Manakin laat vleugels zingen

‘Tik-tik-ting’ klinkt het als de stompveermanakin zijn vleugels over elkaar strijkt. Het vogeltje bespeelt zijn vleugels als een violist: met een geribbelde, massieve ellepijp en strijkstokveren.

Club winged manakin male {Machaeropterus deliciosus} Ecuador Nature Picture Library/Holland>

Van een vogel die het geluid ‘tieie!’ maakt, kijkt niemand op. Wat uniek is, is de manier waarop deze stompveermanakin dat geluid produceert. Hij slaat zijn vleugels in een tempo van 107 tikken per seconde tegen elkaar, waarbij de vleugelveren als een plectrum fungeren. Hij is de enige vogel die, wat zijn geluidstechniek betreft, op een krekel lijkt.

Bioloog Kim Bostwick doet al meer dan tien jaar onderzoek aan het zangvogeltje (Machaeropterus deliciosus), dat alleen in het regenwoud in de bergen van Colombia en Ecuador leeft. Ze publiceerde al meermalen over het gitaarwerk van de manakin, maar pas vandaag beschrijft ze in Biology Letters de consequenties van zijn ongebruikelijke vleugelmotoriek. Om zijn vleugels met kracht en extreme snelheid tegen elkaar te slaan, is de ellepijp – die bij vogels in de vleugel ligt – massief. De stompveermanakin is de enige vogel die met zo’n zwaar bot in de lucht blijft.

Andere vogels, reptielen, zoogdieren en amfibieën hebben holle botten in hun ledematen. Meestal zijn die gevuld met merg en bij vogels zijn ze zelfs echt hol, om gewicht te besparen. Op de bovenste foto op deze pagina (een CT-scan) is de massieve ellepijp van de stompveermanakin goed te zien. Het bot is dik en zit vol ribbels en richels.

Bostwick, van Cornell University in de VS, beschrijft het geluid van de stompveermanakin als ‘tik-tik-ting’. Op een video ziet die ‘zang’, die het mannetje produceert tijdens de balts, er spectaculair uit maar het gaat te snel om het te volgen. Het mannetje draait zijn vleugels naar achteren, zoals iemand die in zijn handen klapt achter zijn rug. De vleugels slaan eerst tweemaal laag tegen elkaar (de tik). Daarna draait het dier zijn vleugels hoger boven zijn rug en slaat hij ze nog eens bijeen, nu wat langer. Dat geeft de ting, met een toonhoogte van 1500 hertz. Het klinkt als een korte vioolklank, eenderde van een seconde lang.

Om te zien wat de manakin deed, moest Bostwick destijds met een hogesnelheidscamera aan de slag. Ze publiceerde er al in 2005 over in Science en in meer detail in Proceedings of the Royal Society B in 2009. Tijdens de ting slaan de vleugels zo’n 36 keer tegen elkaar met een frequentie van 107 slagen per seconde – sneller dan een kolibri. Daarbij strijkt een van de veren over ribbels van twee andere veren en produceert het geluid. De vergelijking met viool en strijkstok is dus meer dan oppervlakkig.

Die ‘strijkstokveren’ zitten vast aan de ellepijp. De unieke bouw van dat been bij de manakin maakt dat ze werkelijk vast zitten, in de botrichels. Zo blijven ze “in een stevige greep die controle op het instrument biedt”. Bij andere vogels zitten de veren maar lichtjes vast aan de ellepijp.

Verder vermoedt Bostwick dat het stevige bot de krachten tijdens die rare vleugelbeweging opvangt en het geluid versterkt. Een baltsende manakin is tientallen meters verder te horen.

Bekijk een video van een ‘zingende’ stompveermanakin op: http://nrch.nl/c9w

    • Hester van Santen