Te koop: de moeder van stier Herman

Het Leidse biotechbedrijf Pharming werd wereldberoemd door stier Herman. Nu gooit het bijna de handdoek in de ring.

In de vele levensfases die Pharming heeft doorlopen, dreigt nu een totaal andere: niet langer zelfstandig, verkocht aan de hoogste bieder.

Het Leidse biotechbedrijf, ooit het broedstation van de wereldberoemde en omstreden genetisch gemanipuleerde stier Herman (1990-2004), heeft zichzelf gisteren min of meer vrijwillig in de verkoop gezet. Officieel, zo kondigde het persbericht aan, heeft het management twee zakenbanken in de arm genomen om „de strategische opties” te bestuderen. Dat doet een bedrijf wel vaker, maar nu stond daar nadrukkelijk bij: deze opties kunnen „een fusie, een kapitaalinjectie of verkoop” inhouden. Dat roept een bedrijf niet graag.

Maar voor Pharming rest na jaren van financieel schraap- en crisismanagement weinig anders. De bodem van de kas is in zicht en geld bijlenen op de huidige, wankele Europese kapitaalmarkten is buitengewoon lastig, zo merkte het bedrijf gisteren zelf op. Om de komende maanden door te komen – een beslissing over de strategische opties wordt pas na de zomer verwacht – zette Pharming vanochtend een een converteerbare obligatielening om in aandelen, ter waarde van ruim 8 miljoen euro.

Zoals het bij een experimenteel biotechbedrijf gaat spuit het geld er met miljoenen per jaar uit. Beleggers in dit soort bedrijven, zowel aandeelhouders van het sinds 1998 beursgenoteerde bedrijf als obligatieleners, moeten over een ijzeren geduld beschikken. Onderzoek naar baanbrekende geneesmiddelen is tijdrovend en kostbaar. Het wachten is steeds op die ene klapper, dat lang verwachte medicijn dat die ene tot nu toe onbehandelbare ziekte kan bestrijden.

Het wrange voor Pharming is dat het zijn medicijn al ontdekt hééft: Ruconest, of voor de Amerikaanse markt Rhucin. Dat is een geneesmiddel dat behandeling biedt van de erfelijke ziekte angio-oedeem, dat acute, soms dodelijke, zwellingen veroorzaakt. Eind 2010 gaf de Europese Commissie al groen licht voor de verkoop van Ruconest; het leverde Pharming vorig jaar een bescheiden omzet op van 3 miljoen euro (met nog een netto verlies van ruim 17 miljoen). Maar in de Verenigde Staten hapert de strenge goedkeuringsprocedure. Voor de finale testfase zijn, zo maakte Pharming eveneens gisteren bekend, nog niet voldoende proefpatiënten gevonden. En inmiddels zijn er zowel in Europa als in de VS ook concurrerende geneesmiddelen verschenen.

Het werkelijke probleem van Pharming is dat het te veel afhankelijk is van dat ene middel Ruconest. Andere eveneens veelbelovende initiatieven uit het verleden zijn eerder noodgedwongen stopgezet. Begin deze eeuw ging het bedrijf bijna failliet, toen de schuldenlast te hoog was opgelopen. Door het octrooi op het via stier Herman ontwikkelde geneesmiddel tegen de ziekte van Pompe (een erfelijke spierziekte) te verkopen en flink te saneren kon Pharming doorstarten. Maar vanaf 2007 liepen de schulden opnieuw hoog op. Men besloot vorig jaar de dochter DNage, gericht op de bestrijding van verouderingsziekten, af te stoten. En nu overweegt het Leidse bedrijf zichzelf maar helemaal op te heffen, althans te verkopen.

Beleggers hebben er weinig vertrouwen in dat men een geschikte koper vindt die met een redelijk bod komt – de huidige beurswaarde bedraagt nog geen 15 miljoen euro. De koers van het aandeel Pharming, al jaren een treurig penny stock, daalde gisteren en vanochtend met ruim een kwart. Om precies te zijn: van 4 naar 2,3 eurocent.

    • Philip de Witt Wijnen