Bewijsstukken kartelafspraken vernietigd door kunsthandelaar

Een Haagse kunsthandelaar die wordt verdacht van het maken van kartelafspraken op kunstveilingen, heeft bewijsstukken vernietigd. Dit bevestigt de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa).

De kunsthandelaar zou dit hebben gedaan tijdens een bezoek van de toezichthouder aan zijn bedrijf. Om wat voor bewijsstukken het gaat, is niet bekend. Het bedrijf, Kunsthandel R. Polak in Den Haag, zou volgens de toezichthouder bovendien “zaken hebben achtergehouden”. De NMa heeft de kunsthandel daarom een boete opgelegd van vijftienduizend euro, officieel wegens het “niet-meewerken aan een onderzoek”.

De NMa is in februari van dit jaar onderzoek begonnen naar mogelijke kartelpraktijken van kunsthandelaren op veilingen. Behalve Polak bezochten de onderzoekers van de toezichthouder ook de kunsthandels A.H. Bies in Eindhoven en Simonis & Buunk in Ede. Daarbij zijn goederen en administratie in beslag genomen. Bij de kunsthandel in Ede zouden volgens bronnen in de administratie aantekeningen zijn gevonden die wijzen op prijsafspraken.

Prijsafspraken in kunsthandel

Het onderzoek door de NMa werd ingesteld na een artikel in NRC Handelsblad waarin handelaren zelf vertellen hoe ze onderling afspraken maken. Ze vertelden dit te doen om de prijzen op kunstveilingen te drukken. Ook veilingmeesters bevestigen deze verboden praktijk. Kunsthandelaren spreken – evenals musea, antiek- en tapijthandelaren – daarbij bijvoorbeeld van tevoren af wie op een veiling gaat bieden. Ze verrekenen de opbrengsten onderling met een voor- of een naveiling.

Ook komt het voor dat ze gezamenlijk schilderijen kopen op een veiling. Slechts een van hen biedt. Na de verkoop delen de handelaren de opbrengsten. Daarnaast geven handelaren elkaar beurtelings voorrang bij een veiling. Samenwerken gebeurt vooral in lokale deelmarkten, zoals de Hollandse romantiek of minder beroemde zeventiende-eeuwse meesters.

‘Onderlinge samenwerking drukt prijzen’

Volgens kunsthandelaren drukt onderlinge samenwerking op veilingen de prijzen, waardoor hun klanten minder hoeven te betalen. Tot die klanten behoren ook musea. Die zouden er dus bij zijn gebaat. “De lagere prijs is alleen niet zo leuk voor de verkopers en de veilinghuizen”, zei kunsthandelaar Frank Buunk destijds in NRC Handelsblad.

Bedrijven, in dit geval de kunsthandels, zijn op basis van de Algemene wet bestuursrecht verplicht aan dit soort onderzoeken van de NMa mee te werken. Als ze dat niet doen, krijgen ze een boete, gebaseerd op de jaaromzet van de onderneming in het voorafgaande jaar.

    • Karel Berkhout en Esther Rosenberg