Ieder woord vol pret wikkend

Tom Eekman maakte deel uit van een bijzondere generatie slavisten. Hij vertaalde vele schrijvers, maar Tsjechov was zijn favoriet.

Tom EEKMAN,vertaler Russisch.foto VINCENT MENTZEL/NRCH.Laren,Rosa Spierhuis,14 dec.2004==F/C==

Tom Eekman heeft in zijn leven zowat iedere grote Russische schrijver vertaald, van Tsjechov, Toergenjev en Herzen tot Boelgakov, Boenin en Mandelstam. Daarmee is hij een van de meest vooraanstaande vertegenwoordigers van de hoogstaande vertaaltraditie uit het Russisch, die na WO II dankzij uitgever Geert van Oorschot en Charles B. Timmer in Nederland ontstond.

Eekman, die 9 juni op 89-jarige leeftijd overleed, studeerde in Amsterdam Slavische talen aan de Gemeente Universiteit bij Bruno Becker, een Russische historicus die na de revolutie van 1917 naar Nederland was uitgeweken. Tot diens leerlingen behoorde vrijwel iedereen die in slavistenkringen naam zou maken: Karel van het Reve, Jan Willem Bezemer, Jan van der Eng, Jan Meijer en Carl Ebeling, die allen hoogleraar zouden worden.

In Praag werkte Eekman van 1947 tot 1948 aan een dissertatie over Tsjechov, waar hij getuige was van de Russische inval. Hij keerde onmiddellijk terug naar Nederland, waar hij met zijn vriend Karel van het Reve het Rusland-instituut opzette. Toen hij begin jaren vijftig las dat Van Oorschot een Russische Bibliotheek wilde opzetten, bood hij de uitgever in meteen zijn diensten en die van Van het Reve en Meijer aan. Het gevolg was dat zij voor Van Oorschot mochten vertalen.

In 1966 vertrok Eekman met zijn vrouw naar de Verenigde Staten, waar hij een hoogleraarschap aan de Universiteit van Los Angeles kon krijgen. Hij zou er tot 2000 blijven. Kort na het overlijden van zijn vrouw in 2001 ging Eekman in het Rosa Spierhuis in Laren wonen. Zocht je hem daar op, dan kon je hem behalve aan zijn bureau ook achter de piano aantreffen, want naast een groot geleerde was hij een voortreffelijk pianist.

In het kunstenaarsrusthuis verscheen van zijn hand een sublieme vertaling van het nooit eerder in het Nederlands uitgebrachte dichtwerk Pan Tadeusz van Adam Mickiewicz – de Goethe van Polen. Ook vertaalde hij Dubravka Ugrešic uit het Servo-Kroatisch.

Voor zijn vertalingen van Ljeskov en Tolstoj kreeg Eekman in 1981 de Martinus Nijhoff Prijs. Het was de kroon op zijn werk. Maar Tsjechov bleef zijn grote liefde. Dat bleek toen hij met Anne Stoffel en Aai Prins in 2005 en 2006 een nieuwe, alom bejubelde vertaling van diens werk maakte in de Russische Bibliotheek.

Toen ik hem daarover interviewde, kon hij het niet nalaten om even met zijn medevertalers te telefoneren om met hen te kissebissen over de juiste vertaling van een enkel Russisch woord. Op zo’n moment had hij de grootste pret.

    • Michel Krielaars