Column

Een nieuwe antiutopie van voetbal en moeras

The Economist van deze week zet al op het omslag de toon. Daar zinkt het grote vrachtschip van de wereldeconomie verder de peilloze diepte in. Van de brug af wordt geroepen. Kunnen we alstublieft de motoren starten, mevrouw Merkel? De Duitse bondskanselier is met haar beleid van bezuinigingen en soberheid de hoofdschuldige van alle economische malaise, om te beginnen in Europa en ten slotte in de hele wereld. Als er in Berlijn niet wordt ingegrepen, staat de wereldeconomie voor een ramp.

Wordt het langzamerhand niet tijd voor de volgende antiutopie? Aan het begin van deze eeuw overheerste in het Westen de overtuiging dat het aardse paradijs eindelijk was bereikt. De Koude Oorlog was gewonnen. Hiermee was de vijandige ideologie voorgoed in diskrediet gebracht. De Joegoslavische burgeroorlogen waren afgelopen. Economen van naam hadden het geheim van de eeuwige groei ontsluierd. We bevonden ons in het voorportaal van de Nieuwe Economie. Dankzij internet – dat je toen nog moest schrijven met een hoofdletter – was er voor het eerst in de wereldgeschiedenis een onbegrensde vrijheid van meningsuiting. Hiermee was de grondslag gelegd voor de democratie, overal.

Misschien zullen de eerste geschiedschrijvers van deze eeuw over een jaar of tien voldoende afstand hebben genomen om een antwoord te kunnen geven op de vraag door welke personen en krachten het op een zo fantastische manier is misgelopen in het Westen. Ik heb een vermoeden, maar we willen weten op welke manier het een nog grotere bende zou kunnen worden.

Een antiutopie is een voorspelling waarbij we de ongunstige ontwikkelingen in de toestand van gisteren en vandaag vergroten tot in het excessieve. Zo moeilijk is het in beginsel niet. Het gaat om het analytisch vermogen waarmee je de actualiteit bekijkt en de verbeeldingskracht waarmee je de voortzetting beschrijft.

Sinds 1948, het jaar waarin George Orwell zijn klassiek geworden boek 1984 voltooide, is er geen antiutopie verschenen van een dergelijk kaliber. Orwell had een feilloze politieke intuïtie. Via een staatsgreep in Praag was Tsjechoslowakije verdwenen achter het IJzeren Gordijn. We stonden aan het begin van de Koude Oorlog, die de wereld veertig jaar in zijn greep zou houden. Orwell heeft op een uiterst vernuftige manier een wereld beschreven waarin drie grootmachten permanent in oorlog zijn, terwijl in Oceanië, waar Big Brother het voor het zeggen heeft, een absolute dictatuur is gevestigd.

Het genie van Orwell leeft voort. Uitdrukkingen en begrippen hebben zich gevestigd in het spraakgebruik.

Orwell heeft een statische toestand beschreven. Over de wordingsgeschiedenis laat hij zich niet uit en evenmin over het verdere verloop. In zekere zin is 1984 een einde van de geschiedenis.

Hoe anders is, of lijkt, het nu. Aan het einde van deze week gaan de Grieken naar de stembus. Hiermee draagt een land van relatief ondergeschikte betekenis in beslissende mate bij aan de vraag of de euro definitief is begonnen aan de ondergang.

Ik schrijf dit op een Grieks eilandje waar geregeld politieke bijeenkomsten worden gehouden op het grote plein. Uit een luidspreker klinken de strijdliederen. De plaatselijke partijleider begint aan zijn toespraak. Een stuk of twintig min of meer bejaarden blijven luisteren. Om het plein klinkt uit de cafés af en toe gejuich of geloei. Het is er stampvol. De televisies staan op hun hardst. Daar wordt naar het voetbal gekeken.

Wordt dit het jaar waarin de wereld, begeleid door duizenden goede raadgevingen, machteloos verder vastloopt in het moeras van de wereldcrisis, terwijl we de hele zomer naar de televisie hebben gekeken, eerst naar het voetballen, toen naar de best bewaakte Olympische Spelen uit de wereldgeschiedenis en intussen ook nog naar de Tour de France? Zien we hier de eerste ruwe trekken van een nieuwe status quo in wording? Aan de ene kant de massa’s, meegesleept door het voetbal en andere geweldige evenementen zoals die door de steeds leuker en minder kritisch wordende media worden gebracht, en aan de andere kant een radeloze politieke klasse die door deze vruchteloosheid tenslotte alle geloofwaardigheid verspeelt. Dit zijn in ieder geval de verhoudingen van dit moment.

Zo kan de toestand niet blijven. De crisis gaat gepaard met een gestage verarming van groeiende massa’s. In vroeger tijden waren er politieke partijen die deze onvrede organiseerden. We hadden ideologieën met blauwdrukken voor de ideale maatschappij – het communisme, het nationaal-socialisme.

Die tijd is definitief voorbij. Telkens dienen zich wel weer splinterpartijen aan, met leiders die de heilsgroet brengen of zich communist noemen en tumult veroorzaken, maar het blijven marginale verschijnselen. Ze zijn door de geschiedenis onsterfelijk geblameerd.

Intussen wordt het wantrouwen tegen de zittende politieke klasse dieper en het protest massaler en feller, maar het heeft geen richting. Op internet worden politici door burgers uitgescholden. Daarna gaan ze op de televisie voetbal kijken. Is dit de nieuwe antiutopie?