Rechter roept smartphone-producenten tot de orde

Een Amerikaanse rechter heeft wellicht de zeepbel van de rechtszaken rond smartphones laten leeglopen. Apple, Samsung en Google’s Motorola Mobility voeren een wereldwijde juridische strijd over de rechten op de technologie achter de diverse snufjes op touchscreen-toestellen. Maar in een gerechtelijke uitspraak van vorige week worden de extravagante claims van de producenten weggezet als trucjes om concurrentievoordeel te behalen.

Apple is het concern dat in deze strijd de leiding heeft genomen, analoog aan de belofte van oprichter, wijlen Steve Jobs, om „een kernoorlog te beginnen” tegen smartphones die Google’s Android-software gebruiken. Het concern, met een marktwaarde van 540 miljard dollar (429,4 miljard euro), heeft tientallen rechtszaken lopen over vermeende patentschendingen.

Er werden kleine overwinningen geboekt, zoals het verbod dat een Duits hof in februari uitsprak over de imitatie door Motorola van de manier waarop de iPhone met een ‘schuifje’ wordt afgesloten. Maar Apple’s concurrenten hebben teruggeslagen. Een ander Duits gerechtshof heeft Apple er eerder dit jaar van weerhouden gebruik te maken van de door Motorola bedachte wijze waarop je wordt gewaarschuwd als er een e-mailtje binnenkomt.

Rechter Richard Posner koos afgelopen week voor verfrissende helderheid. In plaats van Apple en Motorola ter wille te zijn met wéér een rechtszaak, oordeelde hij dat geen van beide bedrijven kon aantonen schade te hebben ondervonden van eventuele patentschendingen. Motorola heeft misschien de rechten van Apple geschonden op een indicator die aangeeft hoe vol de batterij nog is, maar de eis van Apple – een schadevergoeding van 14 miljoen dollar – was volgens Posner ‘bizar’.

Bij andere rechters lijkt het geduld nu ook op. Vorige week, toen Apple om een uitspraak vroeg om de verkoop van bepaalde smartphones van Samsung tegen te houden, waarschuwde rechter Lucy Koh dat andere rechtszaken hierdoor werden opgehouden. „Ik heb geen zin om me louter met Apple en Samsung bezig te houden”, zei ze.

Maar Posner, een goeroe op het gebied van het intellectueel eigendom, zou wel eens de eerste jurist kunnen zijn die wijst op de inhoudelijke gebreken van dergelijke rechtszaken. Bedrijven kunnen wel beweren dat bepaalde snufjes van essentieel belang zijn voor smartphones, maar de economische waarde daarvan is doorgaans niet zo groot. Concurrenten die deze snufjes niet meer mogen imiteren bereiken hun doel vervolgens toch wel via een omweg. En de betreffende patenten worden vaak ongeldig verklaard.

Net als bij veel gevechten rond technologische patenten is de juridische strijd rond smartphones er vooral op gericht de concurrentie pootje te lichten. Dat is begrijpelijk als je bedenkt wat er op het spel staat in de smartphonesector van 200 miljard dollar. Maar het kan de innovatie in de kiem smoren als het risico om voor de rechter te worden gesleept de investeringen in onderzoek en ontwikkeling ontmoedigt. De winsten – en uiteindelijk de keuzevrijheid van de klanten – zijn dan de pineut. Het is zinvol de waarschuwing van Posner serieus te nemen. In plaats van de rechterlijke macht te misbruiken, zouden smartphoneproducenten hun strijd gewoon op de markt moeten uitvechten.

Reynolds Holding

Vertaling Menno Grootveld