Eureka! ECB gaat als belegger banken redden

Wie, zoals Spanje, zijn eigen banken niet meer kan redden is technisch failliet. Eeuwenlang waren grenscontroles en strijdkrachten het bewijs van nationale soevereiniteit. Maar in de moderne ontketende financiële wereld en in het Europa zonder binnengrenzen is het vermogen om het spaargeld van burgers veilig te stellen de lakmoesproef van autonomie. Spanje kan die test niet langer doorstaan. De eurolanden stellen 100 miljard euro beschikbaar voor de sanering van de bankensector.

Gezien het technisch bankroet is het logisch dat beleggers alleen tegen rap oplopende rentetarieven geld lenen aan Spanje. Vandaar de drieste koersval op de Spaanse obligatiemarkt – met dank aan de Duitse eis dat de eurolanden hun 100 miljard met voorrang terugkrijgen.

Het Iberisch echec heeft kostbare consequenties voor de reddingsbrigade, waaronder Nederland, en voor de eerdere ‘verlosser’, de Europese Centrale Bank (ECB).

Eerst de bankensteun. Het ongemakkelijke ervaringsfeit is dat reddingsacties altijd duurder blijken dan geraamd. De Spaanse ‘plofbank’ bij uitstek, Bankia, had eerst een paar miljard nodig en toen opeens 19 miljard. Kort daarop: de Frans-Belgische bank Dexia had nog eens 10 miljard extra nodig. En kijk: ‘onze’ ABN Amro. De redding in 2008 vergde 16,8 miljard, maar dat liep snel op tot bijna 30 miljard.

De Spaanse bankenpijn zit ’m in een paar honderd miljard aan vastgoedleningen die deels waardeloos blijken te zijn. Vastgoedleningen zijn echte bankenbrekers. Met die leningen worden geen productieve bezittingen gefinancierd, maar stenen, beton en ruimte. Bij gebrek aan huurders of kopers is de waarde van een vastgoedlening uiteindelijk negatief. Eerst moet de bank de complete lening afschrijven. En wie sloopt vervolgens het lege pand? De bank.

Hoeveel hebben de Spaanse banken nodig om te saneren? Het Internationaal Monetair Fonds (IMF), een saneringsexpert, denkt aan 37 miljard euro. Maar achterin het IMF-rapport staan schattingen van tien (anonieme) private onderzoekers: tussen 33 en 119 miljard. Het IMF zelf pakt 60-90 miljard als bandbreedte. Zo ruim bemeten is die 100 miljard dus niet.

Demissionair premier Mark Rutte (VVD) schoot na de reddingsactie in zijn ‘we-krijgen-ons-geld-wel-terug’-reflex. Die is 95 à 100 procent. Echt? Op de redding van ABN Amro verdienen we ons geld niet eens terug. En dan hier wel? Nederland heeft straks een vordering op Spanje. Dat is, zoals hierboven vastgesteld, technisch bankroet.

De reddingsactie van de eurolanden was plezierig nieuws voor de eerdere verlosser, de ECB. De centrale bank heeft een half jaar geleden ruim 1.000 miljard euro uitgeleend aan minvermogende banken, waarvan het merendeel in Zuid-Europa en Ierland. Aan Bankia bijvoorbeeld 40 miljard euro.

De reddingsactie van de eurolanden versterkt de Spaanse banken. Daardoor kan de aflossing van de ECB-leningen over tweeënhalf jaar soepeler verlopen. Maar hebben de ECB en Spanje zoveel tijd?

Nee. Europese politici ontdekken straks dat de reddingsactie kostbaarder is en dat zij zelf op zwart zaad zitten. Eureka! De ECB-leningen zijn een extra bron van kapitaal voor kwakkelbanken. In Spanje en elders.

Hoe? Door de ECB-leningen om te zetten in nieuwe aandelen van banken. Wat gebeurt er dan? De lening van de ECB verdwijnt, het eigen kapitaal van de bank stijgt en de ECB is een nieuwe aandeelhouder. De centrale bank kan die aandelen door een specialist laten beheren en later verkopen. Nu valt een ‘lening-naar-aandelen’-ruil nog buiten het werkterrein van de ECB, maar dat gold wel voor meer crisisbestrijdingsmaatregelen.

Menno Tamminga

    • Menno Tamminga