Het nieuwe broeinest

Gaddafi’s val creëerde in het gebied ten zuiden van Libië een machtsvacuüm. Terroristen uit de hele wereld komen hier, op de drempel van Europa, nu samen om te trainen.

Members of Mauritania's National Guard rest during a break from escorting a humanitarian convoy in a desert area near Bassikounou, Mauritania, about 30 km (19 miles) from the border with Mali, May 22, 2012. Mauritanian officials have stepped up security around the Sahara desert border with Mali due to the heightening risks from armed groups like Al-Qaeda in the Islamic Maghreb (AQIM) in Mali's lawless north. REUTERS/Joe Penney (MAURITANIA - Tags: CIVIL UNREST MILITARY POLITICS) REUTERS

Correspondent Afrika

Strompelend over rotsblokken vluchtte Amadou Toumani Touré de heuvel van zijn presidentiële paleis af. Aan de andere kant van de heuvel reden muitende militairen naar het kamp Kati, op zoek naar korpscommandant Amadou Haya Sanogo. Nadat hun muiterij eerder die dag was ontaard in een staatsgreep tegen president Touré hadden ze opeens een leider nodig. Het was 21 maart in de Malinese hoofdstad Bamako en een knullige putsch (staatsgreep) hielp een van de meest democratische regimes van Afrika om zeep.

Moussa Sinko Coulibaly wrijft over zijn kalende hoofd. „Ziet u hoe grijs ik ben geworden sinds de coup?” Hij is naaste medewerker van Sanogo en als minister van Binnenlandse zaken een van de putschisten in de regering.

De coup heeft niet alleen een arm, maar stabiel land in chaos gestort. Hij heeft ook een terroristenstaat in Noord-Mali in het verschiet gebracht. „De slechtste coup ooit in Afrika”, in de woorden van een buitenlandse waarnemer.

Decennialang bestond er in de Sahara een fragiele machtsbalans tussen zwakke overheden en rebellen, tussen terroristen en door het Westen getrainde regeringslegers. Libië steunde Toearegrebellen, maar dwong ze ook naar de onderhandelingstafel. Algerije bestreed op eigen bodem moslimradicalen en liet ze ongemoeid aan de andere kant van de poreuze grens met Mali, maar het Mauretaanse leger pakte de extremisten met Franse hulp agressief aan. Het Malinese regime was zwak, maar kreeg miljoenen dollars steun van Libië en militaire ondersteuning van Amerika en Europa.

Die machtsbalans is omgeslagen door de oorlog tegen de Libische leider Moammar Gaddafi vorig jaar. De Libische leider had goede relaties met het krijgshaftige, nomadische Toearegvolk. Hij hield ze in toom en financierde ontwikkelingsprojecten in hun gebied. Ook bestreed hij terroristische groepen als Al-Qaeda-in-de-Islamitische-Maghreb (AQIM). Maar na de val van Gaddafi keerden ruim duizend Toeareghuurlingen terug naar Mali. Ze hadden jarenlang gediend in Gaddafi’s leger, eisten nu een eigen staat en begonnen een offensief tegen het Malinese leger.

De Toearegrebellen, die onder de naam Nationale Beweging voor de Bevrijding van Azawad (MNLA) streden voor hun eigen seculiere staat Azawad, veroverden al snel vrijwel het hele noorden van Mali. In allerijl sloot de ervaren Toearegleider Iyad Ag Ghali zich bij de opstand aan. Hij vormde zijn eigen, radicaal-islamitische groep, de Ansar ud-Din.

De Toeareg wilden voor hun opstand bestaande terroristennetwerken in de Sahara gebruiken, zoals de regionale Al-Qaeda. Het tegenovergestelde gebeurde: in het kielzog van de staatsgreep van Sanogo viel het noorden niet in handen van de Toeareg, maar van radicaal-islamitische groepen. De Toeareg van de oorspronkelijke rebellie spelen nu een ondergeschikte rol in het noorden, Al-Qaeda en Ansar ud-Din nemen het voortouw.

Het gevolg is dat extremisten vrij spel hebben in een gebied zo groot als anderhalf maal Frankrijk. Nooit eerder lag een rijk van extremisten zo dicht bij Europa. „We hebben dringend hulp nodig om Noord-Mali te bevrijden van terroristen”, waarschuwt couppleger en minister Coulibaly: „Hulp van Nederland, van Europa, van onze buurlanden. Dit is een internationaal probleem en we kunnen het niet alleen oplossen.”

Westerse diplomaten vrezen een terroristenstaat op de drempel naar Europa. „Noord-Mali vormt een gevaar voor Europa”, vertelt een diplomaat. „Uit alle delen van de wereld, uit Pakistan, Afghanistan, Nigeria en het Midden-Oosten komen nu terroristen om te trainen en hun acties te coördineren.” Een Malinese expert van het noorden zegt: „Het monster groeit in de Sahara. De mannen met de lange baarden winnen. Want ze hebben geld.”

De Sahel en de Sahara waren altijd al de moeilijkste gebieden van Afrika om te koloniseren. De Toearegs hebben blauw bloed en kenden in hun cultuur een hiërarchie van edelen en slaven. Menig ontdekkingsreiziger beet in het zand en werd in de afgelopen honderden jaren in de Sahara gedood door speren en messen van goede vechters. Ze brachten Franse indringers in 1881 een gevoelige nederlaag toe toen die mogelijkheden kwamen onderzoeken voor een spoorweg dwars door de woestijn. Pas in 1893 konden de kolonisten de historische stad Timboektoe innemen.

In 1911 namen de Toeareg het weer tegen de Fransen op in Ménaka, net als tijdens de Eerste Wereldoorlog in zowel Mali als Niger. Aan het einde van hun heerschappij spiegelden de Fransen de Toeareg en andere woestijnbewoners een eigen staat voor. Die kwam er niet, tot frustratie van de nomaden. In Mali en Niger, waar de meesten van de ongeveer anderhalf tot twee miljoen Toeareg leven, dienden de lichtgekleurde edelen zich na de onafhankelijkheid in 1960 te schikken naar zwarten in het zuiden onder wie ze vroeger slaven maakten.

„Azawad, onze eigen staat, leeft al sinds vele generaties in onze harten. En nu is het eindelijk zo ver”, lacht Aicha Walet Animatrice. Ze is een Toeareg uit Kidal, een van de eerste noordelijke steden die in handen vielen van de MNLA. „In Kidal voelen we ons bevrijd, de regering in Bamako deed nooit iets voor ons in het noorden.” Aicha vertelt hoe de MNLA in Kidal het bestuur verzorgt en hun collega’s van Ansar ud-Din zorg dragen voor de veiligheid. „Ze oefenen samen de macht uit, de seculiere MNLA en het religieuze Ansar ud-Din. Ze leggen ons geen zware geboden op, ik ga zonder sluier naar de markt.”

Noord-Mali is vrijwel afgesloten voor westerse journalisten en hulpverleners. Maar talrijke verhalen van ooggetuigen schetsen samen een redelijk eenduidig beeld: op Kidal na, waar de Toeareg de meerderheid vormen, is een mantel van rigide islam over het noorden getrokken. Religieuze extremisten vernietigen eeuwenoude tombes van heiligen in Timboektoe, evenals heiligdommen met maskers en beelden van het Dogon-volk meer zuidwaarts. De vergelijking met de reusachtige boeddhabeelden in Afghanistan, die werden vernietigd door de Talibaan, dringt zich op.

Roken, drinken, voetballen en tv-kijken zijn verboden. „Deze moslimradicalen respecteren geen sociale en culturele erfenis”, zucht Samuel Sidibé, directeur van het Nationale Museum in Bamako. „Dit is een wereldomvattende strijd die niet in Mali zal stoppen. De Sahara verandert in een bazaar van illegale activiteiten en religieus extremisme. Het project strekt van Somalië aan de Indische Oceaan, via Soedan en Mali tot aan Senegal aan de Atlantische Oceaan.” Diplomaten in Bamako wijzen erop dat er al in de Sahara wordt samengewerkt tussen de Nigeriaanse Boko Haram en de Somalische Al-Shabaab. Al-Qaeda voerde acties uit tegen de Franse en Israëlische ambassades in Mauretanië en tegen de VN in Algerije.

Bergen en zand vormen een ideaal terrein voor guerrillastrijders. In de ruige leegte van de Sahara controleer je geen gebied, maar mensen. Met hun geschiedenis van karavanen en handelsrijken zien Malinezen smokkelen niet per se als iets slechts. De terroristen van Al-Qaeda trokken vijftien jaar geleden vanuit Algerije naar Noord-Mali. „Sindsdien controleren ze de handel in drugs, wapens, sigaretten en immigranten naar Europa”, zegt een westerse ambassadeur. „Ze delen hun inkomsten met bewoners en trouwen met invloedrijke leiders. Geen inwoner van het noorden die nooit met de terroristen te maken heeft gehad.”

Volgens de Verenigde Naties wordt jaarlijks 150 ton Latijns-Amerikaanse cocaïne via West-Afrika naar Europa gesmokkeld. Mali en Guinee-Bissau zijn de twee grootste narcostaten in dit deel van Afrika. In 2009 stortte een Boeing 727 uit Venezuela neer na een tussenstop in Noord-Mali. De uitgeladen cocaïne was spoorloos en de lokale autoriteiten die betrokken waren bij de smokkel gingen vrijuit. Inwoners van Bamako praten over luxe woonwijken in de hoofdstad die gebouwd zijn met drugsgeld. „Mali is te groot om te beheersen”, zegt Said Tangara, een topambtenaar in de centraal gelegen stad Mopti. „We wisten al langer van de drugshandel in het noorden. Ambtenaren en rebellen waren erbij betrokken. Daarom beschikken de rebellen er nu over zoveel geld. Sinds ze de onafhankelijke staat Azawad hebben uitgeroepen, zijn ze vrij om te doen wat ze willen.”

Een andere florissante business: gijzelaars. Volgens sommige schattingen zou hiermee al 130 miljoen dollar zijn verdiend. Tussen 2003 en 2011 vielen 54 westerlingen in handen van ontvoerders. In 2008 werd voor twee Oostenrijkers 3 miljoen euro neergeteld. De vraagprijs voor vier in Niger gegijzelde arbeiders van het Franse staatsbedrijf Areva bedraagt 90 miljoen euro. Komt er geen deal, dan snijden de gijzelnemers niet zelden de keel van hun gevangenen door. Momenteel zijn twaalf buitenlandse gijzelaars (onder wie de Nederlander Sjaak Rijke) en zeven Algerijnen in handen van de terroristen.

De Toeareg, het nomadenvolk dat vermaard is om zijn schrift en poëzie, zit meer dan ooit aan de grond. De heersers van de woestijn, die 900 jaar geleden Timboektoe tot de schatkamer van Afrika hielpen maken, waren door opeenvolgende droogtes en oorlogen al net zo behoeftig geworden als hun slaven van weleer.

Nu vluchten de meeste Toeareg weg uit Mali, uit angst voor represailles van hun landgenoten. Rhaly Ag Mosso schuift zijn blauwe doek voor de mond. „We waren al gestigmatiseerd, we genoten in Mali al een slechte reputatie door eerdere opstanden. Met het uitroepen van de Azawad spuugt iedereen ons uit.” Hij nipt aan zijn glas sterke thee en zegt: „We zijn de grootste verliezers van deze crisis.”