Nationale parken en landschappen bundelen de krachten

De twintig nationale parken en de twintig nationale landschappen gaan intensief samenwerken om de gevolgen van decentralisatie en bezuinigingen door het Rijk op te vangen. Ze willen bij hun samenwerking ook de Nederlandse Werelderfgoed-gebieden betrekken. Dat hebben ze vandaag bekend gemaakt.

De parken en landschappen willen samen geld binnenhalen. Ze willen een fonds oprichten waar zowel burgers als politiek geld in kunnen storten. Ze overwegen één „totaalaanvraag” te doen voor steun van de Postcodeloterij, en willen gezamenlijk aankloppen voor geld bij het Nationaal Groenfonds – een stichting die natuur- en landschapsprojecten financiert – om „zich zelf bedruipende constructies” te financieren, zoals een bezoekerscentrum met horeca.

De parken en landschappen vallen sinds kort onder de provincies. „We zijn te vondeling gelegd. De nationale parken en landschappen zijn sinds een half jaar een vervallen rijkstaak. Maar hoe het verder moet is nergens geregeld”, zegt Hans Schiphorst, secretaris van het Samenwerkingsverband Nationale Parken. De parken en landschappen zitten nu nog in aparte organisaties. In de nationale parken gaat het vooral om waardevolle natuur; de nationale landschappen zijn aangewezen om hun cultuurlandschap, met landbouw als belangrijkste functie. De nationale parken kregen tot voor kort jaarlijks twee miljoen euro van het Rijk. Of die steun blijft, verschilt per provincie. „Maar we zijn een sterk merk”, stelt Schiphorst. „In het buitenland bezoek ik bij voorkeur een nationaal park, want dan weet je: daar zal het wel mooi zijn.”

Het beheer van parken, landschappen en Werelderfgoed-gebieden kost geld, maar de gebieden genereren ook omzet. Schiphorst noemt het nationaal park Weerribben-Wieden in Overijssel als voorbeeld. „Het ideale beheer kost daar jaarlijks 6 miljoen euro. Maar er komt jaarlijks 18 miljoen euro aan belastingen binnen. En ondernemers in het gebied maken samen ongeveer 32 miljoen euro winst. Het probleem is alleen, dat de investeerders niet dezelfde personen zijn als de winstmakers.”

    • Arjen Schreuder