Echte vrienden zijn we niet met China

Diplomaat zijn in China is geen sinecure. Even een minister bellen, is er niet bij. De vertrekkend ambassadeur vertelt.

Nederland Lisse 11-05-2011 Keukenhof Marco Bakker/Hollandse Hoogte

Correspondent China

Peking. Het is Rudolf Bekink (61), die vier jaar „onze man in Peking” was, nooit gelukt zijn favoriete rijm in het Chinees te gebruiken. Met de strofe „uit turf, nevel en achterdocht heeft God de Drent gewrocht”, had hij als ambassadeur in België veel succes, vooral tijdens de lange lunches met Vlaamse burgemeesters.

In Peking waren dit soort joviale bon mots onbruikbaar. Geen Chinees weet namelijk waar zijn geboorteprovincie Drenthe ligt – en er was een onoverbrugbare taalkloof.

„Ik geef het onmiddellijk toe. Ik was meer Vlaming met de Vlamingen dan ik Chinees met de Chinezen ben geworden. Het nobele dilettantisme waarmee ik aan dit baantje in China ben begonnen, is eigenlijk nooit veranderd. Het was en is een fascinerende tijd, maar ik heb inderdaad niet het gevoel dat ik China heb leren kennen”, zegt hij tijdens een gesprek in zijn appartement in Peking.

Dat nobele dilettantisme tekent zijn houding. Relativerende, laconieke observaties en een forse dosis zelfspot horen daar bij. Een opmerking als „mijn Chinees is, zoals je weet, non-existent”, als hij de naam van een Chinese stad of politicus verhaspelt, is daar een goed voorbeeld van.

Culturele verschillen, de taalkloof voorop, hebben een grote en soms onoverkomelijke rol gespeeld tijdens dit ambassadeurschap. Waren de contacten in België op het broederlijke af, het Chinese politieke partijlabyrint zit ook voor ambassadeurs potdicht.

Een Nederlandse ambassadeur in Peking kan niet even een Chinese minister of viceminister bellen of e-mailen als er problemen zijn. President Hu Jintao heeft Bekink slechts eenmaal alleen gesproken.

Bekink ziet – hij maakt er geen geheim van – duidelijk uit naar zijn vertrek naar de VS, waar hij deze zomer ambassadeur wordt. Hoeveel er ook geschreven wordt over het belang van China voor de Nederlandse economie, van een echte vriendschapsband is geen sprake. „We zijn geen buddy’s zoals met de VS. Dat heeft te maken met het cliché van de cultuurverschillen, maar ook met het politieke systeem en het streven van de Communistische Partij van China om ten koste van veel aan de macht te blijven.”

Het lastigste punt zijn de mensenrechten. Het was zijn oogmerk om ontmoetingen tussen Nederlandse ministers en hun Chinese collega’s zo in te kleden dat gesprekken niet in de eerste minuut vastliepen. „Ik heb meegemaakt dat een Nederlandse bewindsman er voor Chinese begrippen te rechtstreeks in ging. We stonden korte tijd later weer buiten. Wie dat soort dingen heel knap doet, is minister Verhagen. Hij wist als minister van Buitenlandse Zaken een Chinese vicepremier zover te krijgen dat die erkende dat er inderdaad nog veel moet veranderen in zijn land. Ik vond dat een bijzonder moment.”

Bekink wijst de kritiek af dat de Nederlandse regering omwille van de groeiende economische belangen de mensenrechten naar het tweede plan heeft geschoven. „Wat wil je bereiken: dat het lot van de Chinezen wordt verbeterd of dat je als flinke jongen te boek staat in Nederland?”, zegt hij op de vraag waarom Nederland muisstil bleef toen De Mensenrechtentulp van Nederland en een van de Prins Clausprijzen niet uitgereikt mochten worden aan de gevangen activiste Ni Yulan en de Tibetaanse dichteres Woeser. Bekink legt uit: „We zoeken de grenzen wel op, maar moeten ook rekening houden met de Chinese reactie. We hadden megafoondiplomatie kunnen bedrijven, maar ik zie daar de zin niet van in. Als iets niet leidt tot wat je wilt doen, heeft het geen enkel nut het geweigerde bruidje te gaan spelen. Er gelden hier nu eenmaal andere opvattingen over mensenrechten.” Feit is namelijk, benadrukt hij, dat China erin is geslaagd in betrekkelijk korte tijd vele honderden miljoenen mensen uit de armoede te trekken. „Het gaat heel veel Chinezen heel veel beter dan twintig, dertig jaar geleden.”

Bekink kan zich goed vinden in de stelling van de Chinees-Nederlandse Peter Ho, die in Leiden Chinese economie doceert. „Het is een gegeven dat in China mensenrechten problematisch zijn, maar het is niet de enige kwestie waar Nederland zich op zou moeten richten”, schreef Ho onlangs in de Volkskrant over het eenzijdige karakter van het Chinadebat in Nederland. Daarom bedrijft Nederland in China geen megafoondiplomatie en is het diplomatieke apparaat beschikbaar gesteld om het bedrijfsleven te helpen geld te verdienen. Bekink ziet economische diplomatie als „deuren openen naar overheden, omdat in China economie politiek is”.

Meegaan naar bedrijfsopeningen, belangstelling tonen, „er zijn als vertegenwoordiger van de Nederlandse overheid”, dat was zijn werk. Dat gaat hem goed af. Alleen de koningin kan beter schrijden dan Bekink, heet het in de buitenlandse dienst.

Bekink, een diplomatieke trekvogel die gewerkt heeft in Afrika, Amerika en Europa: „In Nederland kijken ze er niet van op, maar hier betekent een ambassadeur nog wat. En daar willen bedrijven, ook de grote jongens, van profiteren.” Shell, DSM en Philips kunnen best zonder een ambassadeur, maar meegaan als zij dat vragen helpt toch. Het leverde Bekinks ambassade een prijs van VNO-NCW op.

Voor een „pro-businesskabinet” als dat van Rutte en Rosenthal is het daarom vreemd dat premier noch minister China heeft bezocht. Dat heeft in zowel Peking als Shanghai onder Nederlandse bedrijven bevreemding gewekt. Rutte en Rosenthal wilden wel komen, maar het kwam er niet van door de kabinets- en eurocrisis. Hetzelfde geldt voor Kamerleden. Op een enkeling na hebben zij China gemeden. Bekink zag de afgelopen jaren meer commissarissen van de koningin, burgemeesters en wethouders naar China komen. Het wekt de indruk dat het Chinabeleid is uitbesteed aan lagere overheden.

Maakt het uit? „Ach ja, uiteindelijk wel. Bewindslieden en oud-bewindslieden doen het hier goed. Dat zie je aan de Duitsers, de Denen en de Fransen, die dat knap en planmatig aanpakken. Maar we staan er als Nederland goed voor, hoor. Onze landbouw, onze waterprojecten, onze Keukenhof, het wordt allemaal zeer gerespecteerd”, zegt Bekink.

    • Oscar Garschagen