En een echte Panini-spaarder plakt de Duitser op zijn kop

Op het hoofdkwartier van Panini, in de Italiaanse stad Modena, worden op dit moment dagelijks 50 miljoen voetbalstickers gedrukt. Onophoudelijk – alleen tijdens de aardbeving van afgelopen maand kwamen de persen voor een dag stil te liggen. Ze leveren dit Europees kampioenschap plaatjes aan zo’n veertig landen.

De befaamde voetbalstickers bestaan al sinds 1961, toen de Italiaanse broers Giuseppe en Benito Panini met het idee kwamen om vanuit hun krantenwinkel in Modena plakplaatjes van voetballers uit te geven. Het werd een gigantisch succes: Panini is nu een multinational en wereldleider in de nichemarkt van ‘verzamelstickers’. Ieder EK en WK, en elke Champions League, komt er weer een nieuw album uit.

Om voor dit EK genoeg stickers te hebben, is Panini al in februari begonnen met de productie. Lang voordat de definitieve selecties bekend waren. Welke spelers ‘meegaan’ in het album, bepaalt Panini zelf. Joost van Duiven (31) is, vanuit zijn kantoor in Stuttgart, verantwoordelijk voor de Nederlandse markt.

„Elke twee jaar moet ik weer even voor bondscoach spelen”, lacht hij. Op basis van zijn voetbalkennis maakt hij de selectie. De bazen in Italië vertrouwen daarop en spreken hem niet tegen. ‘Zijn’ elftal stuurt hij nog wel langs de KNVB, maar die kijkt ernaar en geeft altijd zijn goedkeuring – de definitieve opstelling wordt ook aan Panini niet verklapt. Dus zit Van Duiven er soms naast. Elia, Pieters en Wijnaldum spelen dit jaar niet mee, maar prijken toch in het album. „Tja, een foutje. Maar voor de echte verzamelaar maakt het geen bal uit.”

En verzamelaars kent Nederland genoeg. Bijvoorbeeld Wietse van ’t Hek (27), accountant. Hij verzamelt ze al sinds zijn vijfde en bezit tienduizenden plaatjes. „Van dit EK pas negenhonderd, maar we zijn pas net begonnen.”

EK’s en WK’s zijn natuurlijk hoogtijdagen voor de Panini-verzamelaar. Maar qua beleving kleven er ook nadelen aan, vindt Van ’t Hek. „Als je alleen die ene speler nog niet hebt – of juist 45 keer dubbel – dan ga je hem toch een beetje haten. Dan kijk je anders naar de wedstrijd.”

In Nederland gaan tijdens een Europees kampioenschap zo’n zeven miljoen pakjes over de toonbank. Maar gek genoeg zijn de voetbalstickers niet in Nederland of Duitsland, maar in Oostenrijk – dat zichzelf niet eens kwalificeerde voor het Europees kampioenschap – veruit het populairst. Van Duiven: „Daar verkopen we 25 miljoen zakjes kaarten, op een bevolking van 8 miljoen.”

Maar grootverzamelaar of niet, zo leuk als vroeger op het schoolplein wordt het niet meer, vindt Van ’t Hek. „De charme raakt er toch een klein beetje vanaf. Vroeger was je blij met elk plaatje en had je strijd met je broers over wie welke had – maar als je eenmaal werkt, dan koop je zo vijftig pakjes per keer.”

Maar niet álles is veranderd. „Een Duitse voetballer plak ik nog steeds op zijn kop in het album. Natuurlijk, zoals het een goede Panini-spaarder betaamt.”

    • Thomas Rueb