Opinie

    • Maarten Schinkel

De markt is haar keuze al aan het maken: of de mark, of de eurobond

Het is heel normaal, en tegelijkertijd zeer opmerkelijk: de financiële markten die zichzelf dagelijks proberen te verklaren. In de dealingrooms worden de trends gezet, waarna analisten uit diezelfde dealingrooms proberen te verklaren wat ‘de markt’ beweegt. Alsof iedereen die deel uitmaakt van de horde die dagelijks de koersen van obligaties, aandelen en valuta’s bepaalt, zelf in de veronderstelling verkeert er niet aan deel te nemen.

‘Beleggers nemen klaarblijkelijk geen genoegen met ...’

‘De markten zijn zo te zien ontsteld over ...’

Hooligan slaat bushokje stuk, doet een paar passen naar achteren en zegt: ‘De fans zijn kennelijk niet tevreden over de prestaties van het elftal.’

Het jongste raadsel is de stijging van de rente op Duitse staatsobligaties deze week. Niet zo lang geleden stond die, voor tienjarige leningen, op het absurd lage niveau van 1,15 procent. Nederland naderde de 1,5 procent. Maar sinds de steunoperatie aan Spanje van afgelopen weekeinde is de rente opgelopen tot 1,5 procent voor Duitsland en flirt de Nederlandse alweer met de 2 procent.

Wat is er gebeurd? Gaat de theorie dat beleggers vluchtten in Duitse staatsschuld niet meer op? Of zoeken ze nu, zoals het halsoverkop aangepaste paradigma gaat, een goed heenkomen uit de hele eurozone en is zelfs Duitsland niet goed genoeg meer? Maar waarom was de Duitse veiling van staatsschuld van gisteren dan zwaar overtekend?

Er wordt, terecht, gezegd dat een deel van het probleem van de eurocrisis is dat tijd op de financiële markten een heel ander begrip is dan in de politiek. De markt wil nú een oplossing. De politiek, en zeker de complexe Europese politiek, doet daar veel langer over. Maanden als het om noodmaatregelen gaat. Jaren als het gaat om institutionele Europese veranderingen. Generaties als het gaat om het naar elkaar toegroeien van sociale systemen. Dat wringt, en dat zien we nu. Dat de markt die druk uitoefent kan onredelijk overkomen, maar soms is het welkom. Duitsland gebruikt de financiële markten nu al een jaar of twee als een herdershond die strak aan de ketting de zaak van tijd tot tijd de goede kant op blaft. Die tactiek is niet zonder gevaar, omdat het dier zich uiteindelijk ook tegen zijn bazin kan keren.

Het timingprobleem doet zich ook voor de op de markt zelf. Die reageert bliksemsnel en golft van de ene korte trend naar de ander. De analyse daarvan vergt veel meer tijd, maar die is er niet: er worden instant verklaringen geëist. En die kunnen in dat geval van weinig anderen komen dan van de participanten zelf. En dan staan ze voor je het weet bij dat bushokje.

Wie wat meer afstand neemt ziet wat er gebeurt. Er zijn twee mogelijkheden. De eerst is dat het europroject ontrafelt. In dat geval is een Duitse staatslening te vergelijken met de voorloper van de mark: een belegging in ‘Duitsland’, die fors in waarde zal stijgen als de zaak klapt. In het geval van een Alleingang – al dan niet vergezeld van satellieten als Nederland – is dit een geloofwaardig en logisch scenario.

De tweede mogelijkheid is die van een voortmodderende redding. Na Griekenland, Ierland en Portugal verliezen steeds meer landen hun toegang tot financiering via de markt. Spanje volgt, en daarna Italië, of dat nu terecht is of niet. Die groeiende groep landen wordt gefinancierd door een slinkende groep van andere sterke lidstaten die nog wél toegang hebben tot financiering via de kapitaalmarkt en dus staatsobligaties kunnen uitgeven.

Aan het einde van die ontwikkeling, als die tot het extreme wordt doorgedacht, financieren Duitsland en haar satellieten alle anderen door, met de eigen reputatie als onderpand, een steeds grotere hoeveelheid staatsleningen uit te schrijven.

De gehoopte, verguisde, gewantrouwde of geliefde eurobond is zo te zien dus eigenlijk al in wording. Het is de Duitse staatslening, de bund. De effectieve rente daarop zal in dit scenario uiteindelijk stijgen tot wat het gemiddelde zou zijn geweest van alle eurolanden, verminderd met een flinke liquiditeitspremie. Waar dat evenwicht precies ligt? De markt is dat nu aan het uitzoeken, al weet zij dat zelf misschien nog niet.

    • Maarten Schinkel