Eeuwigheid: de grote stilstand. Vacuüm. The end

Is een film een megasucces, dan kun je er donder op zeggen, dan komt er een vervolg. Een sequel. Strikt genomen is de sequel trouwens geen vervolg, het is er gewoon nóg een. Een pas op de plaats. Je weet wat je krijgt en als je dat dan inderdaad krijgt plus iets meer, dan is het goed.

Het bioscoopwezen leeft op series, een nieuwe James Bond redt standaard een slap filmseizoen. James Bondfilms zijn een verslaving, ik móét er naartoe. Maar de nieuwe Spider-Man sla ik over. En over de Pirates of the Caribbean-reeks (vier stuks tot nu toe) valt te twisten. De zeewaardige vondsten waar die films op drijven (de laatste keer: vampier-zeemeerminnen!) blijven feestelijk. Maar sinds de derde film verslapte de formule. Alhoewel… Johnny Depps geaffecteerde zeerover is sterk genoeg om nog een stuk of wat Caribbean-delen te dragen.

Van de prequel (dat is stiekem ook een sequel, hoor) van de horrorreeks Alien had ik me veel voorgesteld. Helaas. Hij heet Prometheus, wat diep klinkt, en maker Ridley Scott beweert dat de „losse eindjes” worden vastgeknoopt. Maar Alien-punt-nul is hij niet en ik zie vooral nieuwe losse eindjes. De film doet net of we de alien (slijm met scherpe tanden, en het is een vrouwtje) nog niet kennen. Dom. De goede sequel gebruikt de gebaande paden als springplank voor verrassingen. Deze Alien-versie is slappe thee. Een soort Star Trek-de-luxe, maar dan zonder cultkracht.

Nee, dan Batman. Er zijn zes Batman-films en de zevende gaat op 20 juli in première: The Dark Knight Rises. Ik zie de trailer en ik weet: ik ben Batman nog lang niet zat. Bij elke Batman-film duiken we dieper in de gekwelde ziel van de caped crusader. Zijn vleermuiskostuum ontwikkelde zich van een Robin-Hood-maillot tot het pantser van de gladiator; zijn masker met de puntoren is geen gadget meer, het werd een prothese rond zijn opgejaagde ogen. Alsof zijn gezicht een wond is, zo erg dat niemand het kan aanzien. Maar alle barokke serieusheid op een stokje, er zal toch ook een nieuwe versie zijn van de batmobiel enzo, hoop ik. Want zonder zulke spullen en zonder de vaste batmancoördinaten (de vaderlijke butler, een razend gestoorde vijand, de race tegen de klok) hoeft het niet.

Sommige sequels hebben genoeg aan een nummer. Ik haastte me naar Men In Black 3. Volledig inwisselbaar met zijn voorgangers. De formule (de wereld zit ongemerkt vol met vreemde buitenaardse wezens, Elvis Presley was er ook één) wordt sleets. En toch, ik genoot. Want een goeie ouwe grap blijft een goeie grap, zolang hij maar doeltreffend geplaatst wordt.

Het was wel een schok dat vaste Men In Black-acteur Tommy Lee Jones zo te zien is gevallen voor de cosmetische chirurgie. Hij was een prachtige bejaarde kerel (het woord ‘man’ schiet hier werkelijk tekort), nu lijkt hij op een opgepompte mevrouw.

Waarom doen filmacteurs dat? Hun uiterlijk is deel van hun kapitaal, dat snap ik. Maar los van de vraag of er ooit iemand werkelijk op vooruitgaat met snijden en botoxen (niet, dus) – wat is de bedoeling? Juist acteurs zijn kansloos. Hun films houden immers vast hoe ze geweest zijn, en ze archiveerden ook hoe ze daarna zijn geworden.

Met een verbouwd hoofd worden acteurs (m/v) hooguit hun eigen dubbelganger. En terwijl ze in hun oude films wél eeuwig jong blijven, onthult hun verbouwde gezicht in hun nieuwe films onbarmhartig hun trieste streven naar de eeuwigheid.

Eeuwigheid, dat is de grote stilstand. Het vacuüm. The end.

In Foam, het fotografiemuseum in Amsterdam, is te zien hoe society- en schandaalfotograaf Ron Galella de sterren wil betrappen zonder pantser of masker. De vrouwen zet hij alleen maar lelijker op de foto dan ze zijn, en dat betekent niks. Zelfs zijn beroemde series met Jackie Kennedy onthullen weinig meer dan dat ze geen zin in hem had. Nou en?

Maar de mannen betrapt hij op iets ongekends. Sean Penn haalt uit, Robert Redford is eenzaam als een verdwaalde god, Marlon Brando haat zichzelf en Andy Warhol is gekke gerrit. Zwart-wit zijn Galella’s foto’s, en daardoor eeuwig. De film- en popsterren willen deel van een succesverhaal zijn, liefst van een serie zonder verrassingen. Dat zijn ze niet. Jammer voor hen, fijn voor ons.

    • Joyce Roodnat