Amnesty klaagt leger van Syrië aan

Syrische regeringstroepen en leden van een pro-regeringsmilitie doden burgers bij georganiseerde aanvallen op burgers in steden en dorpen die volgens de mensenrechtenorganisatie Amnesty International neerkomen op misdrijven tegen de menselijkheid. Arrestanten worden systematisch gefolterd.

In een 70 pagina’s tellend rapport dat vandaag is uitgekomen geeft Amnesty bewijzen uit 23 plaatsen in de provincies Aleppo en Idlib in het noorden van Syrië. Onderzoekers van de organisatie spraken er in april en mei met meer dan 200 mensen, onder wie velen van wie familieleden waren gedood of wier huizen waren verwoest.

De publicatie van het rapport volgde op de bekendmaking van de Syrische regering dat haar troepen de stad Haffeh in de provincie Latakia hebben „gezuiverd” van „gewapende terroristische groepen”. De Syrische regering doet alle verzet af als geweld van terroristen. Honderden opstandelingen die de afgelopen tijd standhielden in Haffeh hadden voordien de stad verlaten, aldus het Syrische Observatorium voor Mensenrechten in Londen, dat activisten ter plaatse aanhaalde. De meesten van de circa 25.000 inwoners waren eerder al gevlucht.

De VN-waarnemers van internationaal bemiddelaar Kofi Annan bereikten vanochtend uiteindelijk Haffeh, aldus een woordvoerder. Dinsdag bekogelde een boze menigte de voertuigen van de waarnemers met stenen en stokken en dwong hen rechtsomkeert te maken. Er was vanmiddag nog niets bekend over wat ze in Haffeh hadden aangetroffen.

De gevechtshelikopters die Rusland volgens de Amerikaanse regering Syrië gaat leveren, zijn volgens The New York Times gebruikte toestellen die Damascus voor onderhoud had gestuurd en nu weer terug gaan. Minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton had „de zaak een beetje aangedikt om de Russen in een moeilijke positie brengen”, zei een hoge defensiefunctionaris gisteren tegen de krant. Rusland blokkeert in de VN-Veiligheidsraad maatregelen tegen zijn bondgenoot Syrië. (Reuters, AP, AFP)