‘Protectionisme lost nationaal niks op’

Volgende week vergadert de G20 in de Mexicaanse badplaats Los Cabos. „Internationale handel blijft de beste motor voor banen”, zegt de Mexicaanse minister Bruno Ferrari.

Bruno Ferrari, de minister van Economische Zaken van Mexico, heeft nierstenen. Maar hij negeert de pijn. Hij heeft pas weer tijd om ziek te zijn na de vergadering van de landen van de G20, volgende week maandag en dinsdag in de Mexicaanse kustplaats Los Cabos. Tot die tijd gaat al zijn energie naar de missie van het gastland: het promoten van vrijhandel.

Van alle landen in de wereld heeft Mexico de meeste vrijhandelsakkoorden. De barrières met 44 landen zijn afgebouwd, een territorium dat goed is voor zo’n 60 procent van de internationale economie. Bekend is NAFTA, het akkoord met de Verenigde Staten en Canada. Maar Mexico tekende ook een wirwar aan kleinere, bilaterale verdragen. Bijvoorbeeld met Colombia, Peru en Japan.

„Ons model bewijst dat handel zorgt voor nieuwe banen”, zegt Ferrari, die stijfjes in zijn stoel zit na een bezoek aan het ziekenhuis die ochtend. Hij vindt het onzinnig dat veel landen belang hechten aan een positieve handelsbalans. Mexico maakt zich niet druk over de verhouding tussen import en export, het doel is het opstuwen van de gehele handelsstroom.

Het is een onderscheidend geluid op een continent waar veel landen hun markten afschermen, inclusief Brazilië en Argentinië, de enige twee andere Latijns-Amerikaanse leden van de G20. Mexico is dan ook verbolgen over de nationalisatie door Argentinië van de belangen van het Spaanse oliebedrijf Repsol in april. Helemaal het verkeerde signaal, en dat zo vlak voor de internationale top.

Vreest u schade van het Argentijnse voorbeeld?

„Laten we dat alstublieft geen voorbeeld noemen, maar een geval. Mexico heeft duidelijk tegen Argentinië gezegd dat dit niet de juiste weg is. De zaak speelt tussen Spanje en Argentinië, maar de nationalisatie van Repsol kan zeker schadelijk zijn voor het imago van onze regio. Investeerders zoeken landen waar hun belangen veilig zijn.”

Wat kan Mexico doen?

„We praten veel met Argentinië, net als we ook altijd met Brazilië doen. Gelukkig hebben we onze relaties goed kunnen houden. Zij hebben een andere manier om hun economie te managen; ze mikken op het versterken van hun interne markt met behulp barrières. Wij geloven juist dat we alles moeten opengooien. De toekomst zal uitwijzen wie gelijk heeft.”

Vindt u het geen valide argument dat deze landen banen moet scheppen?

„Ja, maar protectionisme is niet de manier om dat te doen. Problemen in de binnenlandse economie kunnen niet worden opgelost met het optrekken van barrières. Landen moeten hun financiën op orde stellen, net zoals Mexico in de jaren negentig heeft gedaan. Ze moeten werk bieden aan nieuwe generaties. Niet tijdelijk werk door het afschermen van de markt, maar solide werk voor de lange termijn.”

Heeft de internationale crisis niet laten zien dat open economieën vatbaar zijn voor besmetting?

„Internationale handel blijft de beste motor voor banen, ook nu de wereldeconomie zwak is. Eén op de vijf Mexicanen werkt in een bedrijf dat internationaal actief is. De salarissen in deze bedrijven liggen ruim 30 procent hoger. We moeten denken in wereldwijde productieketens, waarbij iedereen doet waarin ze het beste zijn. Dat betekent dat je de concurrentie ook wel eens verliest.”

Mexico is van oudsher afhankelijk van de Verenigde Staten en ook van Europa. Voelt Mexico hun economische problemen?

„Onze oude partners groeien minder sterk dan wij, dus de afgelopen jaren hebben we onze markten gediversifieerd. Vorig jaar is onze handel met Azië en Latijns-Amerika sterk gegroeid en we werken aan verdere integratie in onze regio. We vormen sinds kort de Pacifische Alliantie met landen als Colombia, Peru en Chili – allemaal landen die geloven in vrijhandel.”

Kan de groei in opkomende markten Europa uit het dal trekken?

„Het is een deel van de oplossing, maar niet genoeg. Ik verwacht niet dat landen als Mexico veel gaan importeren uit Europa, maar wel dat onze bedrijven in Europa gaan investeren. Mexicaanse delegaties reizen al naar Europa om te kijken naar kansen. Tegelijkertijd brengen bijvoorbeeld veel Spaanse investeerders hun geld naar Mexico omdat ze hier een hoger rendement verwachten.”

Alle internationale promotie van vrijhandel ten spijt, heeft Mexico zelf ook nog een aantal beschermde sectoren.

„Mexico heeft nog meer hervormingen nodig. Zoals een nieuwe arbeidswet waardoor het aantrekkelijker wordt voor bedrijven om jonge mensen aan te nemen. President Calderón heeft dat ook geprobeerd.”

Waarom is het niet gelukt?

„Het gekke is dat alle politieke partijen het erover eens zijn dat Mexico verder moet hervormen, bijvoorbeeld het liberaliseren van de energiesector. Maar om politieke redenen wordt iedere voortgang tegengehouden. Ongeacht wie de nieuwe president wordt (Mexico stemt op 1 juli, red.), moet de volgende regering verder gaan met hervormen.”

    • Ykje Vriesinga