Ongelukkig op zijn Scandinavisch

Happy Happy. Regie: Anne Sewitsky. Met: Agnes Kittelsen, Henrik Rafaelsen, Joachim Rafaelsen, Maibritt Saerens. In: 4 bioscopen. **

De debuterende Noorse regisseur Anne Sewitsky wilde een film over iemand die tegen de klippen op gelukkig is, die „geluk gebruikt als overlevingsstrategie”. Dat suggereert een interessanter personage dan plattelandsvrouw Kaja is. Haar geluk is hysterie die wanhoop en eenzaamheid camoufleert: gewoon zo’n gelukkige huisvrouw met verkrampte glimlach die we uit duizend films kennen.

Zoals alles in Happy Happy bekend voorkomt. Kaja’s echtgenoot Eirik is een broeierige kasthomo. Dat begrijp je direct als hij in het echtelijk bed gebiologeerd naar worstelen staart („kijk je alweer naar worstelen?”) en de avances van Kaja afwijst. Zo seksuele geaardheid suggereren is weinig subtiel, maar typerend voor dit Noorse relatiedrama.

In Happy Happy gaat het bij Kaja borrelen zodra het perfecte koppel Elisabeth en Sigve in het buurhuis trekt. Goed opgeleid, beetje arrogant, maar ook dit huisje heeft natuurlijk zijn kruisje en al snel bladdert die urbane neerbuigendheid af. Hun Ethiopische adoptiezoon Noa onderwerpt zich intussen in een subplot die in het luchtledige hangt – was de film soms te kort? – aan een spel van slaaf en meester met zijn blonde buurjongetje. President Obama die de Nobelprijs in ontvangst neemt, maakt hem toch trots op eigen huidskleur.

Zoals iedereen braaf zijn lesje leert in Happy Happy, een politiek correct drama dat zelden sprankelt. De psychodynamiek is overbekend, het smaakvol ondramatisch script voert rechtlijnig naar geruststellende finale. Niet zo slecht voor een debutant, maar een Ingmar Bergman wordt Anne Sewitsky niet.

    • Coen van Zwol