Geen politieke correctheid

‘Je schotelt je lezers steeds beurshandelaren en beursmakelaars en fusies en overnamebankiers voor”, schreef hij in een e-mail. „Die gasten vormen 5 procent van de financiële wereld. Komen de 95 procent nederige ploeteraars ook eens aan het woord?” Als ik het fout deed, noemden ze me ‘cunt’ Daar zitten we, korte tijd later, in een

‘Je schotelt je lezers steeds beurshandelaren en beursmakelaars en fusies en overnamebankiers voor”, schreef hij in een e-mail. „Die gasten vormen 5 procent van de financiële wereld. Komen de 95 procent nederige ploeteraars ook eens aan het woord?”

Als ik het fout deed, noemden ze me ‘cunt’

Daar zitten we, korte tijd later, in een Starbucks in Canary Wharf. Hij is een Britse Aziaat van eind twintig, opvallend gespannen en licht archaïsch formulerend.

Tot zijn ontslag vorig jaar was dit vijf jaar lang zijn werkterrein, het complex van glazen wolkenkrabbers dat Canary Wharf heet. Als nederige ploeteraar werkte hij in ‘back-office’, een term die mensen die daar werken nooit gebruiken. Zij zeggen ‘ops’, van operationele support. Ruwweg doen ze het digitale papierwerk rondom de aan- en verkopen door de handelaren op de beurs. In het jargon zijn zij een ‘kostencentrum’, terwijl de handelaren in ‘front-office’ de ‘regenmakers’ heten.

Hij mist het werk. „In de weken na mijn ontslag ging ik soms naar de Wharf. Nam dezelfde uitgang van de metro, langs de trap, dan via dezelfde route naar kantoor. Vanochtend heb ik me er toe gezet dat niet te doen.”

Zijn droom was zelf beurshandelaar te worden. Daartoe had hij, ooit, een stage weten te regelen op een beursvloer, vijf jaar terug. Een onvergetelijke ervaring. „Als handelaar zit je in de frontlinie, je neemt razendsnel beslissingen en je wint of je verliest, niks er tussenin.” De sfeer beviel hem ook: „Ik moest ontbijt voor ze halen en als ik ’t fout deed, noemden ze me ‘cunt’. Dat is het ergste woord in de Engelse taal. Geweldig: geen politieke correctheid.”

Met een eerlijkheid die in Engeland ‘verfrissend’ heet, noemt hij nog een voordeel op: client entertainment. Handelaren worden door beursmakelaars mee uitgenomen, in ruil voor hun orders: dure clubs, restaurants, Wimbledon, Olympische Spelen, stripclubs en hoeren. „Om daarvan de begunstigde te zijn, dat moet geweldig zijn.”

Zijn stage leidde vijf jaar geleden niet tot een baan als handelaar, en dus besloot hij bij een grote bank te gaan werken, om zich vanuit back-office omhoog te werken. Zo gaat dat soms, had hij gezien op cv’s van mensen op LinkedIn. Kon hij niet direct solliciteren voor een baan als handelaar? „Ik besefte al heel vroeg dat de grote banken alleen rekruteren onder de beste afgestudeerden van topuniversiteiten. Zo’n privéschool-, Oxford/Cambridge-cv heb ik niet.”

Hij strandde in de back-office. In zijn beste jaar verdiende hij 50.000 pond per jaar. Een beurshandelaar verdient vele malen dat bedrag, zelfs in mindere jaren. Dus daar zat-ie. Mensen in ‘back-office’ zijn altijd zwaar geïntimideerd door de handelaars. „Je weet precies welke handelaar een hoge P&L heeft (veel verdient) en de meesten hebben bijnamen. De toppers zijn vaak grof en kortaf, door de permanente druk. Je leert je momenten kiezen, als je iets van ze nodig hebt. Als collega’s een handelaar moesten benaderen, zag je ze bovengemiddeld lang aan een e-mail schaven, en eindeloos dralen voor ze de telefoon pakten.”

„In mijn laatste baan hadden we een ‘cut’ in februari, toen we één persoon verloren in ons team. Bij de volgende cut in november sneuvelden er weer een aantal. Toen kregen we in december onverwacht nog een cut, en was ik het haasje. Ik ging aan de drank, en raakte depressief, moest hulp zoeken en medicijnen nemen.” Niet ideaal op je cv, zeker niet in deze tijd. Maar hoop sterft als laatste: „Ik vind dat ik nog één kans verdien in de sector.”

    • Joris Luyendijk