Medisch specialist kan wel wat terugbetalen

Medisch specialisten kunnen zelf best een deel van hun opleiding betalen, denkt de overheid. Ze verdienen straks goed genoeg. Aspirant-piloten steken zich toch ook in de schulden?

Charlotte de Bree (27) is net begonnen als internist-in-opleiding. Ze werkt 38 uur per week in een ziekenhuis, verdient daar 2.000 euro netto, en volgt tien uur onderwijs. Ze wordt de komende zes jaar opgeleid tot medisch specialist. Kosten: zo’n 130.000 euro per jaar. Dat betalen, indirect, het ministerie van VWS en OCW.

Zou zij er 10 procent van willen betalen? „Waarschijnlijk kan ik een lening wel terugbetalen. De kans dat ik een baan vind als specialist is vrij groot. Maar 13.000 euro lenen per jaar? Dat klinkt als veel.” En, nuanceert De Bree, specialisten verdienen later relatief veel, maar ze hebben ook een grote verantwoordelijkheid.

Marcel Levi (ook internist) vindt het een reëel voorstel, zegt hij. De bestuursvoorzitter van het AMC in Amsterdam ziet niet waarom medisch specialisten niet zouden meebetalen aan hun opleiding. De 13.000 euro per jaar die Haagse ambtenaren nu voorstellen, vindt hij „wel erg hoog”. Maar een paar duizend euro per jaar lenen om te investeren in je toekomst als medisch specialist, vindt Levi realistisch. „Je hebt later als specialist een heel aardig inkomen. Dus dan kun je wel wat terugbetalen.”

Wat terugbetalen – dat is dus 80.000 euro als de opleiding zes jaar heeft geduurd. Plus rente.

Maar piloten lenen vaak ook om hun opleidingskosten te betalen. Dus waarom medisch specialisten niet?

Het voorstel specialisten in opleiding zelf 10 procent van de kosten daarvan te laten dragen, komt van een groep hoge ambtenaren. Het kabinet had om onderzoek naar bezuinigingsmaatregelen gevraagd. De ambtelijke werkgroep, waarin Financiën, Volksgezondheid en Onderwijs zijn vertegenwoordigd, stelt ook verkorting voor van de opleiding tot medisch specialist. Dat zou een besparing van 200 miljoen euro opleveren. In andere Europese landen, schrijven ze, worden medisch specialisten ook korter opgeleid.

Dat wil Marcel Levi nuanceren: „Ze hebben alle Europese landen meegerekend. In Albanië kun je misschien in twee jaar neuroloog worden. Maar als je onze opleiding vergelijkt met landen waarmee we vergeleken willen worden, zoals Frankrijk en Engeland, dan doen wij er niet veel langer over.”

Over de ‘eigen bijdrage voor specialisten’ schrijft de ambtelijke werkgroep: „De private investering van de specialist, in relatie tot de kosten van de overheid en het rendement voor de specialist, is gering.” De specialist in opleiding laten meebetalen, zou het rijk 80 miljoen euro per jaar schelen.

De werkgroep werkt ook drie andere ideeën uit om in totaal 425 miljoen euro per jaar te bezuinigen op de acht universitaire medische centra. Aan zorg, opleiding en onderzoek geven die jaarlijks ruim 6 miljard euro uit. Ze zouden dus bijna 7 procent van hun inkomsten verliezen. Het kabinet zou voor het zomerreces een standpunt innemen.

Piloten lenen al gauw anderhalve ton voor een particuliere opleiding. En zij lopen daarbij het risico geen baan te vinden. Dat zal een medisch specialist niet overkomen: de vraag naar zorg neemt de komende jaren alleen maar toe.

Elk jaar ronden zo’n 2.850 studenten geneeskunde hun studie tot basisarts af. Ongeveer eenderde studeert nog eens vier tot zes jaar om specialist te worden. Daar betalen ze geen collegegeld voor. Ze werken in een ziekenhuis, waarvoor ze salaris ontvangen, en krijgen les. In hun lessen en begeleiding investeert de maatschappij, de overheid, acht ton voor een zesjarige specialisatie.

Als dertiger gaat de gespecialiseerde arts goed verdienen. In loondienst van een (academisch) ziekenhuis 7.000 tot 12.000 euro per maand. Als vrij gevestigd specialist gemiddeld zo’n 215.000 euro per jaar. Daar moeten wel ondernemerskosten vanaf, zoals die voor verzekeringen en een secretariaat.

Eenderde van de basisartsen volgt een andere specialisatie, tot huisarts. Zij worden niet genoemd in het onderzoek.