Schuimbekkend alleen op Oerol

Op Oerol speelt het jonge Vlaamse gezelschap FC Bergman een stuk zonder woorden.

Terminator Trilogie, de voorstelling van het Vlaamse gezelschap FC Bergman op Oerol, begint als een breugeliaans tableau vivant. Twee mannen die biljart spelen, iemand op een toiletpot, een kind op een trampoline en vijftig andere mensen die slapen, spelen of dansen tussen de kringloopmeubels. Maar dan worden mensen en meubels krakend en piepend met touwen van de scène gesleept. Op de lege vlakte blijft één man achter, de 26-jarige acteur Stef Aerts.

FC Berman omschrijft het stuk als „een woordeloze monoloog”. „Zonder tekst wordt het verhaal van één man verteld”, legt Aerts uit. „Een figuur, een soort elckerlyc, die door alle keuzemogelijkheden die hij als mens vandaag de dag heeft, compleet in een impasse raakt. In plaats van gebruik te maken van alle mogelijke opties, blokkeert hij.”

Zo zie je na de spectaculaire openingscène („een viering van het leven”) Aerts met schuim op de lippen over de grond rollen, een zelfmoordpoging ondernemen en worstelen met een jongere versie van zichzelf. Een plot moet volgens Aerts niet gezocht worden, wel de uitbeelding van een mentale toestand.

In Vlaanderen wordt het jonge FC Bergman bejubeld als een gezelschap dat opnieuw durft te experimenteren. Na de ‘Vlaamse golf’ uit de jaren 80 met makers als Jan Fabre en Luk Perceval leek er binnen het Vlaamse theaterlandschap minder animo te zijn om met iets ‘nieuws’ te komen. De spectaculaire en vaak woordeloze beeldenstroom van zes twintigers die elkaar leerden kennen op de Antwerpse academie, wordt dus enthousiast onthaald.

Aerts: „We beslissen niet op voorhand dat een voorstelling geen tekst zal bevatten. Meestal ontdekken we tijdens de voorbereidingen dat we zaken beter in beelden kunnen zeggen, waarom dan tekst gebruiken? Soms gebruiken we woorden, zo brabbelden de acteurs in ons laatste stuk een onbestaand Italiaans dialect en zal in de volgende voorstelling worden gezongen.” Maar, benadrukt Aerts, hóé iets gezegd wordt is even belangrijk als wát er gezegd wordt. „Inhoud en beeld zijn voor ons gelijkwaardig.”

Onderbuik

De voorstellingen van het gezelschap, met een minimum aan woorden en plot, werken meer op de onderbuik dan cerebraal. Als je Aerts met spartelende benen en een touw rond de nek aan een paal ziet hangen, bekruipt je het gevoel van ‘als dit maar goed gaat’. „Dat is een risicovolle scène”, vertelt de Belg, „dat doen we bewust. Wij vinden de hier-en-nu-ervaring van theater belangrijk, dat toeschouwers het gevoel hebben dat ze naar iets eenmaligs kijken en morgen niet dezelfde voorstelling zullen zien.” Daarom neemt het gezelschap risico’s. Aerts: „Wij werken bijvoorbeeld graag met groepen figuranten of kinderen. Je kunt hen wel een beetje sturen, maar het blijft spannender.”

Ook bij de keuze van de titel Terminator Trilogie speelden eerder onderbuikgevoelens dan rationele overwegingen mee. „We wilden oorspronkelijk werken rond die filmtrilogie van James Cameron”, vertelt Aerts, „cultfilms uit de jaren 80 en 90, een periode waarin alle FC Bergmanleden zijn opgegroeid. Gaandeweg werd duidelijk dat we het meer zouden hebben over de huidige staat van onze generatie, over de druk en verantwoordelijkheid die ‘totale vrijheid’ meebrengt. De titel vonden we echter mooi gelaagd – een trilogie van het beëindigen – dus hebben we hem behouden.”

Op de vraag of FC Bergman niet wat té gevoelsmatig of ondoordacht werkt, reageert Aerts heftig: „Het lijkt of wij eerst iets maken en er dan een uitleg aan geven, maar dat is niet het geval.” Op praktisch gebied noemt Aerts het gezelschap wel onbezonnen: „We willen vaak scènes creëren die technisch en financieel voor een beginnend gezelschap onhaalbaar zijn.” Doordat de zes zich echter niet door praktische bezwaren laten tegenhouden, bereiken ze fenomenale dingen. Zo trommelen ze probleemloos vijftig figuranten op voor één overweldigende scène (Terminator Trilogie), zweven er soms schapen door de lucht (Voorproef op fragmenten van een nieuwe wereld) of bouwen ze zelf een heel dorp na op het podium (300 el x 50 el x 30 el).

Hun roekeloosheid wijt Aerts aan de drang de lat steeds hoger te leggen. „Uit vorige voorstellingen wisten we dat we met verrassende locaties en figuranten indrukwekkende scènes konden creëren, daarom gaan we nu aan de slag met één man op een kale vlakte.” En dat dan ook nog eens in de openlucht: eerst in de Antwerpse haven en straks op Oerol. Weer zo’n doelbewust risico, want het Belgische en Nederlandse weer laat zich nog moeilijker sturen dan figuranten of kinderen.

    • Sabeth Snijders