Een spirituele extase in het Rifgebergte

Directeur Joost Heijthuijsen van cultuurfestival Incubate bezocht het Joujouka Festival in Marokko. ‘Nog nooit heb ik zo’n collectieve gekte gezien.’

Al sinds de jaren zestig zoeken rockgroepen, jazz-sterren en beatschrijvers totale trance bij de Master Musicians Of Joujouka. De band is een hippiedroom. de leden drinken de hele dag mierzoete muntthee, stoppen hun hasjpijpen en jammen.

Joujouka is een dorpje met 600 inwoners in het zuidelijke Rifgebergte in Marokko, dat draait op hasj en sufi-muziek. Sinds 2008 is er het jaarlijkse driedaagse Master Musicans of Joujouka Brian Jones Festival, ter viering van een bezoek van de Rolling Stone aan het dorp. Om het intiem te houden is er plek voor maximaal vijftig bezoekers, allemaal buitenlanders. De organisator is Frank Rynne, een Ierse oud-punker.

Deelnemers hangen wat op de twaalf tapijten van de half open festivaltent. Toeristen aan één kant. Tegenover hen de Master Musicians Of Joujouka in traditionele kleding. Tussen de nummers door blowen en bellen ze. De jongeren van het dorp met hun petjes zitten aan de andere kant. Zij roken Marlboro en snuiven verf achter het tentzeil. Deze dagen staan in het teken van het opwekken van spirituele extase. Op fluit en trom spelen muzikanten op Motörhead-volume lange en repetitieve stukken die steeds een beetje veranderen. Op het eind is iedereen één en heen.

Surrealist Brion Gysin ontdekte Joujouka.In 1968 kwam Rolling Stone Brian Jones en nam er zijn laatste plaat op, met het openingsnummer Brahim Jones Joujouka Very Stoned. Hij omschreef de muziek als puur, en voegde zelf elektronische effecten toe. Een stoet aan beroemdheden volgde. Beat-schrijvers als LSD-guru Timothy Leary en William Burroughs, die de band omschreef als een 4000 jaar oude rockband. Ornette Coleman en Sonic Youth-lid Lee Renaldo speelden mee. Samen met de Rolling Stones namen de Master Musicians het nummer Continental Drift op. De Stones gaven tevens een concert op het dorpsplein. Recentelijk was Billy Corgan van The Smashing Pumpkins te gast. Hij ruïneerde zijn Prada-schoenen.

Bij aankomst in Ksar-el-Kebir in Marokko gidst een Derrick-Mercedes ons langs mannen op pakezels. Het landschap combineert het beste van Zuid-Frankrijk met het beste van Arizona. Festivalorganisator Frank Rynne omschrijft de houding van de band: „Het zijn rocksterren.” Zo lieten ze gisteren opeens weten dat de helft zaterdagavond op een bruiloft optreedt, zegt hij. „Maar dat kan ik me niet voorstellen, ze spelen weinig. Ze willen gewoon Nederland-Denemarken zien. En zo is er altijd wat. Dan is kip duurder, dan is geit duurder dan afgesproken.” Over bezoekers die ziek arriveerden: „We krijgen ze wel beter, alles is hier te krijgen. Coke, morfine, heroïne.”

Het festival heeft een website (joujouka.org) en nadat je via PayPal een ticket boekt voegt de organisator je toe als Facebook-vriend. De kosten: 330 euro, inclusief onderdak en eten. Exclusief fooi. De bezoekers, arabofielen en experimentele muziekfreaks, kennen het festival via via. Ze komen vanuit de hele wereld. Een spaced-out Amerikaan ligt met zijn hoofd op een boek van William Burroughs. Hippiemeisjes uit Glasgow dansen als ze genoeg geblowd hebben en houden pas op als ze te stoned zijn. De dochter van een bekende manga-artiest wordt al dansend gefilmd door haar vriend.

De festivalcatering bestaat uit water, thee en koffie. Alcohol is verboden, soft-drugs niet. Je eet met je handen wat de pot schaft. Er is geen tijdschema, want er is maar één band. Die speelt als ze zin heeft. Er is geen stromend water, geen streaming internet, geen privacy, het toilet is een gat in de grond en je slaapt bij een muzikant thuis op de bank. Met 45 bezoekers is deze editie de drukst bezochte ooit. De infrastructuur van Joujouka kan het net aan.

Het festival staat in het teken van duivel Bou Jeloud, uit een oude mythe. De fabel gaat over een schaapsherder die rustte in een verboden grot. Daar hoorde hij Bou Jeloud muziek maken. Deze duivel leerde hem de muziek op voorwaarde dat hij de klanken met niemand mocht delen. Als de herder dat wel zou doen, zou hem dat een bruid kosten. De herder hield zich niet aan zijn belofte.

En zodoende haalt de woedende Bou Jeloud (die eruit ziet als een geitmens) jaarlijks in het dorp zijn bruid op. Alle vrouwen die hij met zijn tak slaat worden zwanger. Als list zetten de dorpelingen Aisha in, een doorgedraaide als danseres verkleedde man. Zij put de Bou Jeloud uit met haar waanzin waarna hij alleen het dorp verlaat. Dit vruchtbaarheidsritueel wordt elke avond op het festival uitgevoerd.

Nog nooit heb ik zo’n collectieve gekte gezien – en dat terwijl ik op gabberfeesten ben geweest en in moshpits stond. Iedereen danst een Arabische combinatie van gabber en vogue. Langzaam begint het, met een fluit die een kip nadoet. Monotone trommels voeren de extase op. Fluiten snerpen. Dan kondigt de muziek Bou Jeloud aan. Hij is gekleed in schapenkleding en herdershoed. Zijn entree is een koprol, dan begint hij rond te rennen, zijn billen te schudden en slaat hij met zijn tak om zich heen. Kinderen rennen bang weg.

We slapen naast de moskee in de burcht annex koeienstal annex coffeeshop van Bou Jeloud. Zijn huis heeft een getralied raampje met een stenen opstapje ervoor. Zo kunnen ook kinderen hasj kopen. Naast onze kamer en op de binnenplaats staan koeien. Bou Jeloud heeft ook geiten en kippen, maar hoeveel precies, dat weet hij niet. Terwijl hij de ochtend begint met zijn hasjpijp, begint zijn vrouw met het huishouden. Hun twee kinderen delen een crossfiets, een Batman-schooltas en een radiootje dat werkt op SD-kaartjes. Mohammed, de oudste zoon, houdt van Arabische hiphop die gaat over hasj, Gucci en Prada. Hij kent alle namen van Barcelona-voetballers, is Messi-fan, en volgens zijn vader wordt hij later Bou Jeloud. Net zoals al zijn voorvaderen duivels waren.

De muziek van Joujouka is folk: als je het kunt spelen is het van jou. Composities ontstaan collectief. Maar het geld van copyrights bereikt ook de binnenlanden van Marokko. Na de dood van bandleider Hadj Abdeslam Attar claimde zijn zoon Bachir de positie als bandleider. Hij heeft het grootste huis van het dorp achter een hoge muur met glas bovenop, maar woont in het buitenland. Volgens de dorpelingen zegt dat genoeg over zijn positie in het dorp. Ze scheidden zich af en ging verder met de band. Beide bands spelen dezelfde nummers en werkten samen met Brian Jones en Ornette Coleman. Beiden gebruiken dezelfde documenten om hun authenticiteit te bewijzen. Alleen de spelling van het dorp is anders: de een gebruikt Jajouka en de ander Joujouka. Tegelijkertijd lijkt het heel pragmatisch. Uit de landen en data van de visa in het paspoort van Bou Jeloud valt te herleiden dat hij met beide groepen optreedt.

Als we om drie uur ’s nachts thuiskomen is de deur op slot. Als we binnen worden gelaten is het chaos. De koe op de binnenplaats is losgebroken en bij de andere koe in het hok gekropen. Scherven van plantenpotten liggen op de grond. De binnenplaats ligt vol stront en de crossfiets van de jongens is ondergescheten. In Joujouka zijn het niet de muzikanten die het hotel trashen, maar de koeien. Bou Jeloud zit op zijn stoeltje en steekt zijn hasjpijp nog eens aan. Zijn vrouw ruimt vrolijk alles op en schaterlacht boven het koe-geloei uit.

    • Joost Heijthuijsen