Onze liefde mag niet van mijn land

Journalist Maarten Zeegers werd Syrië uitgezet, maar is in Nederland niet welkom met zijn gevluchte vrouw Sarah. De Europese immigratieregels zijn kafkaësk, stelt hij.

Ik trok drie jaar geleden naar Syrië, om te studeren aan de Universiteit van Damascus. Toen de opstand tegen het regime van president Assad uitbrak, werd ik onbedoeld meegesleept in de revolutie. Bij een van de demonstraties tegen het regime ontmoette ik Sarah, een jonge vrouw uit Damascus. In de schaduw van de opstand ontstond een romance vol gevaar, angst en liefde, zoals bekend uit een spannend jongensboek.

Dit boek kwam tot een abrupt einde toen ik werd opgepakt, tot ongewenste vreemdeling werd verklaard en op het eerste vliegtuig het land uit werd gezet. Een dag later vloog Sarah mij achterna. Syrië kon ik niet meer in. We zouden trouwen en samen een toekomst opbouwen in Nederland – tenminste, dat dacht ik.

Niet dus. Om in Nederland met een buitenlandse partner te mogen wonen, geldt een aantal strenge voorwaarden. Zo moet mijn echtgenote Nederlands kunnen spreken, een inburgeringsexamen afleggen en nog meer flauwekul. Sarah is een moderne vrouw, ze is hoogopgeleid en spreekt prima Duits en Engels, maar ze beheerst – en dat is niet zo raar – geen Nederlands. Ook kent zij niet al de provinciehoofdsteden uit haar hoofd.

Dit is natuurlijk niet het grootste probleem. Nederlands valt te leren, net als de namen van de provinciehoofdsteden, maar om samen hier te kunnen wonen, moest ik zelf in het bezit zijn van een vast arbeidscontract en anderhalf keer het minimumloon verdienen. Bij mijn vertrek uit Syrië had ik evenwel al mijn bezittingen achtergelaten. Ook in Nederland had ik niets meer: geen huis, geen werk en geen inkomen. Op een vast contract bij een werkgever hoef ik in deze tijden van economische crisis voorlopig niet te rekenen.

In Nederland was dus geen plaats voor ons. We moesten verhuizen naar een ander land. Dit werd Oostenrijk. Hier konden wij merkwaardig genoeg wel samen zijn. Als Europees burger mag ik wonen en werken in elk ander land van de Unie. Hierbij heb ik recht op gezinsvorming. Omdat ik geen Oostenrijker ben, val ik niet onder de nationale immigratiewet (die in Oostenrijk vrijwel net zo streng is als in Nederland), maar onder Europese regelgeving. Hierdoor kan Oostenrijk mij en mijn vrouw geen extra beperkingen opleggen, zoals de Nederlandse staat dit in mijn geval wel kan.

Ik bevind me in de absurde situatie dat ik overal in Europa kan wonen met mijn vrouw, behalve in mijn eigen land. Omgekeerd geldt dat ik mij wel met mijn vrouw in Nederland zou kunnen vestigen als ik een Belgisch of Duits paspoort zou hebben gehad. Nu woon ik met Sarah op een klein zolderkamertje in een stad waar ik verder niemand ken en eigenlijk ook niemand wil kennen.

Sommige politici beweren dat de beperkingen er zijn omdat immigranten kennis moeten hebben van de Nederlandse taal en cultuur en moeten kunnen terugvallen op een zekere financiële stabiliteit. Dit is de grootst mogelijke onzin. Deze wetten bestaan uitsluitend om het zo moeilijk mogelijk te maken voor laagopgeleide, allochtone medelanders om een importbruid te halen uit hun land van herkomst. Allochtonen zijn er, volgens dezelfde politici, al genoeg.

Ik zie de logica van een beleid tegen kettingmigratie wel in, maar het gevolg van deze politiek is dat ook ik met mijn vrouw niet welkom ben in Nederland – en met mij een hoop andere Nederlanders die uit liefde zijn getrouwd met een buitenlandse.

Gelukkig mag ik volgend jaar officieel terug naar Nederland. Na meer dan zes maanden in Oostenrijk te hebben samengewoond, hebben Sarah en ik zogenoemde EU-rechten opgebouwd. Op basis hiervan komen wij in principe in aanmerking voor een verblijfsvergunning, zonder inburgerings- of inkomenseisen.

Veel gemengde stellen maken gebruik van deze omweg om de buitenlandse partner toch Nederland in te krijgen. Ze schrijven zich tijdelijk in als inwoners van België of Duitsland, om na een jaar weer te verhuizen naar Nederland. Deze methode wordt ook wel de België- of Duitslandroute genoemd.

De inconsistentie tussen Europese en nationale regels leidt ertoe dat immigratiewetgeving die erop is gericht om importhuwelijken tegen te gaan, in de praktijk gemakkelijk te omzeilen en dus nutteloos is. Het enige resultaat is dat ze het leven voor mij en Sarah, en duizenden anderen, nodeloos ingewikkeld maakt.

Maarten Zeegers studeerde islamitisch recht in Damascus en deed verslag over de opstanden in Syrië voor nrc.next en NRC Handelsblad.

    • Maarten Zeegers