In afwachting van dé wedstrijd... ... dendert in Brussel de crisis door

De komende dagen stijgt de spanning niet alleen op het EK voetbal, maar ook in de eurozone. Maar de échte wedstrijd gaat straks tussen Frankrijk en Duitsland. Om de euro te redden.

Netherlands, Kerkrade, 12.06.2012 Huis in Nieuwstraat Kerkrade. De straat vormt de grens tussen Nederland en Duitsland. Aan de ene kant daarom Duitse en aan de andere kant Nederlands voetbalversieringen. Alleen dit huis (dat in Duitsland ligt) heeft versieringen van beide nationaliteiten. Woensdagavond wordt de straat afgezet door politie van beide landen. foto Chris Keulen

In Nederland kleurt alles oranje, in afwachting van de – voorlopig – beslissende voetbalwedstrijd Nederland-Duitsland op het Europees kampioenschap. Maar in Brussel zijn ze in de ban van een heel ander euro-kampioenschap. Minstens zo historisch.

Na de Griekse en Franse verkiezingen, zondag, zal de échte match plaatsvinden: tussen Frankrijk en Duitsland. De eurocrisis escaleert zo spectaculair, dat alleen grote politieke ingrepen de muntunie bijeen kunnen houden. Dat kan, maar wel als deze twee grote landen, de stichters van de euro, akkoord zijn.

Eerst de miserabele feiten. Zaterdag leende Spanje 100 miljard euro om zijn wankelende banken te stutten. Politici in de eurozone dachten dat beleggers blij zouden zijn met zoveel vastberadenheid, en dat iedereen nu rustig zou wachten op de volgende hindernis: de Griekse verkiezingen van aankomende zondag.

Maar beleggers deden het omgekeerde: ze verkochten Spaans staatspapier. Omdat het noodfonds de circa 100 miljard aan de staat verstrekt (die het doorleent aan de banken) steeg de staatsschuld. Spanje moet dus méér lenen, tegen hogere rente. Daardoor is het land slechter af dan vorige week. Sommigen vrezen dat Spanje opnieuw naar het noodfonds moet.

Daarbij is onduidelijk welk noodfonds de leningen verstrekt: het tijdelijke EFSF of het permanente ESM. Het ESM moest in juli effectief zijn, maar slechts vier eurolanden hebben het geratificeerd. Nederland is daar niet bij, maar wil wel dat het ESM de leningen aan Spanje regelt. Want als het land zijn leningen maar deels terugbetaalt, hebben eurolanden volgens de ESM-statuten immers voorrang op particuliere crediteuren. Bij het EFSF geldt dat niet. Nederland voelt zich veiliger bij het ESM. Beleggers natuurlijk niet. „Waarom zou je nog in Spaanse obligaties investeren als je achterin de rij wordt geduwd?” zei Gary Jenkins van Swordfish Research gisteren. „In plaats van te zorgen dat mensen investeren in Spanje, jagen ze ze weg.”

Het ESM-debat in de Tweede Kamer ging nauwelijks over dit mechanisme. Nu blijkt dat , mede door dat mechanisme, de kloof tussen de eurolanden razendsnel groeit. Op advies van Swordfish en anderen halen particuliere beleggers hun geld uit zuidelijke eurolanden en parkeren het in Duitsland. Het zuiden glijdt af. Rentes op staatsleningen in Italië stijgen pijlsnel. Cyprus onderhandelt al over EFSF-leningen omdat veel banken zaken deden met Griekenland.

Veel opties zijn er niet meer. Dat is beangstigend, maar tegelijk verhelderend. De tijd van oplappen is voorbij. Een structurele oplossing dringt zich op: zoals elke munt heeft de euro een land nodig, of iets wat erop lijkt. Wat één land met zijn begroting of banken doet, gaat alle eurolanden aan. Dus moeten begroting, bankzaken en zelfs belastingen Europeser worden geregeld. Beleggers moeten weinig verschil zien tussen het ene of het andere land.

Vóór de euro zeiden de Duitsers: een monetaire unie werkt alleen met een politieke unie. De Fransen wilden dat niet – en kregen hun zin toen Duitsland Franse goedkeuring wilde voor de Duitse hereniging. De euro was een politieke deal tussen Parijs en Berlijn. Duitsland gaf de Mark en de controle over de eigen munt op. Bondskanselier Merkel bereidt de kiezers nu voor op méér Europa. Duitsers, zegt ze, moeten soevereiniteit inleveren. Dat is moeilijk. Maar ze hebben het eerder gedaan. Zij kennen dit debat. De Fransen niet.

Nederlanders ook niet: gulden of euro, dat maakte weinig uit. Maar Frankrijk is belangrijker dan Nederland. Zonder Nederland kan de euro verder. Zonder Frankrijk niet.

Daarom hopen velen in Brussel dat president Hollande zondag bij de parlementsverkiezingen een meerderheid krijgt. Dat geeft hem de kans de Fransen ervan te overtuigen dat zij, na tien jaar euro, óók soevereiniteit moeten inleveren. Als dat lukt, komt Merkel met miljarden over de brug. En met Europees bankentoezicht, eurobonds en andere goede ideëen die Frankrijk aandraagt. Volgens een Duitse functionaris is „de kernvraag vrij simpel. Willen onze partners meer Europa, of willen ze alleen meer Duits geld?”

Dit is de vraag die Frankrijk in het Brusselse spel moet beantwoorden.

Merkels vlucht naar voren: pagina 2