'Ik ga liefst helemaal van A naar Z in films'

De Franse regisseur Jacques Audiard schuwt grote emoties niet in zijn rauwe liefdesdrama De rouille et d’os. „De economische crisis zit in de vezels van de film.”

‘Twintig, dertig meter hier vandaan hebben we gedraaid”, gebaart regisseur Jacques Audiard, opgewekt kettingrokend, vanaf het dakterras van een hotel in Cannes. Hij praat met de pers over zijn nieuwe film De rouille et d’os.

Na het exclusieve mannendomein van zijn gevangenisdrama Un prophète (2009) wilde hij een film maken met een vrouw in de hoofdrol. En niet een willekeurige vrouw; alleen de Franse diva Marion Cotillard kwam voor hem in aanmerking. De rouille et d’os is losjes gebaseerd op twee korte verhalen van de Amerikaanse schrijver Craig Davidson uit zijn boek Rust and Bone, die Audiard ingenieus in elkaar schoof. De regisseur ontdeed het origineel daarbij ook meteen van een flink deel van de nihilistische, uiterst sombere strekking. Dat stuitte op geen enkel bezwaar bij Davidson die door de onverwachte Franse meevaller een huis kon kopen, dat inmiddels bij zijn familie bekend staat als „het huis dat Audiard heeft gebouwd”.

Het ene verhaal dat Audiard gebruikte gaat over een aan langer wal geraakte bokser (in de film gespeeld door Vlaming Matthias Schoenaerts); de andere over een orkatrainster (Cotillard) die haar benen verliest, als een van haar dieren haar aanvalt. In De rouille et d’os vinden deze twee geharde overlevers elkaar, in een romantisch drama, dat wel gesitueerd is in de echte, niet zo heel romantische wereld. Tijdens het filmfestival van Cannes viel de film niet in de prijzen, maar De rouille et d’os slaagde er wel in om meteen in de eerste week al een miljoen Fransen naar de bioscoop te lokken.

Waarom wilde u de film in het zuiden van Frankrijk opnemen?

„Un prophète speelde zich af in een duistere wereld, een wereld zonder vrouwen, zonder liefde. Op al die punten streefde ik voor deze film naar het tegenovergestelde. Daarom wilde ik nu per se naar het zuiden, naar de Midi. En waarom in Cannes? Heel simpel. Omdat je hier een tamelijk lang en breed strand hebt. Dat had ik nodig voor een aantal sleutelscènes. Tijdens het ontwikkelen van de film had ik steeds in mijn achterhoofd, dat ik een soort sprookje wilde vertellen. Een realistische vertelling, dat wel, maar met een sprookjesachtige sfeer. Een film als The Night of the Hunter speelde vaak door mijn hoofd.”

Een sprookje, maar de film is ook een reflectie op de economische crisis, heeft u gezegd. Hoe verhoudt zich dat elkaar?

„Je hoeft maar om je heen te kijken als je over straat loopt om mensen te zien die alles kwijt zijn, die alleen hun eigen lichaam nog hebben en daarmee moeten zien te overleven. Dat wilde ik laten zien, maar zonder er heel duidelijk de nadruk op te leggen, als een vanzelfsprekend onderdeel van de film. Zo maak je geen film over de crisis, de crisis zit in de vezels van de film zelf. De economische problemen zijn compleet verweven met de kern van de film: hoe slagen mensen erin te overleven?

„Ik heb geen documentaire willen maken, dat interesseert me niet. Maar films zijn nu eenmaal altijd een afspiegeling van de wereld waarin we leven. De Amerikaanse films van de jaren dertig laten veel zien van de samenleving en economische depressie van toen, zonder dat die films daar expliciet over gaan. Als er een trein voorbijkomt in een film, zie je ineens dat het dak vol zit met arme mensen. Als je het echte Amerika wilt leren kennen van die tijd, moet je de films zien. Hetzelfde geldt voor de grote Italiaanse cinema van de jaren vijftig. Daarin kun je het echte Italië vinden.

„Je zou nu bij wijze van spreken een komedie moeten maken over de crisis, want alleen op die manier kun je de mensen ook bereiken. Ik zou nog weleens een musical willen maken over strijd tegen drugs.”

U wilde de film alleen maken met Marion Cotillard. Waarom?

„Ik hoopte al jaren dat onze wegen zich zouden kruisen. Ik denk niet dat veel andere Franse actrices deze rol hadden kunnen spelen, hoe goed die ook zijn. Ze heeft een soort combinatie van moed en onverzettelijkheid, en erotische verleidingskracht op hetzelfde moment. Ze is tegelijkertijd heel mannelijk en heel vrouwelijk. Die combinatie maakt haar uniek. In La vie en rose zitten momenten waarin ze bijna in trance lijkt te zijn, waarin ze buiten zichzelf lijkt te treden. Dat is echt miraculeus.”

De verhalen die als basis dienden zijn veel zwartgalliger dan de film. Het boek gaat misschien meer over de dood, terwijl uw film gaat over overleven?

„Wanhoop kan wel het vertrekpunt zijn van de film, maar niet het eindpunt. Je moet de kijker wel een laatste restje hoop gunnen. Dat was de grote vergissing van Craig Davidson toen hij het boek schreef. Dat heb ik recht moeten zetten. Maar serieus: de film is simpelweg een bewerking, zoals elke film naar een boek een bewerking is. Film vraagt om een heel andere dramaturgie. Je hebt een groot conflict nodig, een lang parcours, een grote spanningsboog. Al mijn films hebben die epische kant, want daar hou ik van. Ik ga niet van A naar B, maar van A naar Z. Ik hou er niet van om bij al bij B te stoppen. Daarom ben ik ook een groot liefhebber van de Engelse en Amerikaanse literatuur. In de Franse literatuur is het epos vaak een ondergeschoven kindje.”

U wilde een melodrama maken, geen genre dat erg veel aanzien geniet. Waarom?

„Melodrama is een genre dat zich heel lastig laat definiëren. Inmiddels staat die term voor films met extreme emoties en extreme situaties, waarbij de liefde een grote rol speelt. Ik wilde die extreme emoties en situaties zo frontaal en zo direct mogelijk aangaan in deze film. In mijn vorige films speelde de liefde weliswaar ook een rol, maar altijd op een nogal intellectuele, afstandelijke manier. In deze film wilde ik de liefde op een veel directere manier benaderen.”

    • Peter de Bruijn