Liters nepbloed en kilo's aarde over het toneel

Johan Simons regisseert Macbeth. Hij maakt er een primaire, bijna beestachtige vertoning van.

Theaterrecensent

Een samengebalde Macbeth, als een vuist. Shakespeares bloederigste koningsdrama wordt door regisseur Johan Simons bij Toneelgroep Amsterdam sterk beknot: hij stroopt de huid van het stuk en ontleedt het tot zijn bloederige kern. Met een paar dubbelrollen brengt hij de personages terug tot een minimum, en hij ontdoet zich van alle taalfranje. De vertaling van Hugo Claus werd door Koen Tachelet bekort, en hij bedient zich van veel, soms gekmakende herhaling. Macbeth zit gevangen in een cirkel van geweld en draait rond in kringetjes; ontsnappen is onmogelijk.

De speelvloer suggereert een laboratorium. Maar het kan ook een rechtszaal zijn; een oorlogstribunaal. Macbeth, Banquo en Macduff dragen legergroen ondergoed; pas terug uit een oorlog. Het gele speelvlak wordt omringd door glazen vitrines. Daarachter een tribune waarop de acteurs en twee muzikanten (rechters? onderzoekers?) de handeling gadeslaan. Zo worden Macbeths gekte en bloeddorst gereconstrueerd. Als Shakespeares stuk is afgelopen, gaat de voorstelling nog even door; de acteurs ruimen de rotzooi op.

Dat is nodig, want in deze Macbeth worden liters nepbloed vergoten, kilo’s aarde over het toneel uitgestort. Simons maakt er een primaire, bijna beestachtige vertoning van. In Macbeth, die zich een weg naar de Schotse troon moordt, schuilt een bloeddorstig dier. Je ziet het in het zwoegende lichaam van Fedja van Huêt; de rug gekromd, de schouders hoog, het hoofd in de nek teruggetrokken. Je voelt het beest onder zijn huid bewegen. Bezeten is hij, zijn brein krijgt geen grip op zijn moordlust. Met angstige verwondering bezien zijn ogen de daden die zijn lichaam begaat.

Simons suggereert dat de mysterieuze heksen, die Macbeth zijn fatale voorspelling doen, een waanbeeld zijn in zijn eigen hoofd. Hij laat hem een schizofreen gesprek voeren met zichzelf. Het ene moment steekt hij twintig keer op Banquo in, het volgende kruipt hij als een kind bij Lady Macbeth (Chris Nietvelt) op schoot. Er huizen twee zielen in zijn borst: de bloeddorstige en de angstige, die hunkert naar geborgenheid en troost. De eerste is sterker.

De doorgeslagen Vietnam-veteraan; het is een aangrijpende, interessante regiekeuze, die vooral van Van Huêt een olympische prestatie vergt: hij acteert twee uur lang op de toppen van zijn fysieke kunnen – zwetend, bevend, spugend, schreeuwend en schuimbekkend. Hij schmiert, gesticuleert en marcheert over het toneel, of danst om zijn slachtoffers als kolonel Kurtz uit Apocalypse Now. Macbeth eindigt bedolven onder coniferen en potgrond, Van Huêt wrijft de aarde uit zijn ogen tijdens het applaus. Een imposante krachttoer.

Maar Simons creëert ook afstand. Omdat Macbeth van meet af aan gestoord is, is er weinig ontwikkeling in diens personage. De gekte bouwt zich niet op, maar barst direct op vulkaansterkte los. Dat maakt ook de functie van Lady Macbeth diffuus. Is zijn moordlust eenmaal ontketend, dan lijkt haar rol te zijn uitgespeeld. Nietvelt heeft nog wel een mooie zelfmoordmonoloog (een toegevoegd tekstfragment van Sarah Kane) en stroopt in een ijzingwekkend theatraal gebaar haar gezicht, een siliconen masker, af. Maar wat dat moet betekenen, blijft ongewis.

Pas als zijn vrouw dood is en Macbeth in het nauw raakt, mag Van Huêt een emotie aan het spectrum toevoegen: wanhoop. Hij smijt coniferen rond op het toneel, terwijl hij steeds het woord ‘dood’ zegt; schreeuwt, mompelt, vraagt of fluistert. Dan volgt, na bewondering en afschuw, uiteindelijk toch ook ontroering.

Theater

Shakespeares Macbeth

Door Toneelgroep Amsterdam. Uitverkocht. Reprise 15 t/m 18/8. Inl: tga.nl ****

    • Herien Wensink