TomTom voor Applemonopolie

Apple-gebruikers die dit najaar willen opzoeken waar ze zijn of naartoe moeten, krijgen niet langer het vertrouwde Google Maps te zien, maar een nieuwe kaarten- en navigatiedienst. Met de introductie van zijn besturingssysteem iOS6 neemt Apple, het meest waardevolle bedrijf ter wereld, afscheid van Google.

Dat is goed nieuws voor het Nederlandse TomTom, dat de data aan Apple mag gaan leveren. De koers van het aandeel van het bedrijf schoot gisteren omhoog.

Het is minder goed voor de consument. Niet dat de nieuwe navigatie slechter zal zijn dan de huidige. Misschien is ze wel beter. Maar de gebruiker heeft zelf weinig tot niets in te brengen bij deze verandering. Hoewel iedereen gewoon via internet, ook Google Maps op de telefoon kan toveren, is dat omslachtig en zal het niet hetzelfde zijn. Apple wil dat zijn gebruikers straks zijn eigen, door TomTom bevoorrade systeem gebruiken. En dus zullen ze dat eigenlijk wel moeten. Ze hebben amper keus.

Een consument zonder keuze zou voor de mededingingsautoriteiten een reden voor alarm moeten zijn. Natuurlijk, wie een mobiel apparaat koopt, heeft wel degelijk meer mogelijkheden: systemen met de besturing iOS van Apple, systemen die draaien onder Windows van Microsoft en systemen die gebaseerd zijn op Android van Google. Wie met de één wil stoppen, kan altijd bij de andere twee terecht. Maar hoe meer er is geïnvesteerd in apparatuur, apps en andere zaken, hoe theoretischer zo’n overstap wordt. Hoe verder geïntegreerd de dienstverlening wordt, met opslag in clouds en gekoppelde diensten (zoals tussen Apple en Facebook) hoe lastiger het wordt. Van bank veranderen wordt een wonder van eenvoud vergeleken met het veranderen van persoonlijk systeem.

Formeel is er sprake van concurrentie. Die is moordend tussen de drie grootmachten. Het winnen van nieuwe klanten is in deze markt een gevecht. Maar het behoud van bestaande gebruikers is dat ook. Twee van de drie spelers, Apple en Google, werden tot voor kort nog gezien als hippe ondernemingen die het beste met de wereld voor hadden. Zij zijn allang veranderd in megabedrijven die streven naar marktmacht en winstmaximalisering. Daar is helemaal niets mis mee, maar de markt moet wel open blijven.

De vrijheid van de consument dreigt te gaan lijken op die van een koe in een weiland. Schijnbaar kan het dier gaan en staan waar zij wil, maar wel tot de sloten en de omheining. En gezegend met een argeloosheid waarvan de agromultinational profiteert. Zo kan het de burger ook vergaan, zelfs als hij weet welk concern hem probeert te monopoliseren.