Goed genoeg

Verhaal over acht dames op leeftijd die achter een cijferslot doen aan kleinschalig wonen. In de hoofdrol mevrouw Niterink (86), moeder van Tosca Niterink.

‘Je moeder is even naar het toilet”, zegt de zuster. Even later waggelt een klein krom vrouwtje de huiskamer in. Ik herken haar niet meteen. „Mam?” roep ik verbaasd, „is er weer een wervel verzakt?”

„Nee, ik heb het warm!” Logisch zie ik, ze heeft drie jassen aan.„Trek wat uit!” Het is warm buiten. Ik tel een bloes, een vest, een leren jack en een colbert op haar lichaam. Ik begin het colbert voorzichtig van haar broze lijf te stropen. Onderwijl stelt ze retorische vragen: „Hoe is het nu met je?”

„Goed mam, goed!”

„Goed?”

Wanneer gaat het goed genoeg in de ogen van een moeder? Nog steeds maakt ze me onzeker. Neem je boek mee adviseerde Annie, kan je laten zien als ze weer vraagt hoe het gaat.

„Heb je nog wel eens werk?”

„Ja mam, ik schrijf tegenwoordig.”

„Wat dan?” Ik heb het colbert afgestroopt, ze zweet niet eens, ik wel, het gutst van mijn voorhoofd.

„Waarom heb je het zo warm?” vraagt mijn moeder. „Gaat het wel goed met je?”

„Kijk dit is mijn boek, heb ik geschreven.”

„Jij, een boek?”

„Ja, kijk maar.”

„En heb je reacties gehad? Hoe vonden ze het?”

„Een komische pageturner. Tweede druk na twee weken!”

„Maar doe je nog wat tegenwoordig?”

Ik moet denken aan mijn stiefvader die elke zondag een zelfgemaakt bloemstukje naar zijn moeder bracht en nooit de bevestiging kreeg die hij zocht. Ander onderwerp!

„Kom mam, we gaan een stukje lopen, het is prachtig weer.”

„O, een stukje lopen!”

„Wat heerlijk”, roept mevrouw Glims verlekkerd.

„Wilt u ook mee?”

„O, als dat zou kunnen!” Ze veert enthousiast op uit haar stoel. Een van haar magere benen komt bijna in een hoek van 45 graden onder haar rok uit. „Artritis in haar kniegewricht”, zegt de zuster. „Hoe ze het doet, doet ze het.”

Glims beent als een speer naar de deur.„Niet die deur mevrouw Glims, dat is de koelkast.”

„Ach, hoe is het mogelijk!”

Hoewel ze beter loopt dan Glims vindt mijn moeder het juist heerlijk om zich per rolstoel door het park te laten duwen.

„Ga maar zitten!”

„Wacht!” roept ze en klopt eerst met een vies gezicht een paar kruimels van de zitting.

„Waar gaan we naartoe?’

„Naar buiten.”

„Wacht!” mijn moeder diept uit haar tas, tussen een afwasborstel en een keukenhanddoek, een stukje lippenstift op. Ik grijp de keukenhanddoek en dep het zweet van mijn voorhoofd. Uit mijn ooghoeken zie ik Glims de bezemkast induiken.

„Annie, let jij op Glims!”

Mijn moeder stift blind haar lippen.

„Laat mij maar even mam!”

„De schuifdeuren gaan niet open!” Glims ramt haar rollator bijna door de glazen deur. Mijn moeder heeft het armbandje waardoor de deuren automatisch blokkeren nog om; ze wil wel eens met bezoekers mee naar buiten glippen.

„Heerlijk”, zucht Glims terwijl we ons door het struweel bewegen.

„Waar is Tosca?” panikeert mijn moeder.

„Achter je mam.”