Op griezelexpeditie naar Tsjernobyl

Chernobyl Diaries. Regie: Bradley Parker. Met: Jesse McCartney, Jonathan Sadowski. In: 39 bioscopen. ***

Inderdaad. Het bestaat echt: extreem toerisme. Het is misschien geen enorme bedrijfstak. Maar er zijn werkelijk reizigers die het spannend vinden om te bungeejumpen in een werkende vulkaan of tussen de haaien te zwemmen. Dus het groepje Amerikaanse nucleaire ramptoeristen dat in Chernobyl Diaries strandt in de verboden zone rond de in 1986 ontplofte kernreactor in Tsjernobyl is niet zomaar ontsproten aan het brein van een onbenullige scenarioschrijver. Maar wel eentje die dacht dat je alleen al aan dat angstaanjagende idee genoeg had voor een hele horrorfilm. Wie is er nu niet bang voor straling? Zeker met de ramp in het Japanse Fukushima nog vers in het geheugen.

Dat ideetje kwam trouwens van Oren Peli, die met het even low budget gedraaide en rammelend suggestieve Paranormal Activity in 2007 een enorme hit had. Voor de regie trok hij debutant Bradley Parker aan, en samen leverden ze een doorsnee shocker af. Snel blijkt natuurlijk dat de zone niet helemaal verlaten is. En dan kan het aftellen volgens het stramien tien kleine negertjes beginnen. Dat hebben we eerder en beter gezien.

Bonuspunten krijgt de film voor de decors. Die zijn één op één nagebouwd van de foto’s die echte ‘extreme toeristen’ maakten van Tsjernobyl en arbeidersstadje Prypiat en die je op internet kunt vinden, inclusief het beroemde reuzenrad dat figureert in diverse computerspelen zoals Call of Duty. Dat ziet er allemaal zo realistisch, desperaat en onheilspellend uit dat je soms even denkt dat ze guerrillafilmend en wel met een camera echt het verboden gebied in zijn gegaan. Prikkelende mogelijkheden die deze film niet benut.

    • Dana Linssen