Ruw ontwaakt uit een roes van ontkenning

Na het verlies van Oranje tegen Duitsland is de vraag onontkoombaar: is Nederland nog wel een topland onder de voetbalnaties? Eigenlijk zat de sleet er twee jaar geleden al op bij het WK, toen Oranje op een on-Hollandse manier tweede werd.

Nederland, Utrecht, 13 juni 2012 De familie Wallenburg uit de Utrechtste Sterrenwijk bekijkt in en woning aan het Keerkringplein de wedstrijd Duitsland - Nederland (2-1). Het geloof in een goede afloop voor Oranje neemt met de minuut af. Foto: Thomas Bokeloh

Charkov. - Het Nederlandse voetbal maakt een harde landing. Plotseling dringt het besef door dat het niveau van de Hollandse School ondermaats is. Nederland lijkt geen topland meer, de mythe van het ‘grote Oranje’ ligt aan gruzelementen.

Vanwaar die schokgolf onder kenners, fans en liefhebbers? Zij leefden tot kort voor het EK in een roes van ontkenning. Nee, het lag alleen aan de tactiek – Huntelaar of Van Persie – aan de warmte en gebrek aan succes bij de topspelers: de gemiste penalty van Robben bij Bayern, de blessures van Sneijder. Van dergelijke tegenslagen hadden de Duitsers van tevoren ook ruimschoots last, maar het team van Joachim Löw zette Nederland gisteravond met gemak aan de kant. Duitsland is Nederland aan alle kanten gepasseerd. De Duitsers zijn niet alleen effectiever, maar spelen ook beter voetbal.

Eigenlijk had iedereen de deceptie kunnen zien aankomen. In de oefenwedstrijd, november vorig jaar, toonde Duitsland zich al superieur, met gedreven, modern voetbal, gedragen door wereldspelers als Mesut Özil en Bastian Schweinsteiger. Het was een eerste serieuze waarschuwing dat Nederland niet meer van wereldklasse was. Wie verder terugkijkt, moet misschien concluderen dat de sleet er tijdens het WK twee jaar geleden al op zat. Natuurlijk, Oranje werd tweede, maar wel op een on-Hollandse manier en met een flinke portie geluk, bijvoorbeeld in de kwartfinale tegen Brazilië (2-1). Verschil met nu is dat het Nederlands elftal toen als team beter in elkaar stak en meer controle op de wedstrijden had.

Bert van Marwijk leed gisteren in het hete Charkov in meerdere opzichten een nederlaag. Gebrek aan lef en flexibiliteit valt hem te verwijten. Nadat hij al ruim een half jaar zoekende was naar het ‘WK-gevoel’ van twee jaar terug, viel de bondscoach gisteren op de rand van de uitschakeling dan toch van zijn geloof. Met het na de rust inbrengen van Klaas-Jan Huntelaar en Rafael van der Vaart voor Ibrahim Afellay en Mark van Bommel legde Van Marwijk de verantwoordelijkheid bij de spelers, die vinden dat Nederland juist met aanvallend voetbal het verschil moet zien te maken. Wesley Sneijder: „Er kwam na de rust meer voetbal in. Het elftal dacht meer vooruit, maar is ook kwetsbaarder. Maar we moesten risico’s nemen. Tegen Portugal moeten we dat misschien meteen vanaf het begin doen. Dat wordt puzzelen. Maar die puzzel is niet voor mij. Die is voor de bondscoach.”

Bert van Marwijk was lang van mening dat het Nederlands elftal alleen optimaal kan presteren als er achter vier creatieve aanvallers tal van zekerheden worden ingebouwd. Zo moesten Mark van Bommel en Nigel de Jong ook gisteren weer de wankele viermans defensie van Oranje ondersteunen. Het was hopen op ingevingen van de spitsen.

Oranje haalde met dit systeem de WK-finale, maar het huidige elftal is een schim van die succesploeg. De vedetten van toen zijn twee jaar ouder, de verdediging is verzwakt en tactisch heerst er anarchie. Ook qua positiespel, altijd de grote kracht van de Hollandse School, was Oranje gisteren onherkenbaar.

Het Nederlands elftal faalde tegen Duitsland in alle linies. De centrale verdedigers John Heitinga en Joris Mathijsen kregen geen greep op de twee keer scorende Mario Gomez, de controleurs Van Bommel en De Jong lieten de aangever Bastian Schweinsteiger op cruciale momenten los en de vier aanvallers van Oranje opereerden allerminst als een doeltreffend kwartet.

Het elftal van Joachim Löw speelde slimmer, was effectiever, toonde op de juiste momenten lef, maar opereerde bovenal als een ploeg. Bert van Marwijk zag bij een 2-0 achterstand eindelijk in dat zijn tactische concept niet meer werkte en schakelde over op een alles-of-niets-spelletje. De internationals leken even bevrijd uit het keurslijf van de bondscoach, maar kwamen niet verder dan een aansluitingstreffer van Robin van Persie.

Het was veelzeggend dat Van Marwijk direct na het rustsignaal aan Huntelaar en Van der Vaart het teken gaf dat ze mochten invallen. Beide spelers zijn al weken getergd en hadden het vertrouwen in de bondscoach langzaam maar zeker verloren. Oranje speelde in de tweede helft op de manier waarmee in de EK-kwalificatiereeks op imponerende wijze Zweden en Hongarije werden verslagen. Het Nederlands elftal revancheerde zich gisteren in de tweede helft enigszins met een doelpunt van Robin van Persie, maar kwam geen moment in de buurt van een gelijkspel. Van Marwijk legde na afloop een deel van de schuld bij de verdediging en de controleurs die in zijn ogen „niet voldoende lef hadden getoond”. Mathijsen reageerde geïrriteerd op die veronderstelling. „Nee, ik weet niet wat ik daarop moet zeggen. We moeten onze fouten analyseren’’, zei hij. „We maken fouten. Schweinsteiger mag absoluut niet zo vrijkomen. Maar ja, dit is topvoetbal.’’

Aanvoerder Van Bommel werd gewisseld nadat hij Schweinsteiger bij herhaling had laten lopen. De schoonzoon van de bondscoach moet voor zijn positie vrezen als Van Marwijk de lijn van de tweede helft wil doortrekken tegen Portugal. „De trainer maakt de keuze om mij te wisselen. Daar moet ik mij bij neerleggen. In de tweede helft wilde hij wat corrigeren, maar helemaal overtuigend was het niet”, stelde Van Bommel.

Het Nederlands elftal dreigt in meerdere groepjes uiteen te vallen en Van Marwijk slaagt er nauwelijks in de rijen gesloten te houden. Op initiatief van de spelers ging de selectie voor het duel met Duitsland gezamenlijk uit eten in het centrum van Krakau. Het groepsgevoel moest volgens spelers als Sneijder en Van Bommel worden versterkt. Verschillende ego’s zouden het groepsproces ondermijnen. Zo verbazen sommige internationals zich erover dat Van Persie tijdens het EK ieder contact met de pers mijdt. En ook gisteravond verliet de spits zonder een woord te zeggen het stadion in Charkov voor de lange terugreis naar Krakau.

Na twee nederlagen zonder veel perspectief stapelen de irritaties zich op bij Oranje. De zekerheden zijn verdwenen. Het komt zelden voor dat een land bij opeenvolgende toernooien succesvol is. Nadat Oranje in 1988 Europees kampioen werd, speelde het een dramatisch WK in 1990. De huidige generatie internationals lijkt al in Zuid-Afrika te hebben gepiekt.

Twee wedstrijden, nul punten. Het Nederlands elftal moet zondagavond met minimaal twee doelpunten verschil winnen van Portugal om nog een kans te maken op een plaats in de kwartfinales. Bovendien moet Denemarken op hetzelfde tijdstip verliezen van Duitsland, dat zelf genoeg heeft aan een gelijkspel om zich te plaatsen. „De automatismen zijn er niet meer’’, sprak Wesley Sneijder na afloop. „Misschien moeten we het de komende drie dagen totaal anders gaan doen.’’

De Standplaats Oranjekoorts in Sterrenwijk