internationale première beleeft. In Refuse the Hour, werkt Kentridge samen met de aanstormende Zuid-Afrikaanse danseres Dada Masilo, zijn vaste componist Philip Miller en een trits aan Zuid-Afrikaanse musici. De mensen die hem voor decors en kostuums bijstonden bij zijn enscenering van Sjostakovitsj’ De neus, in 2010 bij de Metropolitan Opera in New York, hielpen hem nu ook deze productie vorm te geven.

„Als ik al enig talent heb, dan is dat het talent om de juiste mensen bij elkaar te brengen”, heeft Kentridge wel eens gezegd. „Dat geldt zeker voor dit project”, lacht hij aan een lange tafel in zijn atelier.

Refuse the Hour is een „gesproken opera”, zegt hij. „Of het is een duet voor danser en stem. Of een wetenschappelijke lezing over het wezen van tijd in zeven delen. Ik weet het niet precies. We gebruiken verschillende elementen uit verschillende kunsttalen: de formele taal van de opera, muziek, stomme film en dans.”

De nu 57-jarige Kentridge komt uit een familie van sociaal bewogen juristen. Zelf besloot hij in 1984, in de hoogtijdagen van de apartheid, voor het eerst op officiële documenten ‘kunstenaar’ als beroep in te vullen. „Dat klonk allicht beter dan ‘werkloos’.” Hij experimenteerde met houtskooltekeningen waarop hij steeds weer iets wegvlakte of erbij tekende en filmde de beelden tot korte animaties ontstonden.

Culturele boycot

„Het was een proces waarvoor ik jaren nodig had om het te ontwikkelen”, zegt hij. En dat kon, dankzij de culturele boycot tegen Zuid-Afrika. „Het was een vruchtbare tijd. Er was geen enkele druk van de internationale kunstwereld om me aan een bepaalde stijl te conformeren. Ik werkte aan die rare animatiefilms zonder de verwachting dat ze ooit deel van een internationale beeldtaal of kunstcollectie zouden worden. Toen de conservatoren na de boycot langskwamen, had ik ze echt iets te laten zien.”

Dat hij tegenwoordig steeds vaker in het theater te vinden is, was geen bewuste keuze, zegt hij. „Ik maak nog steeds etsen, nog steeds films. Maar ik houd ervan om mensen in twijfel te brengen over de grenzen van de kunst. Ik wil een verhaal overbrengen, en dat kan op vele manieren. Het is een uitwisseling: uit de installaties en de optredens in het theater komen weer series van tekeningen en litho’s voort. Alles is verbonden, de beelden en thema’s schuiven van het ene medium naar het andere.”

Al ruim een jaar varieert hij, in al die verschijningsvormen, op het fenomeen ‘tijd’: de creatie van een standaardtijd aan het eind van de negentiende eeuw en het lokale verzet daartegen. „De indeling van de wereldtijd in 24 zones is eigenlijk heel recent”, zegt hij. „Dat fascineert me. Voor 1880 had iedereen zijn eigen middaguur: als de zon op zijn hoogste punt stond, dan was de dag halverwege. Veel mensen wilden zich niet zomaar neerleggen bij die nieuwe, arbitraire tijdsindeling. Wat betekent dat, als je je tegen de tijd verzet? Dan weiger je uiteindelijk je eigen lot te accepteren. Dat levert boeiende natuurkundige, technische en filosofische vragen op.”

Via Le Laboratoire in Parijs, een centrum dat wetenschap en kunst verbindt, kwam Kentridge in contact met Harvard-wetenschapshistoricus Peter Galison. Ze deelden de fascinatie voor de techniek van het begin van de twintigste eeuw. „Het was een mechanische tijd. Om een telegraaf of zelfs een telefoon in werking te stellen, moest fysieke arbeid verricht worden.” De wonderlijke machines die nu in zijn atelier en straks op het podium van Frascati staan, symboliseren die fysieke actie . „De machines, de beweging die daarvan uitgaat, zijn in Refuse the Hour deel van de animatie”, zegt hij.

Het totale project, dat als installatie ook te zien is op de Documenta in Kassel, begon met zeven workshopsessies, vertelt Kentridge. Uit de hele wereld waren zijn vaste medewerkers naar Johannesburg gevlogen om met de kunstenaar mee te denken, af en toe belde Kentridge met Galison voor wetenschappelijk advies. Vrij associëren was, zoals altijd bij Kentridge, het devies. „Maar na een eerste ochtend werd het me wat al te theoretisch. We moesten een film maken, niet alleen praten. Hoe ziet het eruit als je je tegen de tijd verzet, vroegen we ons af. Dan hou je bijvoorbeeld je adem in. Of je blaast de Royal Observatory in Greenwich op, waar de standaardisering is vastgelegd. Met een tijdbom natuurlijk. De ironie: tijd gebruiken om de tijd om zeep te helpen.” Even later stond een van de medewerkers een bezemsteel aan stukjes te zagen om dynamietstaven in beeld te brengen. „De volgende dag hebben we in twee uur een film gemaakt.”

Kentridge heeft het vaker gezegd: met scripts of storyboards werkt hij niet. „Het maken van een film is voor mij altijd een oefening in associatie en improvisatie. Het is denken in materialen die voorhanden zijn, zoals de bezemsteel.”

Zwart gat

Refuse the Hour testte hij uit in het Market Theatre in Johannesburg, een klein theater in het centrum van de stad. Drie weken lang waren de voorstellingen van de beroemdste kunstenaar van het land uitverkocht. De recensies waren lyrisch, zowel over Kentridge als over de jonge danseres met die in Kentridge’s universum zo toepasselijke voornaam. De beelden waren voor het Zuid-Afrikaanse publiek herkenbaar: als de acteurs en de muzikanten in processie terug de tijd ingaan via een kolkend zwart gat, dan nemen ze verschillende objecten van de straten van Johannesburg met zich mee.

„Een garantie dat diezelfde beelden ook ergens anders werken heb ik niet”, zegt Kentridge. „Maar mensen zien altijd verhalen, ze hebben aanknopingspunten waar ik niet over nagedacht heb.”

Het typisch Zuid-Afrikaanse verhaal Ubu en de Waarheidscommissie, een toneelstuk van Kentridge uit 1997 voor poppen en acteurs, ging ook de wereld rond. „Iedereen zei: dit is alleen geschikt voor Zuid-Afrika. Maar in Weimar kwamen mensen naar me toe die me prezen omdat het over de Stasi zou gaan, in Frankrijk werd verwezen naar Vichy en in Zwitserland voerden ze discussies over nazigoud. Dat laat niet zozeer zien dat mijn thema’s universeel zijn, maar dat mensen de diepe wens hebben om betekenis te geven aan de context. Mensen interpreteren niet het kunstwerk, maar ze leggen zichzelf uit.”

Ook Refuse the Hour, zegt Kentridge, is in alle opzichten Zuid-Afrikaans. „Het vocabulaire dat de muzikanten en de danseres meenemen, is lokaal. En het verzet tegen de tijd is in wezen ook een verzet tegen de koloniale dominantie, tegen Europa dat de rest van de wereld klokken oplegt.”

Kentridge heeft de naam een politiek bewogen kunstenaar te zijn. Maar van uitgesproken activistische kunst, zoals op de laatste Biënnale van Berlijn, moet hij weinig hebben. „Er is prachtige politieke kunst, maar kunstenaars moeten hun handen vies maken, vind ik. Kunstenaars die zich als conceptuele theoretici zien en essays schrijven, interesseren me niet erg. Kunst heeft die fysieke activiteit nodig om verrassende connecties te maken. Bij mij begint het met tekeningen, met zwarte handen van het houtskool. Kunst aan het toetsenbord is voor mij als…”

Voor het eerst na anderhalf uur praten valt Kentridge even stil, bestudeert het hoge plafond van zijn atelier. Dan: „Dat is alsof je een drone afschiet op Afghanistan vanuit Fort Lauderdale. Een kunstenaar kan geen schone handen houden.”

Refuse the Hour, Frascati, Amsterdam, 18 en 19 juni, inl. hollandfestival.nl. In het Joods Historisch Museum is vanaf 16 juli Kentridges installatie Black Box te zien, over de koloniale oorlog in Namibië.