God in vliegjes wekt woede salafisten

Salafistische protesten tegen godslasterlijke kunst leiden tot massale rellen in Tunesië. De regering schippert tussen toestaan en verbieden.

In Egypte vechten de salafisten hun strijd voor toepassing van een ultraconservatieve islam in het dagelijks leven uit in het parlement. Maar in Tunesië is het sinds de val van de seculiere sterke man Zine al-Abidine Ben Ali oorlog op straat. De afgelopen dagen is bij straatgevechten tussen salafisten en politie in Tunesische steden zeker een dode gevallen. 160 mensen zijn opgepakt; 65 agenten zijn gewond. De schade is groot. Volgens de Tunesische regering waren de relschoppers „terroristen” en zal de politie toestemming krijgen scherpe munitie te gebruiken als de onlusten doorgaan.

Zoals zo vaak in Tunesië was de aanleiding een omstreden culturele manifestatie. De Printemps des Arts de La Marsa, een jaarlijkse kunsttentoonstelling in het Palais Abdellia in de gelijknamige noordelijke voorstad van Tunis, omvatte werken die de woede van salafisten opwekte. Het ging daarbij in het bijzonder om een werk van Mohamed Ben Slama, dat een bijna-naakte vrouw voorstelde met gebaarde mannen op de achtergrond, een stripverhaal met een woedende salafist als hoofdpersoon en de naam van God, Allah, geschreven in dode vliegen.

Opmerkelijk is dat de salafisten tot zondag, de laatste dag van de expositie wachtten tot ze gingen protesteren, maar toen was het ook goed raak. In Tunis en omgeving maar ook in andere steden barstte gelijktijdig geweld los. Een groep mannen drong binnen in het Palais Abdellia en vernietigde er enkele werken – niet de gewraakte stukken – en elders werden politiebureaus, vakbondskantoren, een kunstacademie en gebouwen van oppositiepartijen aangevallen en in brand gestoken.

Onder de daders waren niet alleen salafisten, onderstreepte het ministerie van Binnenlandse Zaken, maar ook gewone herrieschoppers. „Evenveel echte als valse baarden”, zei de Tunesische politicoloog Ahmed Manaï tegen het persbureau AFP.

Maar de gewapende aanval is het afgelopen jaar wel het kenmerk van salafistische activisten geworden die hun idee van de islam aan het land willen opleggen. In universiteiten hebben salafistische studenten herhaaldelijk geweld gebruikt om het verbod op de gezichtssluier voor vrouwen opgeheven te krijgen. Een berucht voorbeeld was in oktober het massale geweld na de uitzending van de film Persepolis door de zender Nessma-TV. In deze film wordt God afgebeeld, wat volgens de salafisten heiligschennis is. Vorige maand staken salafisten in enkele steden drankwinkels in brand.

„Waarom zoveel geweld, waarom zoveel agressie”, vroeg premier Hamadi Jebali de salafisten twee weken geleden in een vraaggesprek met Tunesische televisiezenders. „Is het geschreven in de islam om zijn ideeën met geweld aan anderen op te leggen?”. Hij voegde eraan toe dat de regering niet werkeloos zou toekijken. „Wij gaan de wet toepassen.”

Maar daaraan bestaat juist twijfel. Journalisten, kunstenaars en andere groepen beschuldigen de autoriteiten van passiviteit. De regering wordt gedomineerd door de fundamentalistische Ennahda-partij, die op zich een gematigd programma heeft. De partij wil bijvoorbeeld geen verwijzing naar het islamitisch recht, de shari’a, in de nieuwe grondwet, wat ook al tot woedende salafistische reacties heeft geleid.

De partij kijkt echter ook naar haar conservatieve achterban, die misschien niet de salafisten steunt maar evenmin Gods naam in vliegjes wil zien. Daarom diende het ministerie van Cultuur, dat voor de tentoonstelling toestemming had gegeven, gisteren een gerechtelijke klacht in tegen de organisatoren van de Printemps des Arts wegens schending van de heilige waarden.

Carolien Roelants

    • Carolien Roelants