'Het Syrische bewind is langzaam aan het sterven'

De wereld moet erkennen dat Syrische volk het recht heeft zich gewapend te verzetten. Dan zorgt de oppositie zelf wel voor haar wapens, zegt een prominente dissident.

Syrian doctor and artist Kamal al-Labwani (C), one of the Syrian opposition leaders, poses as he participates in a protest which denounced the killing of Syrian children by Russian arms, in front of Le Louvre museum on June 12, 2012 in Paris. The event takes place as the Eurosatory 2012 defence and security exhibition runs in Villepinte near Paris until June 15. UN peacekeeping chief Herve Ladsous said on June 12 that Syria is now in a full-scale civil war as President Bashar al-Assad's military battles opposition forces around the country. AFP PHOTO / PIERRE VERDY AFP

Al in 2000, direct na het aantreden van Bashar al-Assad als president van Syrië, eisten Kamal Labwani en zijn medestanders democratische hervormingen. Het was de tijd van de Lente van Damascus, en Assad beloofde verandering. Maar dissident Labwani kwam jarenlang in de cel terecht in eenzame opsluiting.

„We vragen nog steeds om hervorming, en hij antwoordt nog steeds met arrestaties, foltering en valse beloften”, zegt Labwani.

Hij werd in 2004 vrijgelaten, maar in 2005 weer vastgezet na een lobbyreis om steun te vragen voor de Syrische oppositie door Europa en de Verenigde Staten. Afgelopen november, zes jaar later, kwam hij pas weer vrij. „Ik had mijn straf al uitgezeten en toen probeerden ze me te dwingen een dialoog te beginnen met het regime! Ik weigerde en ging in hongerstaking. Toen lieten ze me vrij.

„Toen het volk vorig jaar ging demonstreren voor hervorming antwoordde Assad met artillerievuur. En nu beschuldigt hij ons ervan niet met hem in dialoog te willen gaan! Wij vragen al twaalf jaar om een dialoog en hij antwoordde met de gevangenis. En nu weigeren wij te praten met mensen die doden. Wanneer hij en zijn regime verdwenen zijn, kunnen we met zijn allen gaan praten.” Labwani was vorige week op uitnodiging van de European Foundation for Democracy in Brussel, een organisatie die ijvert voor democratie, om in het Europees Parlement zijn verhaal te doen.

In de korte periode in 2005 toen hij op vrije voeten was, organiseerde Labwani ook al demonstraties in Damascus voor opheffing van de noodtoestand, het repressiewerktuig van het regime. „Maar de mensen reageerden toen nauwelijks, wegens de dictatuur, de corruptie en de criminele praktijken in de gevangenissen. Nu geeft internet – Facebook, skype – ons de mogelijkheid met elkaar te coördineren en de veiligheidsdiensten te verslaan.”

Labwani is een felle tegenstander van Assads regime, maar haast even fel bestrijdt hij de grootste Syrische oppositiecoalitie, de Syrische Nationale Raad. Na zijn oprichting in september in Istanbul lijfde de organisatie Labwani in – ongevraagd zegt hij, omdat hij een van de tien gevangenen was van de Lente van Damascus. Maar in maart stapte hij woedend op uit de beweging, samen met verscheidene andere kopstukken.

In het bijzonder neemt hij het de organisatie kwalijk dat ze zo lang heeft ontkend dat de oppositie binnen Syrië de wapens had opgenomen tegen het regime omdat het buitenland dat niet wilde horen. „Drie maanden na het begin van de revolutie namen de mensen de wapens op om zich te verweren tegen de wrede aanvallen van het regime en omdat ze wisten dat er geen andere mogelijkheden waren. Ik vroeg de Syrische Nationale Raad te helpen de militaire actie te organiseren om te waarborgen dat we op een goede manier te werk gingen. Maar de raad bleef maar liegen: er zijn geen groepen, er zijn geen wapens.”

De raad kent geen democratie of transparantie, de fundamentalistische Moslimbroederschap heeft een dominante positie en gebruikt die als uitgangspunt om te zijner tijd aan de macht te komen, zegt Labwani. Zijn kritiek kwam hem te staan op waarschuwingen van het State Department, Franse diplomaten, Saoedi-Arabië, Turkije. „Ze zeiden tegen me: je verwoest de oppositie, je helpt het regime. Je mag de raad niet kritiseren, dat is een rode lijn. Ik zei: ik heb ook rode lijnen. Ik heb tien jaar van mijn leven betaald om vrij te zijn. Ik moet mijn volk trouw zijn.”

Labwani wil dat de SNC verdwijnt en dat de oppositie binnen Syrië bepaalt wie haar vertegenwoordigers in het buitenland zijn. „Laat wie in bloed betaalt bekendmaken wie hem vertegenwoordigt. Wat we nu hebben buiten Syrië staat volkomen los van wat er binnen gebeurt. Dat is het grote probleem. We moeten naar het volk luisteren en uitvoeren wat het wil.”

Hij zegt dat de internationale gemeenschap nu allereerst duidelijk moet bekendmaken dat het Syrische volk het recht heeft zich gewapenderhand te verdedigen tegen het regime. „We vragen niet om wapens. Andere vrienden zullen ons de wapens leveren. We vragen alleen: lever geen kritiek op het geweld. Het is geen geweld, het is verdediging.”

Syriërs in het buitenland, Arabische staten en individuele Arabieren zorgen voor de wapens, zegt hij. „Daarmee hebben we de werktuigen om deze slag te winnen. De regering is afhankelijk van haar tanks – zonder tanks geen regime. Als wij die tanks vernietigen valt het regime.

„We hoeven niet alle tanks te vernietigen. We moeten voor geloofwaardige dreiging zorgen. Als we een of twee tanks aanvallen trekt de rest zich terug, is onze ervaring. We moeten het regime duidelijk maken dat het niet onze steden kan blijven bezetten.”

Lang zal het niet meer duren, denkt hij. Een paar maanden misschien. „Want het regime bloedt meer dan het volk. Het volk kan zich vernieuwen, maar het regime niet. De tijd werkt tegen het bewind. Het is langzaam aan het sterven.”

    • Carolien Roelants