Column

Donder is een tijger

Illustratie Emmelien Stavast

Mama en papa, dat zijn meestal de eerste woorden die kinderen kunnen zeggen. Mama en papa heten waarschijnlijk zo omdat dit voor kinderen makkelijke woorden zijn. Ze zeggen vanzelf al baba en dada.

Daarna komen er steeds meer woorden bij: bal en pop, paard, poes en poep. Na twee jaar kent een kind al best veel woorden, maar nog altijd zijn er heel veel dingen om hem heen waar hij geen naam voor heeft. Wat doe je dan, als peuter?

Laatst was ik met mijn zoontje in een dierentuin. Toen we terug waren, vertelde hij erover aan zijn vader. Tijger, zei hij steeds. Maar ze hadden in die dierentuin geen tijgers. Wel olifanten en neushoorns en zeeleeuwen en alligators, maar geen tijgers. Toch bleef mijn zoontje volhouden. Tijger, tijger, zei hij. En ook dat hij voor de tijger bang was geweest. Tijger eng!

Wat heeft hij toch met die tijger? dacht ik. Had ik die gemist? Hadden ze daar toch een tijger? Had er misschien een grote poes rondgelopen? Hadden we in de winkel een tijgerknuffel gezien? Toen zei mijn zoontje regen! En eindelijk begreep ik het. Toen we in de dierentuin waren, had het heel hard geregend. Er was een onweersbui, met felle bliksem en harde donder. Alle mensen schuilden onder afdakjes of in de wc. Bij elke donderslag kroop mijn kind dieper weg in zijn wagentje.

Mijn zoon kende het woord voor donder nog niet. Toen had hij er een woord voor geleend. Van alle geluiden die hij kent, lijkt het gebrul van een tijger het meest op het bulderen van de donder. Dus is de donder een tijger.

Het woord donder is waarschijnlijk een onomatopee, een woord dat een geluid nadoet, net als brullen, bulderen, kwaken, piepen en slurpen. Vogelnamen zijn ook vaak onomatopeeën: de koekoek zegt koekoek en de oehoe oehoe. Kinderen leren onomatopeeën vaak eerder dan echte woorden. Een auto is een toetoet, een koe is een boe. Tot ze zelf met de woorden aan de haal kunnen gaan.