Eigen daklozen eerst, dat principe werkt echt niet

Amsterdam vangt alleen daklozen van de eigen stad op – maar wie is Amsterdams? We kunnen niet accepteren dat mensen die slordig wonen dat ook zijn, vindt Luc Tanja.

Er is iets vreemds aan de hand in Nederland. Op allerlei onverwachte plekken duikt een merkwaardig soort angst op voor vreemde mensen. Het lijkt mee te spelen in discussies over dubbele paspoorten, migranten, maar ook over daklozen. In Amsterdam worden alleen de eigen Amsterdamse daklozen opgevangen. Mensen van buiten worden geweigerd.

Ik ken een Amsterdammer die de laatste jaren in Purmerend heeft gewoond. Een poging om zijn huwelijk te redden, bracht hem de stad uit, naar een ander huis in een nieuwe omgeving. Het is niet gelukt. Het hele verhaal ken ik niet. Het is vast ook zijn eigen schuld. Hij is nu terug in Amsterdam en dakloos. Hij wil weer hier, in eigen stad, zijn leven opbouwen, maar wordt geweigerd en teruggestuurd naar Purmerend. Daar is hij niet thuis. Zijn mogelijkheden om goede hulp te krijgen, zijn er gering.

Ik ken een stel uit Hongarije. Ze wonen in een tent, tussen wat boompjes op een verloren stukje bedrijfsterrein. Soms heb ik moeite om hun tent te vinden. Daar zijn ze dan blij om. Ze leven graag verstopt. Het is gevaarlijk. Ze kunnen door kou, ziektes en verwaarlozing sterven in het bosje. Hen nu naar Hongarije sturen, heeft geen zin. Die stap is voor hen te groot. Dat overleven ze niet. Toegang tot de opvang in Amsterdam, om hun een opstapje te geven, krijgen ze niet.

Het Amsterdamse beleid is natuurlijk niet onzinnig. Als mensen hun leven willen opbouwen, weer een eigen huis en een baan willen, maken ze de meeste kans op de plek waar ze thuis zijn. De gemeente Amsterdam kan ook met recht wijzen op de geboekte successen. De afgelopen jaren heeft de nieuwe aanpak geleid tot grote verbeteringen in de opvang van daklozen. Er is veel opvang bijgekomen. Mensen worden meer doelgericht van straat gehaald.

Daklozen, stadsnomaden en zwervers vormen evenwel een gegeven van alle tijden. Altijd zijn er mensen die niet netjes in een huisje zitten, maar die slordig wonen.

Het is een merkwaardige situatie. Amsterdam toont dat het goed weet hoe mensen kunnen worden geholpen. Toch sluiten we groepen mensen uit van die zorg. Is dit uit angst, of gaat het hier om de financiering? Kan dat dan niet worden opgelost?

Het is niet zo dat het Straatpastoraat van de Protestantse Diaconie Amsterdam een oplossing heeft voor de problemen die wij tegenkomen op straat. We zien de overlast die mensen geven, maar nergens heeft de kerk een toverstokje liggen dat problemen doet verdwijnen.

Toch moet het slimmer kunnen. Amsterdam toont dat problemen kunnen worden opgelost, maar de regels sluiten mensen uit, met als gevolg dat deze mensen zich verstoppen.

Kan dit niet anders? Is het niet mogelijk om vooral te kijken naar uitgangspunten en niet naar regeltjes? Kunnen we de mensen in de hulpverlening niet de ruimte geven voor uitzonderingen? Kunnen we niet accepteren dat mensen die slordig wonen ook Amsterdammer zijn?

Luc Tanja is straatpastor van de protestantse diaconie Amsterdam. Hij spreekt daklozen aan om te luisteren en behartigt hun belangen.

    • Luc Tanja