Ideologisch gevecht over redding van euro

Aan de vooravond van de Griekse verkiezingen laait de strijd tussen Frankrijk en Duitsland weer op. Ziet Merkel dan niet dat Spanje op uitglijden staat en Italië dreigt mee te trekken?

De adrenaline raast weer door de eurozone. Kredietbeoordelaar Moody’s gaf Spanje gisteren een downgrade. Cyprus onderhandelt met het Europees noodfonds én Rusland over leningen. En in Italië komt premier Monti in een steeds moeilijker parket. De Griekse verkiezingen, zondag, kunnen de eurocrisis laten exploderen. En wat doen Frankrijk en Duitsland? Die lijken vooral in een ideologische strijd verwikkeld over de oplossingen.

Volgens de Financial Times van vandaag heeft president François Hollande zijn plan voor euro-obligaties in een la gelegd, voor later. In plaats daarvan zou hij op de Europese top van 28 en 29 juni willen voorstellen om het nieuwe noodfonds ESM direct aan Europese banken te laten lenen.

Dat kan door het fonds een bankvergunning te geven, zodat het net als andere banken goedkoop krediet kan krijgen bij de Europese Centrale Bank. Ook zou Hollande het toezicht op grote Europese banken uit handen van nationale toezichthouders willen halen, en overhevelen naar de Europese Centrale Bank.

Vanuit Berlijn komen andere geluiden. Voor zulke plannen zou een tijdrovende Europese verdragswijziging nodig zijn en daar is nu geen tijd voor. Bovendien vinden de Duitsers dat er eerst meer structurele, politieke eenheid moet komen in de eurozone en dan pas kun je dit soort kortetermijn maatregelen nemen. Bondskanselier Angela Merkel zei vandaag dat Europa een „Hercules-taak” van verdere integratie wacht. Samen met Europese instanties als de Commissie en de Europese Centrale Bank werkt zij aan plannen voor strakkere Europese controle op nationale begrotingen en banken.

Met een crisis die voor het eerst sinds november 2011 weer fel oplaait, en met de zoveelste top van regeringsleiders in het vooruitzicht, is het echter normaal dat Fransen en Duitsers verschillende voorstellen doen. Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt – integendeel. Er zit zelfs een zekere voorspelbaarheid in. Een hoge Europese functionaris zei eens: „Frankrijk doet de beste voorstellen in deze crisis. Zij willen het vuur in één keer uittrappen met zoveel mogelijk geld. Als we hun voorstellen gevolgd hadden, was de crisis nu voorbij. Duitsland trapt altijd op de rem. Want dat geld is hún geld. Zij stellen dus voorwaarden: landen moeten bezuinigen, hervormen. Zonder Duitsland zou Europa nooit een jota veranderen”.

Sommigen noemen dit verschil in aanpak zelfs cultureel bepaald. De noorderlingen geloven in zonde en boete in het heden: verbeter jezelf vóór je de geest geeft. De katholieken in het zuiden bewaren dit voor het hiernamaals.

De manier waarop de besluiten in de eurozone worden genomen, maakt dat Frankrijk en Duitsland zich vlak voor een top ingraven in tegengestelde posities. Je moet altijd meer vragen dan je kunt krijgen. Dan heb je wat weg te geven en vind je makkelijker een compromis. Zo is de euro zelf tot stand gekomen. Helmut Kohl wilde na de val van de Muur de twee Duitslanden herenigen. François Mitterrand was bang voor zo’n machtig buurland, maar greep zijn kans om wisselgeld te vragen dat de Duitsers nooit eerder wilden geven: de euro. De D-mark was dé Europese munt.

Andere landen hadden daar niets over te zeggen. Dankzij de eenwording verving de euro de mark - met dit verschil dat de Fransen er, via de ECB, over konden meebeslissen.

De crisis komt voort uit het feit dat Frankrijk en Duitsland, om politieke redenen, te snel en met te verschillende ideëen in de euro zijn gestapt. Merkel wil dat nu rechtzetten. Ze wil dat landen éérst meer soevereiniteit opgeven, zodat de euro beter stabiel te houden is. Parijs wil meer brandblussers en crisisinstrumenten maar beperkt liefst die soevereiniteitsoverdracht. Ziet Merkel dan niet, klinkt het in Parijs, dat Spanje op uitglijden staat en Italië mee kan trekken? En dat het noodfonds door Duitse zuinigheid te weinig geld bevat om beide landen te stutten? Tot de dag van vandaag proberen beide landen hun eigen aanpak te laten prevaleren.

Voor beide invalshoeken is wat te zeggen. Op weg naar de oplossing doen ze allebei water bij de wijn, met tegenzin. Dat Hollande eurobonds laat vallen en Merkel niet tegen banktoezicht bij de ECB is, is een stap. Ook over financiële transactiebelasting lijkt een deal in de maak – die kan dienen voor Europese bankresolutie. „De grote vraag is ,” zegt een betrokkene, „of Merkel en Hollande het schip op tijd in de haven krijgen. De kans op ongelukken stijgt met de dag.”

    • Caroline de Gruyter