Gehakketak zonder einde

Hoewel er in Syrië volgens de VN „totale burgeroorlog” woedt, lijkt een internationale aanpak ver weg. Alle aandacht richt zich op Rusland.

A Nepalese human rights activist holds a placard during a protest rally against the human rights violation in Syria, organized by the Amnesty International outside the United Nations office in Katmandu, Nepal, Wednesday, June 13, 2012. The Obama administration said Tuesday that Russia is sending attack helicopters to Syrian President Bashar Assad's regime and warned that the Arab country's 15-month conflict could become even deadlier. (AP Photo/Niranjan Shrestha)

Redacteur Internationale betrekkingen

Terwijl het geweld in Syrië steeds hoger oplaait, is de internationale diplomatie verwikkeld in een schaduwgevecht. De hoop op een politieke oplossing wás al gering, maar is nu hard bezig helemaal te verdwijnen. Vijftien maanden na het begin van de crisis staan de Verenigde Staten en Rusland nog steeds recht tegenover elkaar.

De Amerikaanse regering maakte Rusland dinsdag opnieuw harde verwijten. Moskou zou het Syrische regime gevechtshelikopters leveren en daarmee een „dramatische escalatie van het conflict” veroorzaken, zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton. En gisteren zei ze dat Moskou zich snel „constructief” moet opstellen als het zijn „vitale belangen in de regio” niet wil verliezen. Als Rusland en China maar niet zo dwars lagen, betoogt Washington al meer dan een jaar, zou de internationale gemeenschap Bashar al-Assad wel kunnen doen inbinden.

Maar of Rusland (met op de achtergrond China) inderdaad de sleutel voor een oplossing in handen heeft, valt te betwijfelen. De situatie in Syrië is inmiddels zo ernstig dat ook de Verenigde Naties spreken van „een totale burgeroorlog”. Regeringstroepen bestoken woonwijken met zwaar geschut en zetten gevechtshelikopters in. De opstandelingen slagen er in het leger hard te treffen. Ondertussen vinden onder burgers, onder wie ook kinderen, bloedbaden plaats, die worden toegeschreven aan een regeringsgezinde militie.

Van het staakt-het-vuren waarin het vredesplan van bemiddelaar Kofi Annan voorzag is niets terechtgekomen. De 300 ongewapende VN-waarnemers die moesten toezien op naleving ervan, kunnen alleen maar hun best doen te getuigen van het geweld – en zelfs dát lukt niet, ze liggen geregeld zelf onder vuur. Het is moeilijk voorstelbaar dat tegen deze achtergrond nog enig vergelijk mogelijk is.

Rusland lijkt niet erg in zijn maag te zitten met zijn positie van dwarsligger, ondanks de verwijten dat het zich medeplichtig maakt aan bloedvergieten. Alle diplomatieke aandacht richt zich op Moskou: zijn er al tekenen dat de Russen Assad, hun bondgenoot in het Midden-Oosten, laten vallen? Zullen ze hun invloed in Damascus gebruiken om een aftocht voor hem te regelen? Of blijven ze het regime steunen, zoals ze steeds hebben gedaan, omdat dat hun een belangrijke steunpunt in de Arabische wereld geeft?

Rusland doet er toe. Dat levert het land erkenning en status op, weliswaar niet in morele zin, maar wel in machtspolitiek opzicht. Onlangs kondigde Rusland bijvoorbeeld een conferentie over Syrië aan, waarvoor ook Iran uitgenodigd zou moeten worden. Ook Kofi Annan wil Iran erbij.

Maar de Amerikaanse regering schoot het plan meteen af. Iran is als politieke vriend van Syrië deel van het probleem, aldus Washington, en zou daarom geen partner kunnen zijn bij het zoeken naar vrede. Dat je niet onderhandelt met je vrienden maar met je vijanden, is een wijsheid die in een verkiezingsjaar voor de Amerikaanse regering waarschijnlijk moeilijk te verkopen is in eigen land; dat met Teheran gesproken wordt over het nucleaire programma is al heikel genoeg.

Moskou zegt dat het in de VN-Veiligheidsraad een strenge resolutie tegen Assad blokkeert omdat het wil voorkomen dat het Westen een militaire interventie zal uitvoeren, zoals vorig jaar in Libië. De VS en hun bondgenoten voelen niets voor zo’n interventie. Maar de diplomatieke impasse die Rusland zo creëert, heeft het voordeel dat minder opvalt dat het Westen ook geen realistische oplossing voor Syrië heeft als Moskou wél zou meewerken.

Rusland ontkent dat het Syrië wapens levert die tegen burgers ingezet kunnen worden. „Overduidelijk onwaar”, aldus Clinton. En zo gaat het diplomatieke gehakketak door.

De positie van Assad wordt ondertussen gestaag ondergraven, dat kan Moskou niet voorkomen. Als hij valt, blijkt wat de Russische steun waard is geweest. Maar dat vermoedelijk onvermijdelijke gezichtsverlies neemt Moskou blijkbaar voor lief.

    • Juurd Eijsvoogel