Geen diesel, dus geen sardientjes in Gaza

Alle burgers in de Gazastrook lijden onder de brandstoftekorten. Behalve de bestuurders van Hamas, die gaan tanken bij hun eigen benzinepompen.

Palestinians queue with jerry cans at a petrol station in Gaza City on February 16, 2012. Gaza's sole power plant ground to a halt after it ran out of diesel, an energy authority official said, calling on Egypt to intervene to resolve the crisis. AFP PHOTO/MOHAMMED ABED AFP

Het is het sardineseizoen, de mooiste tijd van het jaar voor de vissers van Gaza. Maar dit jaar niet. Ze hebben geen diesel om uit te varen. Dus liggen de vissers in hun netten, te kletsen. De zilveren sardientjes die zijn uitgestald op de vismarkt van Gaza-stad moesten door tunnels uit Egypte komen.

Tot een half jaar geleden, toen de brandstofcrisis begon, werkten visser Khamis Abu Sadeq en zijn maten dag en nacht. Nu vaart hun boot nog maar eens in de week. Sadeqs inkomen daalde met 70 procent, naar omgerekend 100 euro per maand. Net genoeg om zijn familie van te voeden, zegt Sadeq. Niet genoeg om van te leven.

En het was al niet eenvoudig om een visser in Gaza te zijn. Na de machtsovername van de Palestijnse fundamentalistische beweging Hamas, nu vijf jaar geleden, blokkeerde Israël de Gazastrook. Vissers kunnen hooguit drie mijl uitvaren, daarna wordt op ze geschoten. Het beetje vis dat vlakbij de kust zwemt, is de dure diesel van de zwarte markt niet waard.

De brandstofcrisis treft niet alleen vissers. Bij de paar tankstations in Gaza-stad die zijn bevoorraad met door de tunnels gesmokkelde Egyptische diesel, staan lange rijen. Rond de pomp ontstaan om de haverklap opstootjes. Automobilisten moeten hier zeker drie uur wachten. Toeterend en vloekend. Het is heet. Als de chauffeurs dan horen dat ze maar 30 liter diesel krijgen, is ruzie snel gemaakt.

De 1,6 miljoen inwoners van de Gazastrook zijn al niet erg vrolijk omdat Gaza tegelijk kampt met elektriciteitstekorten tot twaalf uur per dag, omdat de elektriciteitscentrale door het tekort aan brandstof niet of nauwelijks werkt. En het geratel van de noodgeneratoren werkt op de zenuwen.

De crisis ontstond toen de Egyptische autoriteiten de smokkel van brandstof naar de Gazastrook – voorheen een miljoen liter per dag – probeerden te stoppen. In de Egyptische Sinaï-woestijn is brandstof schaars. En het Egyptische regime, dat benzine voor de eigen bevolking subsidieert, accepteert niet dat Hamas daar in Gaza zware accijnzen op heft.

Door het optreden van de Egyptische autoriteiten komt er via de tunnels 75 procent minder brandstof Gaza binnen. Daardoor steeg de prijs. Kost 1 liter benzine nu 1 shekel (20 eurocent) in Egypte, dan kost die tegenwoordig 3 shekel in Gaza. Waarvan 2 shekel voor de regering van Hamas.

200 procent belasting is helemaal niet veel, vindt Ahmed Abu Alamrain van Hamas’ ministerie van Energie. „Elke regering ter wereld heft belasting. En daar wij geen importhavens hebben, zijn de tunnels voor de regering ongeveer de enige bron van inkomsten.”

De brandstofcrisis is volgens Alamrain geen fiscaal, maar een politiek probleem. „Gaza lijdt onder de manipulatie van andere landen”, zegt hij. De eerste boosdoener is natuurlijk Israël, dat alle import controleert. Maar Alamrain is nog bozer op de Egyptische interim-regering, die de smokkel aanpakte.

Hamas ziet geen andere oplossing dan wachten op de Egyptische presidentsverkiezingen, komend weekeinde, en hopen dat Mohammed Morsi, de kandidaat van de aan Hamas gelieerde Moslimbroederschap, wint. Tijdens dat wachten int Hamas belasting en rijden zijn leiders rond in dikke SUV’s, die worden gevuld bij de eigen tankstations. Zo straft de Israëlische blokkade niet Hamas, maar de gewone Gazaan.

Neem de chauffeurs bij de standplaats in Gaza-stad vanwaar minibusjes naar het zuiden vertrekken. Ze staan op een kluitje te wachten op passagiers. Ze drinken koffie. Roken. Bellen.

Tofik Abudan besteedt dagelijks bijna 2 euro aan telefoontjes om uit te vinden welk tankstation benzine heeft. Soms verliest hij een hele dag in de rij voor de pomp. Zijn eigen busje heeft hij door de crisis moeten verkopen. Nu huurt hij er een en houdt hij per dag gemiddeld 10 euro over.

Behalve een busje kostte de Israëlische blokkade hem twee van zijn acht kinderen. Zijn dochter stierf deze winter door de brandstofcrisis. Ze had in huis een vuur gestookt om de kou te verdrijven en stikte, samen met haar man. Een zoon van Abudan stikte drie jaar geleden in een smokkeltunnel.

Abudan geeft Hamas de schuld van de crisis. „Natuurlijk. De overheid is verantwoordelijk voor onze basisbehoeften.” En Egypte? „Nee! Wij Palestijnen hebben toch niet op Egypte gestemd?”

Abudan denkt dat Hamas de crisis met opzet creëerde om meer belasting te kunnen heffen. De regering kijkt alleen naar haar eigen belangen, zegt hij, niet naar de mensen. „Wij dienen de overheid in plaats van andersom.” Hij haat Hamas, zegt Abudan. „Als mijn vinger Hamas was, hakte ik hem af.”

Schelden op Hamas doen alle chauffeurs, maar van georganiseerd protest is geen sprake. Hun vakbond is door Hamas verboden. Demonstreren durven ze niet. „Hamas kan niet discussiëren”, zegt busbestuurder en hoedendrager Khaled Omar, „alleen schieten.”

Omar vermoedt dat het brandstoftekort een truc is van de regering om het volk onder de duim te houden. „We denken nergens meer aan behalve aan de dag van vandaag”, zegt hij. „Op alles zit belasting, niemand kan die meer opbrengen. Je voelt je met je rug tegen de muur gedrukt, met Hamas’ handen op je keel. Je vraagt je alleen nog af wat ze hierna willen. Ons bloed?”

    • Leonie van Nierop