De liefde tussen een bruut en een gehandicapte

De rouille et d’os

Regie: Jacques Audiard. ****

Een amputatie, illegale gevechtenmet de blote vuist. Veel te lachen valt er niet in De rouille et d’os; wel volgt de film het stramien van de romantische komedie. Twee geliefden die om elkaar heen dansen en een koppel worden, tot een obstakel ze uiteen drijft – waarna de wegloper op het nippertje tot inkeer komt en de liefde zegeviert.

Of niet? De Franse regisseur Audiard speelt graag met genres: na misdaadfilms en thrillers won hij drie jaar geleden de Grand Prix (tweede prijs) met het gevangenisdrama Un Prophète. Genre is een beeldcode die iedereen begrijpt, vertelde hij toen. „En van daaruit vertel je het verhaal.”

Audiard zet in De rouille et d’os de liefdesfilm naar zijn hand. Bruut ontmoet gehandicapte: Marion Cotillard is orkatrainer Stéphanie die haar onderbenen verliest bij een ongeluk in het dolfinarium, Matthias Schoenaerts is ex-bokser Ali die uit vuilnisbakken eet als hij in Antibes arriveert om zijn geluk te beproeven. Hun wegen kruisen vluchtig wanneer Ali uitsmijter is bij een discotheek; als de getraumatiseerde Stéphanie zich achter de vitrages verstopt, rijdt Ali haar kordaat het zonlicht in.

Medelijden is aan Ali niet besteed, wel biedt hij onsentimentele seks („wil je neuken?”). Zelf is hij namelijk een geblokkeerde, hufterige bullebak: razernij is de enige emotie waarmee hij raad weet. Dat komt van pas bij zijn lucratieve straatgevechten, die Stéphanie ook opwinden: bij Audiard is agressie de norm. Maar in de liefde moet het harnas soms ook uit: dat vereist bij Ali een emotionele mokerslag.

De Rivièra vormt in de film een verrassend grimmig decor van vulgaire disco’s en stranden waar het zonlicht pijnlijk van de golven kaatst. Die gruizige lyriek camoufleert een toegankelijke liefdesfilm over een romance die hoge en originele obstakels moet overwinnen. Daarom won De rouille et d’os in Cannes ook geen prijs; de jury negeerde zelfs Marion Cotillard en haar smeulende mix van bitter en breekbaar. Geeft niet: na Intouchables is dit opnieuw een superieure feelgoodfilm die zijn publiek wel zal vinden.

    • Coen van Zwol