Cultuur verspreidt zich tussen oost en west

Cultuur verspreidt zich eenvoudiger in oost-westelijke richting dan van noord naar zuid of andersom. Daarom zijn oost-west georiënteerde landen (China) cultureel homogener dan landen met een noord-zuidas (Chili). Dat schreven politicologen van Stanford University dinsdag in Proceedings of the National Academy of Sciences. Ze trekken die conclusie na een analyse van het voorkomen en uitsterven van talen in hedendaagse staten.

De Amerikaanse studie bouwt voort op een hypothese die Jared Diamond lanceerde in zijn populair-wetenschappelijke bestseller Guns, Germs and Steel (1997). In dat boek betoogt Diamond dat landbouw, technologie en cultuur zich makkelijker konden verspreidden in het uitgestrekte Eurazië dan in het langgerekte Amerika of Afrika omdat de klimatologische verschillen er kleiner zijn. Een gewas dat in het Midden-Oosten goed groeit, doet dat waarschijnlijk ook in Oost-Azië.

Een interessant idee, maar ook moeilijk om te verifiëren. Met drie continenten is geen statistiek te bedrijven. De Amerikanen onderzochten daarom moderne staten, met de verhouding tussen het aantal historische en overgebleven talen als maat voor hun culturele diversiteit. Ze vonden een zwak, maar reëel verband: in oost-west georiënteerde landen zijn meer talen uitgestorven dan in noord-zuid georiënteerde landen. Deze landen zijn cultureel homogener geworden, is de conclusie.

„Neem Togo en Senegal”, schrijft eerste auteur David Laitlin in een e-mail. „Dat zijn allebei West-Afrikaanse landen met een Frans-koloniale geschiedenis. In het uitgestrekte Senegal zijn meer talen uitgestorven dan in het langwerpige Togo.”

John McNeill, hoogleraar geschiedenis aan Georgetown University, is niet overtuigd door het onderzoek. „Veel landen zijn zo klein dat hun vorm weinig invloed zal hebben op hun culturele diversiteit. Nederland is langer dan het breed is, maar is dat echt de reden dat het cultureel diverser is dan België? Ik kan het me niet voorstellen. Dat is vooral de erfenis van het continentenoverspannende wereldrijk dat Nederland was. Migratie, politiek en oorlogen hebben een grotere invloed op cultuur dan de toevallige vorm van een land.”

„Natuurlijk wegen historische bijzonderheden zwaar. Wij beweren dan ook níet dat de loop van de geschiedenis door geografie wordt bepaald”, reageert Laitlin. „Maar ik ben ervan overtuigd dat we de geschiedenis beter kunnen begrijpen als we de ecologische en geografische kaders kennen. Ik zie onze aanpak als een aanvulling op de traditionele geschiedschrijving.”