De paradox van Bleker

Was staatssecretaris Henk Bleker van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie een avant-gardist toen hij het mes zette in het staande natuurbeleid? Was het Bleker die een einde maakte aan een soort elitaire consensus, die precies veertig jaar geleden met het rapport ‘Grenzen aan de groei’ van de Club van Rome aan zijn gestage opmars begon? Of was hij niet meer dan een trendvolger? Voelde de CDA’er de stemming in het land aan toen hij ter verdediging van de bezuinigingen op milieuorganisaties zei: „Natuur wordt echt niet beter beschermd als er een plakkertje op komt met Nationaal Natuur Monument”?

Volgens Friso de Zeeuw, hoogleraar gebiedsontwikkeling aan de TU Delft, voelde de scheidende bewindsman het klimaat goed aan. Bleker was niet alleen een belangenbehartiger van de boeren, hij ervoer het ressentiment tegen de macht van natuurclubs die een fietspad konden tegenhouden. „Het natuurbeleid is te lang gedomineerd door een chagrijnige uitwerking van regels”, aldus De Zeeuw vandaag in deze krant.

Bovendien lagen veel milieugroepen dankzij het subsidiestelsel te veel onder één deken met de overheid. Dat voedde het sentiment dat de ene hand de andere waste. Maar de belangrijkste onderstroom voor Bleker was de economische recessie. Ten tijde van crisis krijgen natuur en milieu snel het aureool van een kostenpost, waarvan groei en werkgelegenheid de dupe worden. Zeker als de burger dat aan den lijve ondervindt. Dat is een lichtzinnige en kortzichtige benadering. Sinds de Club van Rome in 1972 alarm sloeg, zijn verschillende apocalyptische beweringen weliswaar gelogenstraft, maar de prognose dat de mensheid te veel beslag legt op de natuur en haar hulpbronnen staat nog altijd overeind.

Ecologie en economie parasiteren niet op elkaar. Ze zijn twee kanten van hetzelfde. Binnen deze symbiose moeten keuzes worden gemaakt. Niet altijd gaan economische innovaties hand in hand met ecologische vooruitgang. Groei prevaleert soms boven natuur. Maar er zijn wel grenzen aan, zeker in Nederland met zijn hoge bevolkingsdichtheid. Natuurbehoud is hier geen recreatief luxeartikel, maar een elementaire voorwaarde voor economisch welzijn.

De vijf partijen die het ‘lenteakkoord’ sloten, hebben dat begrepen en draaiden een deel van Blekers beleid terug. Intussen is het niet slecht dat de natuurorganisaties onder ogen moeten zien dat ze niet gemakzuchtig op hun imago kunnen voort dobberen. Dat is de paradoxale verdienste van staatssecretaris Bleker. Met zijn rigoureuze beleid heeft hij de milieu- en natuurbeweging in Nederland wakker geschud en gedwongen om zichzelf kritisch tegen het licht te houden.

Als ze die heroriëntatie in de verkiezingscampagnes in de praktijk weet te brengen, profiteert de natuur daar ook van.