Jonckbloetplein

Veel te zenuwslopend, zo’n wedstrijd. Ik bracht ’m incommunicado door aan het Scheveningse strand. Daar boeddhistisch wachten en naar schepen in de verte staren.

Iemand had die middag dit getwitterd: „Jaaa rellen tonight @ Jonckbloetplein (Den Haag)”. Het zou gebeuren, ongeacht de uitslag.

Verder dan een zijstraat van het Jonckbloetplein kwam ik niet. Het gebied was afgezet door de politie. Daar hoorde ik ook de uitslag: 1-2. Ik kreeg niet veel tijd om het verlies te verwerken. De pas moest erin. ME’ers liepen zij aan zij door de straat en dreigden met geweld of arrestatie als we niet vertrokken. Ik holde met een groepje tieners de hoek om. Toen de ME’ers in hun bus stapten, stroomde de straat weer vol. In de verte klonk vuurwerk. Relbeluste jongens op Vespa’s reden af en aan. Een man met een retro-matje in zijn nek verwoordde onze gedachte: „Als ze [politie] nou gewoon oprotten met hun busjes en motors, dan gaan de mensen wel weer vanzelf naar binnen.”

Het was een beetje de-kip-of-het-ei verhaal: was er nou zoveel politie omdat er zoveel mensen op straat stonden, of stonden er zoveel mensen op straat omdat er zoveel politie was?

Na nog een keer voor de ME gehold te hebben, ging ik een snackbar binnen om een döner te eten.

„Nederland niks”, zei de snackbarhouder.

Een klant die op zijn Kapsalon wachtte – de hap die bestaat uit friet bedekt met shoarma, en die wordt afgetopt met gesmolten Goudse kaas, antwoordde: „Wij winnen van Portugal, dan Denemarken verliezen van Duitsland, dan wij misschien door.”

Buiten hoorde ik een taxi claxonneren. Dit vrolijke gebruik om de overwinning te vieren, werd nu gebruikt om het verlies erin te wrijven.

„Alle Joden zijn homo’s!”, zong een groepje op het Jonckbloetplein, dat ik pas na middernacht wist te bereiken.

Ik was mij nog aan het verbazen over een jongen die tegen een andere jongen in een portiek zei: „Steek me dan! Steek me dan!”, toen ik iets wonderlijks zag. Er reed weer een ME-busje voorbij en het kreeg twee welgemikte stenen te verduren. Maar ook een vlag aan een stok. Een rood-wit-blauwe Nederlandse vlag. Iemand in een van de flatgebouwen zag het ME-busje en besloot het te bekogelen met de nationale driekleur. Hoe erg kun je het gehad hebben met Nederland?

„Rennen!”, klonk het. Een stuk of vijftien jongens renden mijn kant op. Ik zag een ME-busje achter ze aan racen. Ik had de ME’ers waarschijnlijk toch niet goed kunnen uitleggen dat ik niets te maken had met die vijftien hollende Marokkaanse en Turkse jochies, dus ik rende met ze mee. In een van de woningen die ik voorbij holde, zag ik een stel op de bank zitten, Oranje shirtje aan. Ik ving een glimp op van de tv-beelden waar ze naar keken. Arjen Robben, in de nabeschouwing. De jongen keek zo beteuterd dat ik dacht: O, de nationale identiteitscrisis die ons te wachten staat als we zondag weer verliezen!

    • Hassan Bahara