Ik weet echt alles door schade en schande

Mirjam Lensink (38) emigreerde naar Brazilië. Een ‘paradijs’, maar wel eentje met aparte afdelingen voor blank en zwart.

Schrijver

‘Het is nu een fantastische tijd om in Brazilië te wonen”, zegt Mirjam Lensink (38). „Het is net Nederland in de jaren zeventig. Overal is geld voor. En het wás hier al het paradijs!”

Tien jaar geleden emigreerde ze, met slechts één koffer, en een naaimachine in haar handbagage. Ze had net een half jaar van het leven in Bahia geproefd, was verliefd geworden op het land en op een Afro-Braziliaanse man, van wie ze zwanger was geraakt. Haar visum kreeg ze, op grond van het feit dat ze moeder was geworden van een Braziliaans kind. „Dat bleek voor mij het ideale visum: onafhankelijk van een man en relatief gemakkelijk te verkrijgen.”

Lensink weet alles van visa. Het is haar beroep: mensen uit Europa helpen met al het regelwerk dat emigreren en investeren met zich meebrengt. En dat is veel, want Brazilië is wat regelgeving betreft zo’n ingewikkeld land dat zelfs Braziliaanse ondernemers iemand inhuren die weet hoe de instanties werken, een despachante. „Ik ben de despachante voor Europeanen.”

Haar klanten denken vaak dat zij zelf nooit problemen heeft. „Maar ik weet alles echt door schade en schande. Hoe vaak ik niet belazerd ben, dat is niet meer te tellen. Maar het voordeel is dat ik nu over kennis beschik die ik te gelde kan maken.”

Veel Europeanen die naar Brazilië emigreren, settelen zich in een beveiligde compound en pakken in het weekend de auto om andere Europeanen op te zoeken. Lensink niet. Ze woont in het kuststadje Ilheus tussen de gewone mensen. In Bahia zijn de gewone mensen zwart of bruin. Tussen hen voelt ze zich thuis. „Als kind wilde ik altijd al een neginha (dat is in Brazilië niet discriminerend) zijn. Waarom? „Ik vind zwarte mensen warmer, spontaner. Ze lopen rechtop, zijn niet verlegen met hun lichaam, ook niet als het bijna bloot is.” In Nederland liep Lensink al het liefst op slippers, met zo weinig mogelijk aan. Dat is niet veranderd. Tijdens onze ontmoeting liggen we in hangmatten, haar voornaamste meubels. Lensink draagt havaianas, een kort roze rokje, een witte bh. „Een winterjas ervaar ik als een zware last.”

Ze is Groningse van geboorte, dochter van een overtuigd communist. In Amsterdam studeerde ze sociologie, werkte bij filmhuis Kriterion. Ze had een hangmat op haar studentenkamer, droeg naveltruitjes naar college, was fanatiek met capoeira. Met dat laatste liep ze zoveel blessures aan armen en benen op dat ze, inmiddels afgestudeerd, volledig in de ziektewet belandde. Toen ze uiteindelijk door de molen moest voor een AOW-uitkering koos ze ervoor om af te zien van haar rechten. Ze vertrok naar haar favoriete vakantieland, Brazilië, met het idee dat het klimaat haar lichaam in elk geval goed zou doen. Ze had 500 euro op zak.

Ze betrok een klein kamertje in de favela’s van Porto Seguro. „Ik wist één ding: in Brazilië moet je niet voor een baas gaan werken, dan verdien je niks.” Als socioloog had ze in São Paulo wellicht aan de slag gekund, maar die stad trok haar niet. „Daar leven ze net zo gestrest als in Amsterdam. Ik wilde het paradijs.”

Ze kocht een vouwfietsje waarmee ze dagelijks naar het strand reed. Op het strand in Brazilië liggen mensen niet op een handdoek, maar ze zitten op plastic stoeltjes onder een parasol. „Ik bedacht iets wat er nog niet was”, zegt Lensink. Ze liep langs de terrassen, riep dat de mensen voor 5 reais (in die tijd ongeveer 3 euro) een korte massage konden krijgen, gewoon in hun stoel. Had ze iemand zover, dan veegde ze eerst met een zachte kwast het zand van hals en bovenrug. „Dan kreunde die persoon al van genot, en dan wilde daarna het hele terras. Na een klant of vijf, zes dook ik even de zee in.”

Goedkope massages voor iedereen. Lensink gedraagt zich alsof er in Brazilië geen levensgrote kloof is tussen arm en rijk, tussen zwart en blank. Door haar zwarte omgeving werd Lensink dan ook meteen geaccepteerd: „Omdat ze me elke dag zagen zwoegen op mijn fietsje.”

Op een dag vroeg de eigenaar van het terras of Lensink iemand wilde masseren die in de keuken werkte. Een mooie, donkere man op wie ze meteen verliefd werd. Na twee maanden raakte ze zwanger. Haar dochter, Luana, is nu negen.

„Ik had geen babyspullen, geen kleertjes. Ik dacht, het is hier warm. Waarom zou je zo’n kind kleren aandoen?” Naar het ziekenhuis nam ze toch voor de zekerheid maar twee setjes mee. Ze werd er heel hard uitgelachen. „Ze zeiden: wat denk je dat eruit gaat komen? Dit zijn kleren voor een peuter van twee.”

Tijdens de eerste maanden van haar zwangerschap raakte haar arm uit de kom, het oude probleem. Masseren ging niet meer. Ze stelde toen restauranteigenaren voor om hun menukaarten te vertalen naar het Engels. „Er kwamen inmiddels zoveel internationale toeristen.”

Omdat ze al snel goed Portugees sprak, bood ze zich aan als vertaler voor Europeanen die voor langer naar Brazilië kwamen. Ze sprak al Engels, Frans, Duits en Spaans. Ze vergezelde klanten naar de boekhouder, naar de belastingdienst, de advocaat, de notaris, de federale politie, de emigratiedienst. „Op een gegeven moment dacht ik: het is veel efficiënter als ik die dingen gewoon zelf ga doen.” Klanten geven haar nu een volmacht, zij regelt alles. Soms zeggen ze dat ze het zelf wel doen, worden een keer goed belazerd en komen dan alsnog bij haar. Dan hebben ze soms veel geld verloren, door bijvoorbeeld een stuk grond te kopen waar de papieren niet van in orde zijn. „Daar moet je hier erg mee uitkijken.” Het werd Lensinks specialisme: percelen grond vinden die nog goedkoop zijn, maar die duur gaan worden.

Intussen bouwde ze op een eigen lapje grond in het toeristenplaatsje Arraial d’Ajuda haar eigen huis. „Iedereen verklaarde me voor gek dat ik er geen hek omheen zette, dat doe je hier zodra je een beetje geld hebt. Maar ik ga niet vrijwillig in een gevangenis wonen.” Ze is een aantal keren overvallen. „Er zijn daar bendes die er niet voor terugschrikken om je dood te maken.” Ze zag de buurt verslechteren, het dorpje raakte bij toeristen uit de mode, niet iedereen kon meer van het toerisme leven. Toen het te gevaarlijk werd voor haar dochter verhuurde ze haar huis. Van de opbrengst betaalt ze de huur van haar huidige royale appartement in Ilheus. Ook in Ilheus woont ze aan ‘de verkeerde kant van de stad’. Toen de politie er staakte, enkele maanden geleden, durfde ze enkele weken nauwelijks de straat op. Vanaf haar veranda zag ze kleine ondernemers overvallen worden. Niemand greep in. Maar dat was in de hele stad zo en haar buurt is in opkomst, weet ze. Het rijke centrum is vol, terwijl de stad aan het groeien is. „Ze kijken nu naar onze buurt.”

Bovendien is ijzergigant Tata bezig met een spoorlijn om ijzererts te vervoeren vanuit de mijnen in het binnenland naar de kust. Hij komt uit bij Ilheus. Brazilië kent verder nauwelijks spoorlijnen, het wordt een uniek project. Er komt ook een haven bij. „Ik wist dat al voordat de plannen officieel bekend waren, ik gebruikte die informatie om klanten te interesseren voor percelen grond in deze regio.”

De afgelopen tien jaar is er heel veel ten goede veranderd, vooral voor de gewone man. „Je kan het heel goed zien op straat, iedereen rijdt nu in een fatsoenlijke auto, tien jaar geleden zag je nog overal wrakken.” De vorige president, Lula da Silva, voerde Luz para todos in, licht voor iedereen. Het was een investering die zich nu terugverdient via de elektriciteitsrekening ten bate van een staatsbedrijf. Het gaf de economie een boost, iedereen kocht televisies, koelkasten. Lensink: „Belangrijker nog is dat alle kinderen naar school gaan, nu de kinderbijslag gekoppeld is aan schoolverzuim.” Vroeger hielpen kinderen bij het oogsten, nu is het rendabeler om ze lessen te laten volgen.

Andere verbeteringen zijn: belastingvoordelen voor kleine middenstanders, goede gezondheidszorg voor iedereen en gratis anticonceptie. En er is een wet die geld beschikbaar stelt voor culturele initiatieven. De staat betaalt 80 procent. Een vriendin van Lensink heeft een adviesbureau om mensen te helpen van die wet gebruik te maken. Al die verbeteringen zorgen voor een goed leefklimaat voor iedereen die hier komt, of je nu starter bent of pensionado. „Op dit moment heb ik veel klanten uit Europa die op een pensioneringsvisum komen. Als je meer dan 2.000 dollar per maand aan inkomsten hebt, mag je je hier gewoon vestigen.”

In het paradijs? „Ja. De natuur en het klimaat zijn echt overweldigend hier. En het is hier echt leuk om naar het journaal te kijken – bijna alleen positieve berichten. Maar er zijn nog wel problemen. Er is nog veel corruptie, vooral op lokaal niveau. Mensen stemmen nog op degene die de grootste barbecue geeft of degene die de radiostations bezitten.”

En al wordt Lensink volledig geaccepteerd door de locals, in de liefde werd het klassenverschil toch problematisch. „Eerst waren we samen arm, maar toen ik carrière begon te maken en mijn man achterbleef, ging het mis tussen ons. Ik bracht het geld binnen en het werd voor hem erg moeilijk om steeds in mijn schaduw te staan.” Na zeven jaar klapte hun huwelijk. Haar dochter woont bij haar. Ze kan goed leren en zit daarom op een dure privéschool. Maar ook dat is niet ideaal, want ze is er bijna het enige zwarte kind. Ze wordt zo erg gediscrimineerd, dat ze zoveel mogelijk op een blank kind wil lijken. „Met pijn in mijn zwarte hart sta ik mijn dochter toe met een soort strijkijzer haar prachtige haar te ontkroezen. Gelukkig speelt ze graag met de zwarte kinderen uit de buurt.”

De website van Mirjam Lensink is www.brazilconsultancy.com