Europa wil nu Merkels vlucht naar voren zien

Vlak voor de Griekse verkiezingen staat Angela Merkel onder grote druk om concessies over de euro te doen. De bondskanselier raakt verder geïsoleerd.

De mondhoeken van bondskanselier Angela Merkel hangen deze week nog verder naar beneden dan normaal al het geval is.

Hoe moet de eurozone de crisis te boven komen, nu ook Spanje ernstig in de problemen zit? Merkels antwoord luidt de laatste dagen: „We hebben meer Europa nodig. „We hebben niet alleen een muntunie nodig, maar ook een gemeenschappelijke begrotingspolitiek”.

Meer Europa. Merkel lijkt na twee en een half jaar eurocrisis bereid tot een vlucht naar voren. Ze moet ook wel, want andere wegen zijn afgesloten, inclusief haar favoriete route: afwachten of de situatie met beperkte ingrepen ten goede keert. Niets heeft blijvend geholpen. De redding van Griekenland, van de euro en niet te vergeten van Duitse banken die vorderingen op Zuid-Europese landen hebben, is, zoals in Berlijn off the record wordt gezegd, „een aaneenschakeling van lapmiddelen die Duitsland veel geld kunnen kosten”.

De druk op Merkel is groter dan ooit. Europese regeringen, de Duitse oppositie, beleggers, president Obama, iedereen wil dat de bondskanselier nú concessies doet. Hun eisen : instemming met een Europese bankunie, meer flexibiliteit in begrotingsregels om groei te bevorderen, en bereidheid om, al is het maar in de toekomst, een vorm van euro-obligaties toe te staan. Het zijn concrete eisen waaraan Merkel nog niet tegemoet is gekomen, ook niet met haar weinig gedetailleerde pleidooi voor ‘meer Europa’.

In de Duitse Bondsdag luisteren weinigen nog naar Merkel. De bondskanselier wordt er uitgelachen om haar eindeloos herhaalde mantra dat de probleemlanden in de eurozone hun financiering op orde moeten krijgen.

Jürgen Trittin, de welbespraakte leider van de Groenen, werpt haar graag voor de voeten dat ze de signalen van de tijd niet meer begrijpt. „Europa is veranderd, maar u blijft hetzelfde liedje zingen.”

De oppositie van sociaal-democratische en Groenen willen dat Duitsland duidelijker aanstuurt op maatregelen die de economische groei in Europa stimuleren. Waar het geld daarvoor vandaan moet komen, blijft onduidelijk. Merkel zegt steeds dat ze geen voorstander is „van op de pof gefinancierde groei” – met geleend geld.

Merkel is steeds meer geïsoleerd geraakt. In Europa is haar medestrijder Nicolas Sarkozy weggevallen. Zijn opvolger François Hollande heeft een heel andere richting gekozen. In het binnenland heeft Merkels partij praktisch alle belangrijke deelstaatverkiezingen van de laatste twee jaar verloren. De wind waait nu uit een andere hoek. „De bondskanselier moet concessies doen om haar plannen door te zetten, zowel in Berlijn als Brussel”, zegt een parlementariër van de oppositie triomfantelijk.

Merkel bevindt zich in een moeilijke, zo niet bijna onmogelijke positie. De conservatieve vleugel van haar eigen partij, de CDU, vindt dat ze al veel te ver is gegaan met het doen van concessies in Brussel die Duitsland geld kunnen kosten. Haar vijanden binnen en buiten de partij ruiken bloed. Zeker na de voor Merkel rampzalig verlopen verkiezingen in de electoraal belangrijke deelstaat Noordrijn-Westfalen.

Niemand in Berlijn wil in deze voor Europa zo dramatische tijd een kabinetscrisis. En toch kan die er zomaar komen. De sfeer in politiek Berlijn is opgewonden.

Merkels kracht is ook haar zwakte. Ze voelt de Duitsers goed aan. Haar strenge Europese koers is populair bij de bevolking. Een ruime meerderheid wil dat Duitsland niet langer borg staat voor de Europese schuldenlanden of daar direct voor betaalt. Maar politiek kan ze die populariteit nauwelijks te gelde maken. Zíj is geliefd, maar haar partij lijkt bij de kiezers in ongenade geraakt.

Bovendien blijkt nu dat haar werkwijze – het bedenken van tactische maatregelen om de crisis in haar eigen woorden „stapje voor stapje” op te lossen – teniet wordt gedaan door haar gebrek aan retorisch talent.

Merkel is er niet in geslaagd om een visie voor Europa te ontvouwen; om een idee over te brengen dat zowel in Brussel als Berlijn aanslaat. Ze heeft, zo luidt een verwijt dat de laatste tijd vaker klinkt, aan crisismanagement gedaan zonder een heldere koers uit te zetten. Het kleine klopte meestal wel, met het grote is ze in het ongewisse gebleven.

Ze heeft de Duitsers nog nauwelijks voorbereid op een sprong voorwaarts – meer politieke samenwerking in Europa om de muntunie te redden – dan wel op de mogelijkheid van een ongekende terugval: de ondergang van de euro. Of iets daartussenin: Griekenland uit de eurozone of een Europa van twee snelheden.

De Duitse pers is een stap verder. Zerbricht jetzt der Euro? – gaat nu de euro kapot? – kopte de Frankfurter Allgemeine afgelopen zondag.

Het is onduidelijk wat de problemen van de Spaanse financiële sector voor de Duitse banken betekenen. Zoveel is zeker: niet veel goeds. Een van de weinige politici die zich hierover in werkelijk alarmerende termen uitlaten, is SPD-leider Frank-Walter Steinmeier, ex-vicekanselier en voormalig minister van Buitenlandse Zaken onder Merkel.

Hij probeert de Duitsers voor te bereiden op een reeks onaangenaamheden. In verschillende interviews heeft hij de laatste dagen gezegd dat de crisis in de eurozone „met een tweede golf op ons afkomt. Het is naïef te denken dat ons land dit keer zal worden gespaard.”

    • Joost van der Vaart