Bier, wodka, rum, we drinken alles

Jongeren verkennen alle uithoeken van het drankassortiment, blijkt uit een enquête op twee middelbare scholen. Zoet is populair. „Breezers vind ik het lekkerst. Want die smaken het meest naar normaal drinken.”

Nederland, Rotterdam, 10-05-2012 HAVOVWO theaterschool. leerlingen beelden verschillende stadia van drankgebruik uit. .foto: Evelyne Jacq, Nederland, Rotterdam, 10-05-2012 HAVOVWO theaterschool. leerlingen beelden verschillende stadia van drankgebruik uit. .foto: Evelyne Jacq, NRC Handelsblad vroeg leerlingen van het Rotterdamse Theaterhavo-vwo te acteren dat ze dronken worden - en hun act vervolgens te beschrijven. Froukje (rokje,16):‘We waren uit in Rotterdam, bij café de Beurs…Evina(16): ‘Ik dronk zoete witte wijn, en daarna Malibu.’ Fraukje: ‘We raakten aan de praat met de barman, ontmoetten andere mensen die ons ook te drinken gaven. Van tevoren had ik niet goed gegeten….ik ging naar de wc, keek in de spiegel en schrok: wow, wat zie ik er wit uit.’ Evelyne Jacq

Ze drinken veel, ze drinken vroeg, ze raken steeds vaker buiten bewustzijn van de drank. Het zijn de bekende feiten over Nederlandse jongeren. Maar wát drinken zij eigenlijk? NRC Handelsblad vroeg het aan 115 leerlingen van twee middelbare scholen, in de leeftijd van dertien tot en met zeventien jaar. De conclusie: ze drinken van alles en nog wat. Dit is het antwoord van een vijftienjarig meisje uit 3 vmbo: „Ik drink cocktails, wodka, Malibu, Gold Strike, Jack Daniels en zoete drankjes.” Haar antwoord is geen uitzondering. De scholieren verkennen alle uithoeken van het drankassortiment, zo blijkt uit de enquêteresultaten. Wijn en bier, champagne en rum, wodka en whisky, likeur en zelfs jenever.

De leerlingen die de enquête hebben ingevuld, zitten op een vmbo-school in de regio Amsterdam en een scholengemeenschap voor havo en vwo in de regio Rotterdam. De namen van de scholen worden op verzoek niet genoemd – en ook de leerlingen blijven anoniem. Het gaat om zes klassen: vier op het vmbo, twee op havo-vwo. In totaal 69 jongens en 46 meisjes. Hun gemiddelde leeftijd is vijftien jaar en twee maanden. Zij hebben vragen beantwoord over hun drankvoorkeur, maar ook over hun drankgebruik, de regels die hun ouders stellen, en de wijze waarop zij aan de alcohol komen – supermarkt, kroeg, disco, via vrienden?

Eerst het alcoholgebruik. Van de 115 scholieren blijkt 80 procent alcohol te drinken. Vooral onder de deelnemende jongens is drinken de regel. Negen op de tien jongens zeggen te drinken. Bij meisjes is dat twee op de drie – eenderde drinkt dus niet. Van de drinkers is 70 procent jonger dan zestien, de wettelijke leeftijd voor het kopen van zwakalcoholische drank. Ruim de helft van de innemers is weleens dronken geweest.

Gevraagd naar de favoriete soort drank, zeggen de meeste jongens: bier. Ze noemen merken als Hertog Jan, Amstel en Grolsch. Maar ze drinken vooral pilsjes van marktleider Heineken – soms met argumenten: „Dat is een multinational die uit Nederland komt”, zegt een 15-jarige scholier. Een leeftijdgenoot drinkt ook Heineken want: „Daar werkte mijn opa.”

Zoete, sterkere drank is populair bij meisjes én jongens. Malibu noemen ze veel, naast Bacardi. Beide zijn drankjes op basis van zoete rum, en ze bevatten 20 procent alcohol. Een 15-jarige scholiere noemt Malibu haar favoriete drankje „omdat het zoet is, maar toch sterk”. Malibu en Bacardi zijn geschikt voor het populaire mixen. Vooral Malibu-cola en Bacardi-cola smaken de tieners prima.

De scholieren drinken ook graag Flügel, een oppeppend drankje met rode wodka. Alcoholpercentage: 10 procent. Flügel bevat guarana, een cafeïnehoudend stofje uit het Amazonegebied. Flügel, een Nederlands bedrijf, biedt veel dat jongeren aanspreekt. Het logo of de ‘mascotte’ van Flügel is een paarse eend die lijkt op Daffy Duck, tegenspeler van tekenfilmheld Bugs Bunny. De eend staat op het etiket van elk flesje. Die flesjes zijn klein, 20 ml, een perfecte maat voor het drinken van een ‘shotje’: het snel achterover slaan van drank. Op flugel.com staat beschreven wat precies de bedoeling is: „Het ritueel doe je niet alleen, maar met zijn allen. Je pakt een Flügel en tikt op de bar of op de tafel. Je draait het dopje eraf en zet dit op het puntje van je neus, vervolgens neem je het flesje in je mond zonder je handen te gebruiken, slaat het achterover en enjoy the party!” Het ritueel slaat aan. Een havo-scholiere drinkt graag Flügel, want, schrijf ze, het is „zo leuk om te drinken”. Flügel verkoopt op zijn site verder iPhone-hoesjes en sleutelhangers.

Populair onder de scholieren is ook Smirnoff Ice – een wodkamix van 4 procent alcohol – en de mierzoete likeurdrankjes Safari en Passoa, beide goed voor 20 procent alcohol. Red Label van whiskymerk Johnnie Walker drinken de tieners ook graag. En de bekende Breezers van Bacardi: de voorgemixte, frisse rumdrankjes met 4 procent alcohol. „Breezers vind ik het lekkerst”, schrijft een scholiere , „want die smaken het meest naar normaal drinken.”

Verreweg de sterkste drank die scholieren zeggen te drinken is Gold Strike. Het is een kaneellikeur met schilfers bladgoud erin. De drank, gemaakt door de bekende Nederlandse drankfabrikant Lucas Bols, bestaat voor 50 procent uit alcohol. Dat maakt de likeur onder tieners geliefd: Gold Strike drinken is stoer. De drank wordt ook gevreesd. Op de vraag ‘Wat drink je nooit meer?’ luidt het antwoord meermaals ‘Gold Strike’. Want: „Daar word je heel erg dronken van.” En : „Dat ging de vorige keer niet zo goed.”

De scholieren drinken hun alcohol vaak thuis, blijkt uit de enquêteresultaten. Of bij vrienden thuis. Zo komen ze dan ook aan hun drank, schrijven ze: via vrienden. Of, gewoon, door het zelf in de supermarkt te kopen. Ook 15-jarigen zeggen hun drank te kopen in de supermarkt, al mag alcohol niet aan hen worden verkocht. In de supermarkt hebben de jongeren genoeg keus. Niet alleen bier en wijn liggen in de schappen, maar ook bekende merken sterke drank. Maar de supermarkt mág toch helemaal geen sterke drank verkopen? Klopt, het is supermarkten verboden drank te verkopen met een alcoholpercentage van 15 procent en hoger – en daar houden supermarkten zich ook aan. Maar de drankfabrikanten hebben een oplossing bedacht. Safari, normaal 20 procent, kent een supermarktversie. Alcoholpercentage: 14,9 procent. Safari Senza. Zelfde smaak, zelfde ronde fles, iets minder alcohol. Of neem Bacardi: 17 procent bij de slijter, in de supermarkt heet het Bacardi Pina Colada, ook met 14,9 procent alcohol. Ook Coebergh (20 procent), Dropshot (20 procent) en Baileys (17 procent) liggen in een 14,9 of 14,5-variant in de supermarkt. In de schappen liggen ook voorgemixte drankjes, zoals blikjes Bacardi-cola, en whisky-cola van William Lawson.

Is de supermarkt dicht, dan kunnen jongeren ook nog in de avondwinkel terecht. „Daar vragen ze ook nooit naar mijn ID”, zegt een 15-jarige jongen.

Eenmaal thuis met de drank, of bij vrienden op de bank, spelen de scholieren soms drankspelletjes. Vooral de jongens. Populair is ‘zap de neger’. De kinderen zitten voor de televisie, ieder krijgt om de beurt de afstandsbediening. Per beurt moeten ze een paar seconden lang zappen. Komt er tijdens die beurt een gekleurde man in beeld, dan moet de zapper drinken. „Een shotje wodka als je een neger ziet”, zoals een 15-jarige vmbo-scholier het uitdrukt. In trek is ook ‘kingsen’, een kaartspelletje dat lijkt op pesten. Maar een kaart met een ‘2’ betekent dit keer niet dat de tegenstander twee kaarten moet pakken, maar dat die twee slokken bier moet drinken. En zo vloeit bij elke kaart de drank. Alleen bij de 8 hoef je niet, dan mag je naar de wc. Ook genoemd: Mens erger je niet. „Als je ‘binnen’ bent, dan drink je een shotje. En als je van het bord gespeeld wordt, dan drink je ook een shotje.” Een 15-jarige vmbo-scholier doet met zijn vrienden aan ‘zuipwedstrijdjes’: „Op feestjes zoveel mogelijk drinken.” Een jongen uit 6 vwo speelt ook graag een drankspelletje. „Alleen heb ik dan al aardig wat op, dus ik heb geen idee wat de regels zijn.”

Mogen de scholieren eigenlijk wel drinken van hun ouders? De meesten wel, ja. Van de 115 kinderen zegt 65 procent te mogen drinken. Tweederde van hen is jonger dan zestien. De regels díe er zijn, gaan niet over de vraag óf ze mogen drinken, maar hoeveel en wanneer. „Ik mag drinken, maar ik mag niet dronken worden.” „Ik mag niet doordeweeks drinken.” „Het mag, maar ik moet altijd mijn koppie erbij houden.” „Ze zeggen dat ik mijn eigen grenzen moet kennen.” Het komt wel voor, ouders die hun kinderen verbieden alcohol te gebruiken. Meestal is dan de wet de norm: nu mag het nog niet, vanaf je zestiende wel. Van de 34 scholieren die niet mogen drinken van hun ouders, drinken er achttien inderdaad niet.

De andere zestien jongeren doen wat de meerderheid van hun leeftijdgenoten doet. Drinken. Bier, wijn en van alles en nog wat.

    • Lineke Nieber
    • Ingmar Vriesema