De pop zonder hoofd was Bert

Op het Bert van Marwijk-plein in Deventer bleef het stil, maar in de buurtsuper was wel een Bert van Marwijk-hoek. Geen idee hoe u nu over Bert van Marwijk denkt. Dit stukje werd drie uur voor de wedstrijd Nederland-Duitsland geschreven. Fotograaf Jan Dirk en ik waren naar het Bert van Marwijkplein in zijn geboortestad Deventer

Op het Bert van Marwijk-plein in Deventer bleef het stil, maar in de buurtsuper was wel een Bert van Marwijk-hoek.

Geen idee hoe u nu over Bert van Marwijk denkt.

Dit stukje werd drie uur voor de wedstrijd Nederland-Duitsland geschreven.

Fotograaf Jan Dirk en ik waren naar het Bert van Marwijkplein in zijn geboortestad Deventer gereden. Jan Dirk verwachtte fototechnisch nogal wat van de wijk De Worp, maar ik had al wel een idee wat me te wachten stond: het grote niets.

Negen maanden na de verloren WK-finale – de bondscoach piekte qua populariteit – was ik er ook. Er stonden toen honderd buurtgenoten te klappen voor Bert die het straatnaambordje met zijn eigen naam onthulde. Ik sprak hem toen kort.

Bert van Marwijk zei „Toch wel bijzonder dit” en „Dit gebeurt je niet elke dag”. En verder liet hij het gat zien waardoor hij als kind iedere dag kroop om in de speeltuin te voetballen, terwijl de speeltuin helemaal niet bedoeld was om in te voetballen. Het werd hem toen met alle liefde vergeven.

Een jaar later.

We hadden de Fiat Panda onder het straatnaambordje op het kale pleintje geparkeerd. Het regende, geen buurtbewoner liet zich zien. In de aanpalende Geraniumstraat was een huis oranje versierd. Op het bankje voor het huis zat een pop zonder hoofd. Om de hals een bordje waarop ‘Bert’ stond.

We belden aan.

Niemand deed open.

Daar stonden we dan.

Mevrouw Gerrie Zwijnenberg – geen familie van oud-Feyenoorder Clemens – passeerde op haar fiets met hulpmotor, we hielden haar aan. Ze kende Bertje, maar na het festijn op het plein had ze hem helaas nooit meer gezien. De moeder van Bert woonde ook niet meer in de buurt.

„Die zit in het verzorgingstehuis.”

Ze raadde ons aan om naar de Spar te gaan.

„Het kloppend hart van onze buurt.”

De Spar aan de Spaarpotstraat was een gezellige buurtsuper, gedreven door Willem van der Vlag (48). Om de kosten te drukken had hij de eigen familie – „twee dochters en moeder de vrouw” – aan het werk gezet. Dochter Chinouk (18) deed de administratie.

We gaven haar een hand.

In optocht naar de ‘Bert van Marwijk-hoek’ in de winkel, naast de kratten bier. Aan de muur hingen twee ingelijste groene T-shirts met de tekst ‘Hoera! We hebben een Bert van Marwijk-plein!’.

„Wij hebben dat event destijds gesponsord”, zei Willem.

Daarna: „Maar we hebben meneer daarna nooit meer gezien.”

Na verhalen over de Spar, diepvriespizza’s, speciaal bier, winkeldiefstal – er werd ongelooflijk veel gestolen, er was een webcam opgehangen –, de geschiedenis van de wijk en het Oranjegevoel – „Wij doen niet mee aan Oranjeacties omdat wij ervan overtuigd zijn dat we er snel uitliggen en dan zit je met allerlei displays van driehonderd euro per stuk” – was het tijd om te gaan.

We waren niets over de bondscoach te weten gekomen.

Dochter Chinouk bracht ons naar een huis in de Geraniumstraat. Hier woonde Willem Roskam, die samen met Bert van Marwijk opgroeide.

Er was geen deurbel, we moesten met de brievenbus klepperen.

Willem was er niet.

Wij hebben het event gesponsord, maar we hebben meneer daarna nooit meer gezien

In zijn tuin zaten wel 23 kippen en een haan die volgens de buren ‘Beethoven’ heette.

Willem zat in zijn moestuin bij het spoor.

Wij naar de moestuin.

Geen Willem.

Van de mensen in de moestuin kreeg ik drie aardbeien en het advies om naar de moestuinen langs het fietspad aan de andere kant van het spoor te gaan.

Ja, toedeledoki.

Ik ging naar een hotel in de buurt om dit stukje te typen.

Fotograaf Jan Dirk ging terug naar de wijk en trof Willem Roskam, een man met meer gitaren dan tanden. Willem vertelde hem dat hij als klein jongetje een leren bal had. Die bal werd op het schoolplein afgepakt door een oudere jongen.

Dat was Bert van Marwijk.

Je zou zoiets ‘laf’ kunnen noemen.

Zelf vond ik het slim om juist een kleinere jongen te beroven.

Het getuigt van winnaarsmentaliteit.

Maar goed, dat vond ik dus voor Nederland-Duitsland.

    • Marcel van Roosmalen