Duitsers scoren in slotminuut, maar incasseren ook

Oranje moet extra alert zijn in de slotfase. Duitsland scoort samen met Argentinië het meest in de dying seconds, blijkt uit onderzoek.

Duitsers scoren vaak in de laatste minuut, luidt een bekende voetbalwijsheid. Cabaretier Youp van ’t Hek maakte hier ooit een variant op: „Van Duitsers heb je pas gewonnen als ze met de bus de stad uit zijn.” En de Engelse oud-international Gary Lineker zei na de uitschakeling tegen West-Duitsland in de halve finales van het WK in 1990: „Football is a simple game; 22 men chase a ball for 90 minutes and at the end, the Germans win.”

Vanavond speelt Nederland op het EK een cruciale wedstrijd tegen Duitsland. Moet Oranje extra alert zijn in de dying seconds van de wedstrijd, om te voorkomen dat de Duitsers dan nog toeslaan?

De eerste keer dat (West-)Duitsland een belangrijke wedstrijd in de slotfase besliste was tijdens de WK-finale van 1954 in het Zwitserse Bern. West-Duitsland speelde tegen het in die tijd onverslaanbaar geachte Hongarije. Na een spectaculaire openingsfase besliste de Duitse rechtsbuiten Helmut Rahn (1929-2003) het duel zes minuten voor tijd. De finale staat bekend als Das Wunder von Bern – in 2003 verfilmd.

Daarna volgden meer belangrijke wedstrijden waarin (West-)Duitsland in de slotfase scoorde:

WK-finale 1966: Wolfgang Weber maakt in de 89ste minuut de 2-2 tegen Engeland, waarna de Duitsers in de verlenging met 4-2 verliezen.

Halve finale WK 1970: Karl-Heinz Schnellinger maakt in de 91ste minuut de 1-1 tegen Italië. In een zinderende verlenging verliest West-Duitsland met 4-3.

EK-finale 1976: Bernd Hölzenbein maakt één minuut voor tijd de 2-2 tegen het (toenmalige) Tsjechoslowakije. West-Duitsland verliest vervolgens wel de strafschoppenserie.

EK-finale 1980: Horst Hrubesch kopt twee minuten voor tijd de beslissende 2-1 voor West-Duitsland binnen tegen België.

WK-finale 1990: Andreas Brehme maakt uit een penalty in de 84ste minuut de beslissende 1-0 voor West-Duitsland tegen Argentinië.

EK-finale 1996: Oliver Bierhoff maakt als invaller in de verlenging de golden goal voor Duitsland tegen Tsjechië (2-1).

WK 2006: Oliver Neuville maakt in blessuretijd de 1-0 voor Duitsland in de groepsfase tegen Polen.

Duitsland scoorde dus vaak in de slotfase, maar ook vaker dan andere landen? Ja, zo blijkt uit onderzoek uit 2011 van de economen Jan van Ours en Martin van Tuijl van de Universiteit van Tilburg. Zij analyseerden het scoreverloop van 1.988 wedstrijden (gespeeld sinds 1960) van de nationale teams van Argentinië, Brazilië, (West-)Duitsland, Engeland, Frankrijk, Italië , Spanje en Nederland. Dit waren kwalificatieduels voor het WK, EK, de Copa América, de Confederations Cup en alle wedstrijden gespeeld tijdens de bovengenoemde eindtoernooien.

De onderzoekers concludeerden: (West-)Duitsland scoorde in 261 duels 17 keer in de negentigste minuut (of extra tijd), wat neerkomt op een percentage 6,5 in de dying seconds.

Daarmee voert Duitsland samen met Argentinië (ook 6,5 procent) de voetbalranglijst aan. Het gemiddelde van de acht onderzochte landen is 5,3 procent. Oranje scoort bovengemiddeld in de laatste minuut, in 260 wedstrijden maakte het 15 doelpunten in de laatste minuut (scoringspercentage 5,8).

Opvallend is dat de Duitsers in de laatste minuut óók de meeste doelpunten tegen krijgen. In 261 wedstrijden incasseerden ze elf goals in de slotminuut (4,2 procent). Geruststellend voor Oranje: de Duitsers kunnen toeslaan in de laatste minuut, maar tegelijkertijd geven ze in de slotfase ook veel doelpunten weg.

    • Steven Verseput