Slecht gejat in plaats van goed verzonnen

Tijdschrift The Good Life is een kloon van het sterke Britse ‘hybride magazine’ Monocle. De taaie teksten zijn ook nog eens slecht vertaald.

De doelgroep van het Britse Monocle laat zich lastig omschrijven. Vorig jaar stond hier: „De lezer van Monocle is mondain, classy, geïnteresseerd in cultuur en politiek van over de hele wereld. Misschien is de lezer ook wel een beetje een snob – Monocle wil nog wel eens pretentieus zijn.”

Voor díé lezer is er nu The Good Life. In alles een imitatie van Monocle. Inhoudelijk (lekker mondain schrijven over cultuur en politiek) en vormelijk (mat papier afgewisseld met secties op glimmend papier, artikelen met veel fotootjes van slechts een kolommetje breed). Het is bespottelijk, maar op de cover staat: „Het eerste hybride magazine: news & lifestyle.” Ten eerste is dat een flauwekulterm – wat is nou een ‘hybride magazine’? Ten tweede ís The Good Life helemaal niet het eerste hybride magazine. Als het al een adequate omschrijving is, is Monocle dat. The Good Life is op z’n best het tweede hybride magazine.

Een gekloond blad dus – beter goed gejat dan slecht bedacht. Helaas jat The Good Life niet zo goed. We leggen ze naast elkaar. Monocle (11 euro, 212 pagina’s) is in het Engels geschreven, The Good Life (5 euro, 230 pagina’s) in het Nederlands. Of beter gezegd: uit het Frans vertaald in het Vlaams, en ook in Nederland te koop.

Het zijn taaie teksten. Deze tweede editie in het Nederlands bevat 20 pagina’s over „megapool Seoel”. Het eerste stuk over de stad begint zo: „Seoel voorziet in een derde van de jobs van Zuid-Korea en is goed voor 70% van het BBP. Het is tegelijk stad en regio, verzamelt 900.000 ondernemingen en 90% van de hoofdzetels van de Zuid-Koreaanse industriële conglomeraten. [...] Tien van deze trusts, waaronder Samsung, LG en Hyundai, zijn even bekend in het buitenland als de Eiffeltoren.” (In de Franse tekst stond: sont aussi connus que l’est notre tour Eiffel à l’étranger – net zo bekend als ‘onze Eiffeltoren’, maar dat laat zich lastig vertalen voor de Vlaams-Nederlandse markt.)

Niet mooi geschreven. Dat is jammer. De inhoud? Wel aardig. We lezen over kernenergie en het dreigende wereldwijde watertekort. En een recensie van de Nederlandse ‘tender’ VanDutch 40. Een tender is een extreem luxe speedboot (deze is 12 meter lang met 2 × 260 pk en kost 5 ton). Het design „bezit een grote verleidingskracht”, al zijn de instrumenten „onleesbaar tijdens het varen”.

Niet verrassend: de 20 beste business schools en 11 hotels „om niet te missen”. Wel verrassend: de sectie strips met elke maand de allereerste pagina’s uit het eerste album van een stripheld, want „van ieder van ons (of toch bijna) was de adolescentie doordrenkt met de avonturen van striphelden”. Nu het eerste avontuur van Rik Ringers (1963), voorafgegaan door een olijk stukje over een oude tekenfilmserie (1949): Roadrunner, altijd achternagezeten door Wile E. Coyote. Zou die laatste „geen metafoor zijn van onze condition humaine?”, schrijft het blad. „Ook wij, arme mensen, besteden onze tijd met lopen. Achter geluk, liefde, de voorbijsnellende tijd of een loonsverhoging.”

Monocle dan, scherper, verrassender en geestiger, zet 20 winnaars van de Spelen in Londen op een rij: bedrijven met een olympisch contract op zak. Het Britse bedrijf dat het vuurwerk levert voor de openings- en slotceremonie (in Peking werd voor 980.000 euro afgestoken) en de Italiaanse fabrikant van de hardloopbaan. Ook op de lijst: het Britse Blue Cube (stadionstoeltjes), het Franse Doublet (nationale vlaggen) en Aramark uit de VS, dat met tweeduizend man de catering voor 15.000 atleten verzorgt.

Nóg een lijstje, het wemelt er altijd van in het blad: de Transport Top 20. Niet de twintig beste voertuigen of beste vliegvelden. Nee, een top-20 van alles – als het maar met vervoer te maken heeft. Dan tref je op 1 Autogrill, een goede Italiaanse wegrestaurantketen met blijkbaar echt lekker eten en op 2 de schoonmaakploeg van de Japanse Tokaido bullet train. Op 5 en 6 staan Barcelona en San Francisco (goede fietssteden), op 8 de Toyota Prius: stil en snel, terwijl de carbon footprint tot een minimum beperkt blijft. Monocle zet bakbeest Lexus RX 450h op 9: die kan „from naught to 60” in 7,4 seconden. Het is een Brits blad, dus even zelf vertalen. Van niks naar 60. 60 miles, dat is zo’n 100 kilometer.

    • Peter Leijten