'Bij Marina moet alles echt zijn'

Toneel is niet alleen kunstmatig, zegt acteur Willem Dafoe.

Willem Dafoe Foto gdcgraphics

‘In ‘The Life and Death’ ben ik de verteller”, zegt Willem Dafoe. „Ik ben een schakel tussen het verhaal en het publiek. Ook letterlijk, want ik sta op een vooruitgeschoven post, tussen podium en publiek in. Bob wilde dat ik een grappig element zou zijn, temidden van alle grimmigheid. Daarom vertel ik Marina’s belevenissen op spottende toon.”

Acteur Willem Dafoe (1955, Appleton, Wisconsin) speelt in zowel actiefilms uit Hollywood als in kleinschalig avant-gardetoneel. In de jaren zeventig en tachtig trad hij vaak op in het Mickery Theater in Amsterdam, met de experimentele, door hem en voormalig partner Elizabeth LeCompte geleide Wooster Group. In de koffiekamer van Teatro Real in Madrid wil een tienermeisje met Dafoe op de foto – waarschijnlijk herkent ze hem als de Green Goblin, de aartsvijand van Spider-Man in de gelijknamige film. Dafoe, een gedreven yoga-beoefenaar, heeft een lichamelijke benadering van acteren. Dat betekent dat hij zijn emoties verbindt aan fysieke sensaties.

„Dit was een bijzondere samenwerking”, zegt Dafoe. „Met vier mensen uit verschillende disciplines. Die andere drie zijn bovendien gewend aan absolute controle over het eindproduct. Er moesten compromissen worden gesloten, vooral tussen Bob en Marina. Bijvoorbeeld: voor Marina moet alles echt zijn, anders kan ze het niet navoelen. Bob had bedacht dat ze tijdens een van de scènes op een blok ijs moet zitten. Hij liet daarvoor een doorzichtige kubus maken. Marina was ontstemd, zij wilde op echt ijs zitten. Waarop Bob vertwijfeld uitriep: ‘Marina, dan wordt je prachtige jurk nat en dus donker. Dat is uitgesloten!’ Haha, typisch een botsing van culturen. Net als bij de botten, die aan het begin op het toneel liggen. Marina wilde echte botten, maar rode plastic botten zijn nu eenmaal mooier.

„Ik had ook zo mijn botsingen met Marina. Zij hield vol dat performance echt is, en toneel kunstmatig. Ik denk dat performancekunst in de jaren zestig/zeventig belangrijk was als een directe reactie op wat destijds in de politiek gebeurde. Inmiddels zie ik het als een ingeburgerde kunstvorm, uitgevoerd in galeries. En in het theater kun je wel degelijk iets echts creëren. Vooral in het theater van Bob. De werkelijkheid die hij op het toneel brengt, geeft je een nieuwe blik.

„Ik speel een dialoog met Marina. Zij vertelt een verhaal en ik geef haar weerwoord, als een psychiater, als een verleider, of als straatjongen. Elke avond is het anders. Op die manier improviserend daag ik haar uit.

„Mijn manier van acteren komt niet voort uit psychologie. Ik leef me niet in in mijn personage, ik bereik de nuances in mijn spel door beweging. Daarom ren ik ergens in het stuk een tijdje heen en weer. De uitputting die ik daardoor voel, zorgt voor de juiste gevoeligheid om mijn tekst uit te spreken. En als ik iets op verkrampte manier moet zeggen, helpt het als ik ook fysiek verkramp.”