Met kwaliteit uit eigen competitie

Na het gelijkspel tegen Polen staat het Rusland van Dick Advocaat met vier punten al zo goed als zeker in de kwartfinales.

Russian midfielder Alan Dzagoev (C) celebrates with teammates after scoring during the Euro 2012 championships football match Poland vs Russia on June 12, 2012 at the National Stadium in Warsaw. AFP PHOTO / DIMITAR DILKOFF AFP

Redacteur Voetbal

Rotterdam. De toch al historisch beladen wedstrijd tussen de buurlanden Polen en Rusland in Warschau viel ongelukkig genoeg ook nog eens op 12 juni: ‘Ruslanddag’. Bij uitstek een moment voor Russisch vlagvertoon, waarmee de Poolse gastvrijheid nog eens extra op de proef gesteld werd. De Russen herdenken op 12 juni de dag dat de Sovjet-deelrepubliek Rusland zich in 1990 soeverein verklaarde, waarop anderhalf jaar later de Sovjet-Unie uiteenviel.

Dat is overigens weinig reden voor een feestje, vinden veel Russen. President Vladimir Poetin noemde de val van de Sovjet-Unie ooit de „grootste geopolitieke catastrofe van de vorige eeuw”. Hij had het net zo goed over de gevolgen voor het Russisch voetbal kunnen hebben.

Want zonder de spelers uit met name de deelrepubliek Oekraïne was Rusland geen schim meer van het voetbalbolwerk Sovjet-Unie. Dat werd onder meer eenmaal Europees kampioen (1960) en driemaal tweede op een EK. Die Sovjet-ploegen leunden zwaar op niet-Russische spelers uit de deelrepublieken. In 1988, op het laatste EK voor de Sovjet-Unie, bestond het team van de Oekraïense Sovjet-coach Valeri Lobanovski zelfs uit acht spelers van het eveneens Oekraïense Dinamo Kiev. In de finale verloor de tanende communistische staat met 2-0 van Oranje.

Twintig jaar later pas lukte het Rusland weer een rol van betekenis te spelen. Guus Hiddink leidde de Russen op het EK in 2008 naar een plek bij de laatste vier. Het Nederlands elftal van bondscoach Marco van Basten werd in de kwartfinales tactisch uitgemanoeuvreerd, maar de latere kampioen Spanje bleek in de halve finales te sterk.

Het was een zoveelste teken dat Rusland helemaal terug is in de voetbalwereld. Steeds nadrukkelijker bemoeien steenrijke, voetbalgekke oligarchen zich met het spelletje. Zoals Roman Abramovitsj, eigenaar van de Engelse voetbalclub Chelsea, die een trainingscomplex voor de Russische nationale selectie financierde en een groot deel van het salaris van Guus Hiddink voor zijn rekening nam. Wie in het goede boekje van het Kremlin wil komen en blijven doet er goed aan de nationale selectie te ondersteunen.

Vorig jaar sleepte het ambitieuze Rusland zelfs de organisatie van het WK 2018 in de wacht. In het clubvoetbal lonken al langer de miljoenensalarissen uit het oosten. Uit een onlangs verschenen demografische studie van het Europese profvoetbal blijkt dat in de Russische competitie in 2011 zelfs meer internationals speelden dan in de Spaanse, Italiaanse of Franse competitie.

Toch is dit de laatste jaren niet ten koste gegaan van eigen Russische kweek. In de rest van Europa zwelt zo nu en dan de roep om invoering van de zogeheten ‘6 + 5 regel’ aan, waarbij een team verplicht wordt om zes spelers uit eigen land op te stellen. Maar Rusland, niet gehinderd door Europese regels over vrij verkeer van werknemers, kent al sinds 2005 een maximering van het aantal buitenlanders.

Voldoende Russische kwaliteit dus in de vaderlandse competitie. Alle spelers die gisteren in actie kwamen tegen Polen – en afgelopen vrijdag in de gewonnen wedstrijd tegen Tsjechië (4-1) – spelen in de Russische Premier League. Alleen spelmaker Andrei Arsjavin, die in 2008 excelleerde in de kwartfinale tegen het Nederlands elftal, is eigendom van het Engelse Arsenal. Het afgelopen half jaar werd hij echter verhuurd aan Zenit St. Petersburg. Bij Polen speelde gisteren maar één speler die in de nationale competitie uitkomt.

De beste kansen waren in de eerste helft voor Polen geweest, maar het was de meest dwingende speler van dit EK tot nu toe, de 21-jarige Rus Alan Dzagojev, die raak kopte uit een vrije trap. De wedstrijd werd in de tweede helft spannender en rommeliger. Neem Arsjavin, die tien minuten na rust een zelfopgezette aanval verprutste terwijl drie Russen vrij in het Poolse strafschopgebied opdoken. Twintig seconden later ramde de Poolse aanvoerder Jakub Blaszczykowski de bal aan de andere kant van het veld in de bovenhoek. Door het enthousiasme van beide teams vielen enorme gaten, maar het bleef bij 1-1.

Bondscoach Dick Advocaat van Rusland heeft met de eerdere overwinning op Tsjechië uitstekende papieren om zich zaterdag tegen de zwakste ploeg uit poule A, Griekenland, te plaatsen voor de kwartfinale.